Juryrapport 26e Groninger Studenten Cabaret Festival 2012

Jury:
Pieter van Empelen
Willem Gunneman
Harry Kies
Laura Marcus

“Zo en nu even niets”, zegt Julie en gaat op een stoel zitten niksen.
Wie dat durft, doet en de zaal tot diepe aandacht en vertwijfeling dompelt, heeft een groot gevoel voor theater en timing.

Julie vertelt in een associatief consistent verhaal waarin, ondanks veel zijwegen alles blijft kloppen, haar zoektocht naar contact. Met als hoogtepunt haar verbijstering in de Starbucks.

Ze heeft de zaal als het ware aan een touw en stuurt met haar emoties de toeschouwer.

Dat zou nog krachtiger kunnen als het nog wat kernachtiger en compacter zou worden gemaakt.

De liedjes lijken eenvoudig getoonzet. Maar in de beperking toont zich hier de meester. Ieder akkoord is raak en accentueert de liedtekst en zang.

Veel Vlaamse cabaretiers bedienen zich van absurdisme, waarbij voortdurend buiten de lijnen wordt gekleurd, en waarbij het verhaal vaak nodeloos ontspoort. Niet bij Julie. Haar magische realisme blijft met de voeten in de klei, dan wel in de Vlaamse aarde. Zo pakte ze de man die zij voor haar onkruidverhaal gebruikte (in de halve finale) later hard terug, toen deze met zijn telefoon begon te spelen.

Ook heeft ze soms een harde toon, zoals bij het verhaal over haar moeder.

Julie creëert een uniek, persoonlijk universum waarin haar regels gelden, en waarin zij de jury zeer aangenaam rondleidt.

Voorgelezen door Harry Kies in de Stadschouwburg Groningen, 2 november 2012
over de voorstelling Ondanks Alles. MET DANK AAN:

De organisatie van het GSCF, het bestuur en regisseuse Audrey Bolder.
Toneelacademie Maastricht.
Hannie en Steef Schinkel van het Schiller Theater Utrecht.
Ellen Schoenaerts voor de coaching van de liedjes.
Hannah De Meyer en Alexia Leysen voor de toewijding en inspiratie.

Pieter Bouwman voor het geloven en het aanwakkeren van al wat er nog niet was.

Hoe bereid ik een eenheidsworst?

De feministe van vandaag heeft een grote bek, maar blijft liever anoniem. Toch voelen wij ons gepakt. Mannen zijn vuile geilaards en daarvoor zullen ze boeten. Turtelboom kondigt de nultolerantie aan. De glans van een charmant compliment wordt op gewelddadige wijze afgeschuurd.

Toegegeven, het veroordeelde geslacht heeft het ook niet makkelijk. Laten we hen een handje helpen. Hier enkele tips voor de moderne vrouw om seksuele intimidatie te voorkomen:

1. Vanaf nu draagt u enkel gewaden waarin geen enkele vrouwelijke vorm te bespeuren valt. Probeer op een goedkope tent te lijken. Ideaal is als u ‘s nachts wordt verward met een zwarte motorhoes.

2. Laat uw blonde snorharen zwart verven.

3. Stel de tandartsbehandeling voor tandsteen een paar jaartjes uit. Wanneer u in vol enthousiasme uw inhoudsloze verhaal uitspuwt, zal de nodige afstand bewaard worden.

4. Wanneer uw baas zijn Parkerpen laat vallen buigt u zich voldoende voorover zodat uw harige bilspleet én goedkope tijgerstring duidelijk zichtbaar worden. U zal vanzelf wel merken dat dit de ultieme wapens zijn tegen machtsmisbruik.

5. Loop een buikgriepje op en leg tot in detail uit hoe uw lichaamssappen er qua kleur, geur en consistentie uitzien. Wanneer u een braakaanval voelt naderen bent u niet gegeneerd hem te vragen uw gele, vettige paardenstaart in de hoogte te houden zodat u vrij kan kotsen.

6. Op café neemt u drie slokken van die bruisende cola en laat dan een overdonderende boer.

7. Door deze krachtinspanning heeft u uw anussluitspieren niet meer onder controle en ontsnapt er een luidruchtige trilling vanuit uw tijgerstring. (Ik weet het, ernstig genomen worden als vrouw, vraagt een hoge tol).

