Kosmisch onevenwicht

Ik lig naast hem in bed.

Hij zegt: “Morgen begint de astronomische lente. Dat betekent dat de zon vanaf dan loodrecht invalt op de evenaar. Vanaf morgen zien we alles letterlijk in een ander licht.”

Een week geleden kreeg ik een lezersbrief van een man die zich voorstelde als doctor in de filosofie. Hij schreef: “Er is iets wat ik niet begrijp in je teksten. Je schrijft zo vaak over de liefde en lust die in je lichaam zit. Toch lijkt het alsof je niet aan beminnen toekomt.”

Ik lig naast hem in bed.

De Sloveense socioloog Slavoj Zizek beschrijft het universum als een leegte. Creation is a cosmic inbalance. Dingen ontstaan door een botsing, door een vergissing.

Nieuwsbericht: “Zo’n 518 miljoen jaar geleden vond in het huidige China een onderzeese modderverschuiving plaats. Nu hebben paleontologen de versteende slachtoffers van de ramp teruggevonden: een wonderlijke schatkamer vol absurde zeedieren.”

Bizarre kwallen, zeesterachtige wezens en zilverachtige zeewormpjes.

Eén verschuiving en er ontstaat een schatkamer.

Ik schrijf de filosoof een e-mail terug: “Omdat ik je niet ken, heb ik besloten je een openhartige brief terug te schrijven: ik durf niet.”

Ik lig naast hem in bed.

Ik droom van een 95-jarige vrouw, ze draagt een bloemenschort en is de gang aan het dweilen. Naast haar staat een gele emmer, ze zegt: “Lief meisje, mensen onderschatten de kracht van beweging. Het is maar één simpel initiatief, kijk.” Ze opent haar armen, houdt me vast en fluistert in mijn oor: “Rol naar hem toe.”

Ik schiet wakker uit de droom, sluit me op in de wc en stuur in het midden van de nacht nog een e-mail naar de filosoof: “Ik lig naast iemand in bed, maar ik durf niet.”

Hij schrijft terug: “Misschien moet je het een kans geven in het ochtendgloren. De ochtend kan zo mooi zijn: een opkomende zon, een lichaam dat nog de juiste plooi moet zoeken. Dat heeft iets heel opwindends. En vooral: een ochtendlichaam is helder. Het is er, zonder omwegen.”

Ondertussen op de radio: “Door het lenteweer is het ijsoppervlak van Lake Michigan in miljoenen blauwe ijsscherven gebroken.”

Ik ga weer naar boven. Het nieuwe licht schijnt binnen. Ik ruik zijn ochtendlichaam.

Creation is a cosmic inbalance. Een botsing, één simpel initiatief.

Kan de aarde hier eens kantelen?

Dan rol ik naar hem toe, streel ik door zijn haar en dan nog zoveel meer.

Afbeeldingsresultaat voor lake michigan ice

Lake Michigan

Deze column verscheen op 25/3 in De Morgen

Het voordeel van omvallen

De millennials crashen. Er is sprake van een ‘generatie burn-out’ en ik hoor er ook bij. Een vriend van me zegt: “Een burn-out is een typisch white people’s problem.”

Een burn-out als een eliteprobleem, bijna verwend gedrag. Stellen we ons aan? Of is er wel degelijk iets aan de hand? Een lichaam dat crasht, liegt tenslotte niet. Het kan niet meer en er moet een reden voor zijn.

Is het perfectionisme dat ons de das omdoet? Of is het egocentrisme? Want dat begint mij wel op te vallen als ik zo rondom me heen kijk. Of nee, correctie, ik kijk niet meer rond. Ik kijk vooral naar mezelf. De hele wereld gericht op mijn ik.

Ja, ik beken, ik ben schuldig aan een extreem egocentrisme dat gigantische proporties aanneemt. Ik bel mijn vrienden en heb het alleen maar over mijn belangrijke zelf en de verwezenlijking daarvan: mijn potentie, mijn calorieën, mijn relatieproblemen, mijn carrière, mijn ontstoken puist, mijn verdriet, mijn psychotherapie, mijn diëtiste, mijn eenzaamheid, mijn vet, mijn vakantie, mijn man, mijn columns, mijn glutenintolerantie, mijn maandstonden, mijn familieopstelling, mijn Netflix-account, mijn marathon, mijn huis, mijn grenzen, mijn slaaptekort, mijn geld, mijn orgasme, mijn tijd, alles is: mijn – mijn – mijn. Iets te weinig: ons.

