De groene Volkswagen

Het is vrijdagavond en we zijn op de première van de nieuwe theatervoorstelling van Stefan Perceval, De tocht van de olifant. De voorstelling gaat over schorpioenen of duizendpoten, dikke witte larven of poppen die op barsten staan. Sien Eggers heeft het met haar lieve blauwe ogen over stenen. Er zijn mensen die voorbij het leven razen alsof het een autosnelweg is. Anderen stappen geduldig van steen tot steen. Elke steen tillen ze op, omdat ze nieuwsgierig zijn en willen weten wat eronder ligt.

Ik hoor bij de tweede soort, vooral wat betreft de liefde. Ik toon vooral interesse in logge, zware, weerbarstige stenen. Stenen waarvoor ik heel veel moeite moet doen om ze op te tillen. Vervolgens zoek ik dan gulzig naar wat eronder ligt. Meestal vind ik niet zo heel veel. Misschien omdat ik nog te moe ben van het tillen.

Ik ben deze avond in de grote, donkere zaal wederom vergezeld door een weerbarstige steen. Zijn hand rust niet op mijn been. Ik nestel me niet in zijn warme lijf. We zitten daar als twee koude keukentegels.

Ondertussen overwint een olifant een spannend hindernissenparcours, hij stapt, hélemaal te voet van Portugal naar Oostenrijk. En wij zitten stil op onze stoel. Op het toneel gebeuren wonderen en ik wil dat ze ons besmetten. Maar ik wacht en ik vraag me af waarop. Ik gedraag me als een blinde mol, gulzig aan het graven in de hoop dat er iets te vinden valt.

In zijn donkere slaapkamer lijkt het onder de witte lakens alsof stenen toch kunnen veranderen in harten. Maar even later, wanneer die linkerhand nog steeds niet op mijn naakte been rust denk ik aan Arnon Grunberg: “Dat is het vuur waarop al het verlangen brandt, vermoeden dat je niets zult krijgen en toch het omgekeerde hopen.”

De volgende morgen zitten we in zijn groene Volkswagen. Het heeft gevroren en er hangt een laagje ijs over ons. Het is stil en hij ratelt over zijn auto, over dat hij eens naar de carwash zou moeten gaan. En dat hij zijn schakelaar onlangs heeft laten repareren, dat kost dus 1000 Euro. Grote schakels krijg je in het dagelijkse leven gratis en voor niets.

In de troosteloze omgeving van Berchem Station voeren we ons laatste gesprek. Ik klap de deur zo hard dicht in de hoop dat die mottige bak in elkaar stort. Maar de groene Volkswagen rijdt vinnig verder en het laagje ijs blijft koppig liggen. Hij raast veel te snel over de autosnelweg.

Ik wacht op het koude perron. Wie te diep onder een steen blijft graven, komt alleen maar uit op dode pieren.