8. Wanneer u zelf de behoefte voelt om een man seksueel te intimideren, willen wij, als organisatie ‘de vunzige wijven’, u aanraden om geen verkeerde signalen door te seinen. Maak de man in kwestie duidelijk dat het maar voor één keer is. Zo heeft u de dagen daarop geen last van traumatiserende smsjes en hoeft u niet expliciet ‘néén’ te zeggen, want dat vreet energie!

9. Tijdens de wip gedraagt u zich als een verlamde, uitgedroogde mossel die nooit meer week kan worden. Wanneer u tot een hoogtepunt komt, zorgt u ervoor dat u zijn rug tot bloeden toe openkrabt. Kreunend brult u ‘lang leve de emancipatiestrijd!’

10. Als er – ondanks alles – toch nog een man is die het waagt om een compliment te maken, lach dan beleefd terug en lever 10 jaar later een klacht in.
Getiteld ‘van compliment tot incident.’
Probeer zowel zijn professionele als privéleven te ruïneren.
Vernietig, verwoest, verdelg, vermorzel tot hij niemand meer is.
Kraak de womaniser kapot.

Als u deze tips nauwlettend volgt kunnen wij u voor 99 procent garanderen dat u nooit meer last zal hebben van seksuele intimidaties op de werkvloer én daarbuiten. Alvast veel succes gewenst!

De poëtica van het leven

De poëtica van het leven, wie zal die ons geven? Het is vast niet de eerste keer dat u dit hoort, maar naar het schijnt biedt het kapitalistisch systeem toch bitter weinig kansen op geluk. Koop nu voor 9,90 Euro het zelfhulpboek Hoe leef ik in de flow van het leven? of ga als de bliksem naar de nieuwe theatervoorstelling van Peter De Graef, Boiling frog, uitgevoerd door Toneelgroep Oostpool. Ik raad u aan om het tweede te doen.

Als u de moed vindt om u te verplaatsen naar een culturele activiteit, maakt u kennis met de familie Berkema. Hoewel we ons in het jaar 2017 bevinden is de woonkamer oubollig. De stilstand van het leven is hier verborgen in het decor. De familie Berkema doet al 264 jaar in keramiek zonder veel innovatie. Er liggen plannen voor nieuwe productietechnieken te lonken, maar uiteindelijk worden deze revolutionaire ideeën niet doorgevoerd. Er heerst een weigering tegenover de vernieuwing. Op die manier wordt onze apathische houding tegenover het huidige systeem, namelijk het kapitalisme, bekritiseerd. ‘Het begrip geluk is vervangen door koopkracht.’ Economie is onze nieuwe religie en dat heeft een destructief effect. ‘Durf van je plek te komen!’ luidt het.

Verandering vraagt daadkracht. De personages uit Boiling frog willen een revolutie, maar beschikken niet over het lef om grote stappen te zetten. Een beetje zoals het nu is, velen zijn tegen het kapitalistisch systeem en de uitbuiting van de minderbedeelde, maar buiten Oxfam-biosap te drinken, doen de meesten niets. Logisch, er is ook geen duidelijke nooduitgang die ons buiten het systeem leidt.
Na enige tijd is er dan toch sprake van een heldendaad op het toneel. En zoals dat bij elke revolutie geldt, moet er iemand buitenspel worden gezet. De tiran van het gezelschap wordt monddood gemaakt. Na deze ‘overwinning’ staat iedereen er wat onwennig bij. Een aanval plegen is makkelijk, een alternatief zoeken is ingewikkeld.

Als je een kikker in kokend water gooit, schrikt die kikker zich rot en zal hij zich verzetten tegen de dood. Hij zal spartelen en revolteren. Maar als je het water zachtjes aan de kook brengt, zal de kikker zich zonder enig protest laten opbranden in het kokende water. Een metafoor voor de Westerse manier van leven. We hebben ons aangepast aan het kapitalistische model. We zijn verslaafd aan hogere winsten zonder garantiebewijs op geluk. We voeren geen oorlog meer, we wachten niet meer op God. Waar staat ons leven nog voor?