Dat is natuurlijk allemaal heel zwaar voor mij. Daarom trek ik me soms terug tijdens een yogasessie waarbij ik eindelijk nog eens connectie kan maken met mezelf.

Afgelopen zaterdag vroeg de lerares ons om in twee rijen tegenover elkaar te staan. Zo moesten we even niet naar onze lijven kijken in de spiegel, maar konden we naar elkaar kijken. Ik probeerde contact te maken met iemand aan de overkant. Dat lukte niet. Iedereen keek met grote ernst naar een of ander spiritueel punt in de verte.

De lerares vroeg ons om dankbaar te zijn naar onszelf toe. Dank jezelf dat je hier voor jezelf bent.

De zonnegroet begon en ik viel de hele tijd om. Het voordeel van het omvallen was dat ik de aandacht van mijn overbuur wist te trekken. Een blonde, jonge man met een lichtjes klungelig lijf lachte naar me.

Ik keek naar hem met een verontschuldigende expressie als: ‘Ja, ik kan er niets van!’ Dat deed hem nog harder lachen. Hij slaagde er ook niet in om op één been in balans te blijven. We kwamen in een soort van rare, ingehouden slappe lach terwijl de rest van de groep met gesloten ogen in een eenheid met zichzelf poogde te komen.

Wat ben ik deze jongen dankbaar dat hij naar me lachte. Misschien is dat wel de remedie tegen burn-out: een ontmoeting in onze onkunde.

Afbeeldingsresultaat voor no name self

Noname

Deze column verscheen op 27/3/19 in De Morgen

Vrijgevochten vrouwen (II)

Ik ben koffie aan het drinken met een vriend, C. Hij zegt: “Jij presenteert jezelf in de krant als een diehard feministe. Een vrijgevochten vrouw die geen man nodig heeft.”

Ik vertel hem dat ik al enkele kwade mails heb ontvangen naar aanleiding van mijn columns. Mannen die denken dat ik een mannenhaatster ben. Ik ben soms bang dat ik doorsla in al dat feminisme. Dat het aan mij ligt. Dat ik te hard ben. Dat ik afschrik.

Zo heb ik spijt van mijn column: ‘Nymfomane’, waarin ik boos werd op een man, S, die me niet wilde aanraken in bed. Hij zei: “Ik heb de indruk dat jouw bed overbevolkt is, ik wil niet dat je me consumeert”.

Ik werd woest omdat hij me ongedeerd liet.

Achteraf denk ik: misschien wist hij niet hoe me aan te raken en heb ik hem hardhandig weggejaagd.

Hier volgt een bekentenis: ik weet eigenlijk ook niet hoe ik iemand moet aanraken. Hoe ik met mijn hand tot zijn middel geraak. Mijn voet tussen zijn benen. Mijn mond naar zijn hals. Vooral de laatste drie centimeter kan ik niet overbruggen.

Nog een bekentenis: ik begrijp dat hij bang is om een van de velen te zijn. Ondanks mijn ontelbare epistels over de vrije liefde word ik ook volledig paranoïde van polyamoureuze zielen.

Er heerst dus een misverstand – zowel in mijn teksten als in mijn bed – dat ik graag rechtzet.

De column van Bart Eeckhout over de stemwijzer inspireert me. Hij schrijft over een samenleving die nog altijd schrikt als een intelligente, ambitieuze jonge vrouw behalve moeder ook procureur des Konings is. Dat nog veel vrouwen worden teruggeworpen op hun moederrol wijt hij aan structurele oorzaken.

Als ik het over feminisme heb, wil ik het niet hebben over één man die iets ‘fout’ doet. Het gaat om de structuur van een samenleving.

De structuur waardoor er in het verleden – en nog steeds – veel vrouwen in een lege, onbevredigende rol worden geduwd die alleen gaat over het ondersteunen van een man, het opvoeden van een kind en het huishouden.
De structuur waardoor vrouwen die zich uitspreken over hun seksueel genot, nog vaak ‘slet’ worden genoemd.
De structuur waardoor vrouwen nog vaak als oncontroleerbare wezens worden gezien die getemd moeten worden.

Ik wil het hebben over het idee dat gelijkwaardigheid bevrijdend is voor iederéén.

Ik zeg tegen C.: “Een vrouw die opkomt voor haar genot en ambities, is geen mannenhaatster. Meer zelfs, ze wil bemind worden om wie ze is, om haar ideeën, om haar idealen. Ik denk dat mijn teksten daarover gaan: een schreeuw naar liefde, een verlangen om aangeraakt te worden.” Hij zegt: “Dan zal ik je teksten herlezen.”