Het keukenmeisje filosofeert ondertussen over het ego en geeft ons een tip: gedachten moet je nauwkeurig ordenen in je hoofd, plak op elke gedachte die je hebt een etiketje. Ik huiver op mijn stoel en hoop dat ik niet al te veel levenslesjes zal krijgen à la Eckhart Tolle, onze nieuwe God, die in zijn bijbel – euh excuseer – boek, een nieuwe aarde, pleit voor een egoloos bestaan in de kracht van het nu. Wat mij betreft, een utopisch model van leven, waar je uiteindelijk meer stress van krijgt dan hoop. Ik verdenk De Graef erop dat hij dit boek wel heel aandachtig heeft gelezen.

De voorstelling Boiling frog, geeft me daarentegen geen stress, maar hoop. Dankzij een filosofische tekst, een ijzersterke cast en een strakke regie worden onze hedendaagse wetmatigheden op een confronterende, tragische en hilarische manier in vraag gesteld. Het resultaat is een satire op de tijdgeest. Verwacht geen uitkomst, geen alternatief, geen verbanddoos of een flow. Met een beetje geluk verlaat je de zaal met een buisje zwarte inkt, daarmee schrijf je dan hooguit enkele regels voor de poëtica van het leven.

http://www.toneelgroepoostpool.nl/Voorstelling-70271-Boiling-Frog.aspx

Wie geen mogelijkheidszin heeft, heeft geen werkelijkheidszin

De dakloze loopt door de kilte en probeert te genieten van het gekraak van de sneeuw onder zijn redelijk koude voeten. Een vogeltje is de kluts kwijt maar blijft fluiten. De dakloze schreeuwt om hulp in een vreemde taal. Niemand vindt een tolk, maar iedereen kan hem verstaan. Wanneer hij opvang vraagt is er een vriendelijke dame die niet zeker weet of dat hij bij de doelgroep ‘nachtopvang’ hoort. Ondertussen loopt er een vergadering waarbij men deze doelgroep probeert te definiëren. De vergadering is voorzien van thee en koekjes.

De dakloze fluit een winterliedje. Toen hij vannacht in Brussel-Zuid aan het klagen was, zei zijn vriend “denk maar aan Siberië, daar is het pas écht koud!” Het was een magere troost. Maar oké hij doet zijn best, la vie est belle.
De volgende dag vraagt hij voorzichtig naar een opgedekt bed. “Helaas” zei een beleefde medewerker, “als je niet telefonisch reserveert kom je er niet in.” Principes bevriezen niet.

Kazernes staan ter beschikking, maar er is geen transport. Loodsen worden vrijgemaakt maar worden niet instap klaar verklaard. Warme zielen bieden een kamertje aan, maar ook dat wordt niet aanvaard. Mensen die tot de doelgroep ‘nachtopvang’ worden gerekend moeten begeleid worden door mensen die daarvoor zijn opgeleid.

“Wie geen mogelijkheidszin heeft, heeft geen werkelijkheidszin” schreef Robert Musil eens op een koude winterdag. En ik vraag me af waarom al die vakbonden, ambtenaren en politici de mogelijkheden door mist laten vervagen. Een zinloze mist van regeltjes, formulieren, voorwaarden en administratie.

Gelukkig is er ook goed nieuws. De dader is gevonden. Haar naam is Maggie. Eén voor allen, allen voor één! Zo kunnen wij allemaal gezellig, voor de open haard klagen over die éne grote, dikke boosdoener. Zolang we zelf maar niet in actie moeten schieten. “Niemand heeft iets gehoord, zo blijven wij in leven” zong Bram Vermeulen eens op een koude winterdag.

Ondertussen valt de centrale verwarming uit op het kabinet. “Vlaamse ambtenaren verkleumen op bureau.” Een vrouw klaagt over de kou: “Schandalig!” Een collega probeert haar te troosten “denk maar aan de daklozen, die hebben het pas écht koud!” Ze vindt het maar een magere troost en wil haar vakbond contacteren. Liever staken dan stoken.

De dakloze wandelt verder door de besneeuwde straten, hij fluit zijn winterliedje uit. Een ijzige wind vanuit het Oosten doet hem haperen. Zijn hele leven is niet instap klaar, bedenkt hij zich. “Vanaf nu beslis ik om tegen elke situatie ‘ja’ te zeggen” mompelt hij vastberaden. En dat is het enige wat hem hoop geeft op deze koude winterdag.