 

Afbeeldingsresultaat voor david hockney man wash

David Hockney: An appreciation

Deze column verscheen op 20/3/19 in De Morgen

Storm

Het is zondagochtend. We zijn verloren brood aan het maken en ik toon je een krantenknipsel van een panter. Er staat: ‘Eerste foto in een eeuw tijd van zeldzame zwarte panter in Afrika.’  Het dier is gefotografeerd door een camera die aan een bron werd neergezet. Het toestel maakt automatisch een foto als er beweging wordt gedetecteerd.

Ik zeg je dat we in een tijd leven waarin overheersing en consumptie de bovenhand nemen. We willen de planeet overmeesteren omdat we er niets van begrijpen. We denken dat we recht hebben op alle schoonheid van deze wereld, dat alles van ons is. Maar dan blijkt dat het dier dat je zo graag wil zien maar één keer op een eeuw voorbij komt. En dat je dus simpelweg moet wachten.

Je zegt me dat er vannacht een man door een walvis is opgeslokt en uitgespuugd. Ik zeg: ‘Hij zwom waarschijnlijk in de weg.’

We kijken naar Vivre sa vie van Godard. In hoofdstuk 12 vraagt Anna Karina aan een filosoof: ‘hoe weet je of de liefde echt is?’ Hij zegt: ‘Alles moet de tijd krijgen om te rijpen, dat is de zin van ons leven.’

Je vertrekt en even later sms je me dat er geen enkele trein rijdt. Ik stuur: ‘Kom maar terug.’ Het heeft iets gezelligs dat een natuurfenomeen onze avond bepaalt, wij hier met z’n tweeën dankzij de storm.

Buiten waaien er bomen om en vallen er bakstenen naar beneden. Rukwinden van boven de 100 kilometer per uur, maar hier – in dit bed – wordt geen beweging gedetecteerd.  De volgende morgen toon je me foto’s van je reis naar Japan. Rode, groene, gele bladeren in Zen Gardens.

Ik vertel je over het tv-programma Last Days waarin Lieve Blanquaert een bezoek aan de Japanse stad Okinawa brengt. De mensen worden daar meer dan een eeuw oud. Een Japanse man zegt in de camera: ‘Wij leven lang dankzij Ikigai. Er bestaat geen exacte vertaling van dat woord. Het gaat om het vinden van een reden voor een lang leven.’ Hij voegt eraan toe: ‘Onlangs heb ik mijn honderdste verjaardag gevierd. Er waren vele mensen, mensen die veel goeds zeiden. Na een eeuw te leven had ik voor de eerste keer het gevoel dat ik al die tijd mijn best had gedaan.’

De storm is gaan liggen en de treinen rijden weer. Ik zeg: ‘We hebben elkaar nu al vijf keer gezien, elkaar nog niet aangeraakt, en al zeven keer ruzie gemaakt.’ Jij zegt: ‘Ik wil tijd nemen.’  Je vertrekt. Ik kijk nog eens naar de panter. Ergens in de savanne staat een camera.

Afbeeldingsresultaat voor panter foto afrika

Deze column verscheen op 13/3/19 in De Morgen

Mijn hart

Ik zit in de wachtzaal van het stadskantoor in Antwerpen om mijn identiteitskaart te vernieuwen. Ik heb een papiertje in mijn handen met nummer 35. Onder het nummer staat: ‘Niemand wacht graag.’ Ik vind het een mooie empathische boodschap. Niemand wacht graag, maar het hoort erbij. Iedereen wacht constant: op een kus, een omhelzing, een vakantie, een sherry, de zon of een beetje seks.

Ik lees verder: ‘Word vandaag nog orgaandonor en red acht levens. Vraag ernaar aan het loket.’

Het is nu aan nummer 35 en op weg naar het loket besluit ik acht levens te redden.

Heel verveeld en geïrriteerd zegt de loketbediende: “Pasfoto alstublieft.” Ik zie op haar naamkaartje dat ze Katrien heet en merk aan haar apathische gezichtsuitdrukking dat ze op deze dag minder wereldverbeterende ambities heeft dan ik.

Ik zoek de pasfoto in mijn portefeuille. Op een toon van een Griekse klaagzang zegt ze: “Een recente pasfoto hé. Recent!”

Ze probeert de witte randjes van de pasfoto te knippen, maar het lukt haar niet. Ze kan elk moment instorten. Ze zegt me verwijtend – alsof ik zonet haar leven heb verwoest – “Het ambeteert me. Dit ambeteert me echt.” Ik zeg haar zo meegaand mogelijk: “Sorry. Echt, sorry voor de witte randjes aan de pasfoto.”

Ik ben ondertussen maar met één ding bezig: mijn organen. Kijk, ik wil gerust mijn organen doneren, maar dan verwacht ik wel een minimum aan dankbaarheid. En ook een minimum aan goede sfeer. Het is sowieso al niet makkelijk om mijn sterfelijkheid ter sprake te brengen. Ik bedoel: binnen enkele decennia lig ik op een bed onder witte lakens in een mortuarium.

En het is nog helemaal niet zeker dat ik tegen dan mijn ambities zal hebben waargemaakt. Ik heb nog zoveel te doen. Ik moet nog naar Mexico. En een gedichtenbundel uitbrengen. Eventueel honing leren maken. Koraalriffen, vulkanen en magische wouden ontdekken. Tantrales volgen. Een religie vinden, misschien een openbaring. Mijn liefde verklaren. En mijn liefde beantwoord zien. Ja, vooral dat laatste zou leuk zijn.

Ik zeg: “Katrien, ik zou graag dat contract tekenen om mijn organen te doneren.”

Er verandert iets. Haar blik wordt zachter.

Ik zeg: “Het is een rare gedachte dat mijn organen ooit in een ander lichaam zullen belanden. Mijn longen, mijn nieren, mijn hart.” Ze moedigt me aan: “Het klinkt misschien luguber, maar het is een goede daad.”

Ik sta nu buiten met een kaart waarop staat ‘orgaandonor’. Ik moet die status nog wel waarmaken. Momenteel zit er teer in mijn longen, whisky in mijn bloed en een pijnstiller in mijn lijf.

Aan mijn acht nabestaanden: “Sorry. Ik weet ook niet waarom.”

Afbeeldingsresultaat voor frida kahlo heart

Frida Kahlo

Deze column verscheen op 11/3/19 in De Morgen

Vrijgevochten vrouwen zijn gevaarlijk

Vrijdag staken de vrouwen voor gelijke rechten. Zelf staak ik niet, maar richt ik mij tot de media. Het is verontrustend hoe vrouwen nog dagelijks vanuit een zwakke positie in beeld worden gebracht.

Een voorbeeld: ik kreeg onlangs een recensie voor mijn theatervoorstelling. Hij schreef dat er “toch vooral veel vrouwen in het publiek zaten” en “dat er wel werd gelachen om mijn grappen, maar toch vooral door vrouwen”. Vorige week las ik in deze krant een artikel over de popster Billie Eilish. Ook hier schreef de recensent dat Eilish een vooral “jong, vrouwelijk publiek lokt. Zij konden zelfs voor een leeg podium amper enthousiast gekrijs onderdrukken.”

Wordt ooit geschreven dat vooral mannen aanwezig zijn op een concert of theatervoorstelling? Wordt ooit geschreven dat vooral mannen om grappen lachen? Wordt ooit over mannen geschreven dat ze het ‘krijsen’ niet kunnen ‘onderdrukken’? Als vrouwen schreeuwen, worden ze afgedaan als hysterische fans. Mannen zijn gewoon man. Man zijn is de norm. Mannen zijn in control.

Een ander voorbeeld is het artikel over de Nederlandse artieste Merol in deze krant. Merol zingt: “Hou je bek en bef me.” Alarm! Mannen zingen al jaren over
bitches en pussies, maar dit nummer wordt ‘voorzichtig’ opgepikt. Merol zingt over beffen en wordt gebombardeerd tot ‘franke feministe’. Zelf zegt ze: “De woorden kwamen gewoon mijn hoofd binnen gewaaid.”

Vrouwen die zingen over hun verlangen, zingen niet zomaar. Ze worden bestempeld als rebels, frank en expliciet.

In Rwanda heb ik veel mannen en vrouwen geïnterviewd over feminisme. Een man zei me: “Ik ga je eerlijk zeggen dat ik bang word van vrouwen die voor zichzelf opkomen. Zeker als ze geld hebben. Women with power, it’s so scary. They feel like the Messiah!”

Vrijgevochten vrouwen zijn gevaarlijk.

Hoe kun je een eigenzinnig, vernieuwend en onbevreesd levenspad bewandelen als alles wat je doet wordt gerelateerd aan je vrouw zijn?