Stakende kerstboom

Voor ons huis staat een depressieve kerstboom. Een grote, logge spar. Helemaal naakt. Hij staat daar zonder enige bestaansreden of zin scheef te staan. Naast hem staan er allerlei andere kerstboompjes wel vrolijk te wezen. Rechtop en trots vieren ze hun glorietijd van het jaar: peperdure kerstballen, goedlachse engeltjes en paarse strikken.

Elk jaar wordt onze straat omgetoverd tot een kerstboomparadijs. Elke bewoner van de straat krijgt van de stad een kerstboom cadeau die hij dan naar eigen smaak en goesting mag versieren. De ene kitsch, de ander stijlvol. Een leuke manier om de ware aard van je buren te leren kennen.

“Waarom ligt onze kerstboom er dit jaar bij als een zwerver die op kerstavond genoegen moet nemen met een goedkoop blik bonen?” vraag ik beleefd aan mijn moeder. Er vormen zich drie agressieve rimpeltjes tussen haar wenkbrauwen. Meestal is dat geen goed teken. Het vrolijke kerstdeuntje op de radio moet wijken voor een bezielde klaagzang: “dit jaar was het de beurt aan de onderbuurvrouw om de kerstboom te versieren. Ze heeft zelfs de moeite niet genomen om die boom recht in de pot te zetten! Als zij het niet doet, doe ik het zeker niet!” Naast die drie rimpeltjes komen er nu ook bloeddorstige tanden tevoorschijn.

Dus zitten wij dit jaar opgeschept met een luie, klagende, ambitieloze en weerbarstige kerstboom voor onze deur. Het product van laksheid. Koppigheid is hier als een lekkende kraan, het stoort en het levert niets op.

Er vormen zich 20 agressieve rimpeltjes rond mijn mond. Meestal is dat geen goed teken. “Waarom zouden we dat armzalige boompje daar zo zonder lichtjes scheef laten staan? Leggen we de kerstboom plat uit principe? En voor welk ideaal?” Stilte voor de storm. Ik word nu echt heel boos. “Ik kan niet tegen stilstand in de hoop dat er iets zal veranderen!”

Het kerstdeuntje gaat verder. Let it snow, let it snow, let it snow. Mijn moeder zegt op sarcastische toon: “ga jij de wereld maar verbeteren.”

Na een opera aan bezielde klaagzangen en nog meer agressieve rimpeltjes zijn we uiteindelijk samen naar buiten gelopen. Vol overgave hebben we samen de kerstboom versierd. Peperdure kerstballen, goedlachse engeltjes en paarse strikken. Iemand moet het doen.

Ik gun iedereen een kerstfeest vol beweging, kwestie van onszelf en de anderen wat meer dan een blik bonen te gunnen.

Plagiaat, Professor?

Beste Professor,

Op de Universiteit is er een hele nieuwe wereld voor mij opengegaan. Een wereld van literatuur, geschiedenis, auteurs en theaterstukken die ik nog niet kende. De liefde en passie voor het vak van de taal- en letterkunde werd me vol toewijding meegegeven. Het mooiste moment was toen Professor Peeters, tijdens een college Franse letterkunde, een fragment uit het Roelandslied voorlas en hij zijn tranen niet kon bedwingen. Hij excuseerde zich daarvoor, maar ik vond dat niet nodig. Ik vind niets mis met tranen uit passie, of tranen in het algemeen. Niet dat ik zelf zo wild ben van die tekst maar een professor die al 10 jaar lang het Roelandslied voorleest in een aula, en elke keer weer bij dezelfde regels in tranen uitbarst, dat vind ik passie doorgeven.