Elke keer weer. Hoe is het om als vrouw ambitieus te zijn? Om als vrouw grappig te zijn? Om als vrouw geld te verdienen? Om als vrouw zin te hebben in seks?

Stop met die vragen. Belicht de vrouwelijke kracht. Vrouwen die iets ondernemen, tegenspreken of opkomen voor hun genot zijn geen aliens.

En toch hoor ik zo vaak: ‘Wees voorzichtig’, ‘Ga niet in conflict’, ‘Stop erover te schrijven’. ‘Te veel verlangen schrikt de man af. Laat hém maar jagen’, ‘Als je te moeilijk doet op je werk, zal je niet meer worden gevraagd’.

Met andere woorden: als ik voor mezelf opkom, ga ik failliet. Als ik mezelf ben, ben ik desastreus. Ik ben een bedreiging. Eenzaam en alleen.

Het werk neerleggen is niet genoeg. Wees desastreus. Wees ongehoorzaam. Laat jezelf horen. Be a badass!

Afbeeldingsresultaat voor alma lopez

Beeld: Alma Lopez

Deze column verscheen op 6/3/19 in De Morgen

Nymfomane

Ik lees maandag in deze krant over het betoog ‘We should all be feminists’ van Chimamanda Adichie. “Mannen moeten partners worden in de strijd voor gelijke rechten.”

Zelf vind ik mannelijke feministen bijzonder sexy. Ze getuigen van moed en een open blik als ze naar me luisteren in de zoektocht naar gelijkwaardigheid. Ik ben alleen bang dat mannen mijn vrijgevochten verlangens niet altijd leuk vinden. Of toch zeker niet sexy.

Een voorbeeld: ik sta in mijn keuken met een man. We zien elkaar al enkele weken maar we hebben nog geen seks.
Ik zeg: “Ik heb zin om met je te vrijen en wil dat niet meer verstoppen.”
Hij zegt: “Je gaat te snel.”
“Het is toch niet normaal dat je in mijn bed ligt en niet wil?”
“Hangt ervan af wat je normaal vindt.”

Er valt een heel ongemakkelijke stilte.

Hij wordt boos: “Moet je hier nu echt over praten? Nu is er nog meer druk. Ik ben bang dat ik je niet kan geven wat je wil.”
“Maar dat kan je toch nooit weten? Liefde is risico nemen.”
Hij denkt even na: “Een vriend van me zegt dat jij een nymfomane bent.”
Ik verslik me in mijn glas wijn: “Excuseer?”
Ik kom bij en zeg: “Dus omdat ik zin heb in seks, ben ik een nymfomane?”
“Je schrijft zo veel over mannen. Het lijkt alsof je bed overbevolkt is. Ik wil niet een van de velen zijn. Ik wil niet dat je me consumeert.”

“Ik ben inderdaad al met mannen naar bed geweest. Moet ik hiervoor gestraft worden? Er zijn ook veel momenten dat ik hier alleen lig. Oké, er zijn pieken. Maar over het algemeen is mijn bed echt héél dunbevolkt. Zo dunbevolkt dat je bij momenten van een zeer dreigende, verontrustende krimpende onderpopulatie kan spreken!”

Ik ga te rade bij mijn vriendin Manon. Manon is transgender en was vorig jaar nog een man. Ze zegt: “Ik werk in de bouw en merk dagelijks dat het me als vrouw meer moeite kost om leiding te geven. Wat bedoelt hij met nymfomane? Een leading lady met gezonde driften?”

“Hij is bang dat ik hem wil consumeren.”
“Dus consumeren is een exclusief mannenrecht?”

Beyonce zingt: “We say to girls: you can have ambitions, but not too much.” Ik vraag me af: We can have (sexual) desires, but not too much?

Of moet ik me wat zachter opstellen? Feminisme gaat tenslotte ook over een liefdevolle ontmoeting met de ander. Ik jaag ze alleen maar weg.

Zelf vind ik mijn verlangens heel redelijk, maar de conclusie is: ik lig weer in een leeg bed. Ik doe het licht uit en trek me op aan de quote van Charlotte Gainsbourg uit de film Nymphomaniac: “Ik hou van mezelf én van mijn begeerte.”

Afbeeldingsresultaat voor nymphomaniac stacy martin orgasm

Charlotte Gainsbourg in Nymphomaniac

 Deze column verscheen op 27/2/19 in De Morgen