Jammer genoeg verliet Professor Peeters de Universiteit. Later kwam ik bij u terecht en kreeg ik de opdracht om te schrijven over de literatuur en het theater. U verzocht mij beleefd om niet vanuit een emotie te schrijven. U vroeg mij om de intuïtie overboord te gooien en te grasduinen in theoretici, citaten en voetnoten. Bij u heb ik nooit één traan van uw wangen zien rollen. Ik zag wetenschappelijkheid, een serieuze blik en een professionele houding.
U vraagt mij om 25.000 woorden te schrijven over een probleem. Dat wordt dan mijn Masterscriptie. Mijn probleem: “hoe gaat de recensent om met de sociaal-artistieke praktijk?”. Het goede nieuws is: ik moet geen oplossing vinden voor dat probleem. Zo kunnen andere studenten nog snoepen van mijn onoplosbare onderzoeksvraag. Daarbij mag ik niet teveel informatie uit mezelf putten: het doel is om relevante bronvermeldingen op te geven van belezen kenners.

Ik ben een robot die een werkstuk schrijft, waar geen haan naar zal kraaien. Ik schrijf een studie van een studie van een studie van een studie. Tussen vier muren. Als enige lichtpunt een Senseo. Een Storywood. Bounty’s. Maar Professor, ik wil schrijven over de dingen die mij raken, de dingen die ik voel en de dingen die ik niet begrijp. Ik wil de dingen die ik lees of zie toetsen aan mijn eigen leven en mijn eigen ervaringen. Ik wil niet verklaren vanuit een theoretisch model! Natuurlijk wil ik de waarheid ontdekken, maar waarom moet ik die waarheid citeren?

Deze middag sprak ik u op de binnenkoer van de Universiteit. Sereen, afstandelijk, professioneel en weinig tijd zoals altijd. Ik zei u dat ik de 25.000 woorden met moeite vind en ik begon redelijk emotioneel te ratelen. Ik verloor mijn beheersing en ik zag dat u dat zeer ongemakkelijk vond.

******************Gevoelens zijn uit den boze.*******************

Ik merkte dat u het eigenlijk ook maar een vervelend onderwerp en een oninteressante case-study vond. U heeft waarschijnlijk ook wel andere dingen aan uw hoofd. Maar we bleven beleefd en we zochten samen naar een antwoord op de onderzoeksvraag. En ik vroeg me af: ‘wie houdt hier nu eigenlijk wie voor de gek?’
Nu was ik het die in tranen wilde uitbarsten. Uit onmacht. Omdat we daar allebei leeglopen op die binnenkoer. Omdat we twee marionetten zijn die ook een theaterstukje opvoeren. Regieaanwijzing: hou afstand, wees koel en afzijdig. En word vooral niet persoonlijk. Al die tijd dat ik les van u kreeg in de theaterwetenschap wilde ik vragen waarom u werd geraakt door een stuk. Wat u voelde en hoe het toepasbaar was op uw leven. Maar dat zou natuurlijk ongepast geweest zijn. Als theater moet raken, waarom kunnen we het dan niet hebben over een raakvlak?

Ik heb mijn tranen kunnen bedwingen. Gelukkig. Ik heb drie keer goed ingeademd. Ik heb mezelf herpakt. Want ik heb mijn cijfer nodig. Ik moet gedisciplineerd door het leven. Ik moet doorzetten. Dan krijg ik als beloning een diploma, en daarmee geraak ik wel aan de bak. Dat is uw belofte.

Voordat u me van plagiaat beschuldigt, wil ik nog meegeven dat deze brief is geïnspireerd uit een tekst van Doris Lessing, gepubliceerd ter gelegenheid van de heruitgave van Het Gouden Boek. Er zijn zelfs zinnen die ik klakkeloos heb overgenomen zonder voetnoot.

Met vriendelijke groet,

Julie

ADHD

Vandaag had ik een heel leuk gesprekje met een meisje van 10 jaar oud. Nu is het niet mijn gewoonte om babbeltjes te slagen met 10 jarige meisjes, maar toch vond ik haar heel bijzonder.

Ik zit naast haar. Zij is met pareltjes aan het spelen en ik ben een tekening aan het inkleuren. Op mijn tekening staan Boeddha’s. Ze houdt me in de gaten en kijkt naar mijn tekening. Plots vraagt ze me wat voor Boeddha’s er op mijn blaadje staan. Ik ben op zich wel geïnteresseerd in culturen en religies, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik totaal niet op de hoogte ben van het soort Boeddha op mijn tekening: “sorry, wat bedoel je?” Hier antwoordt ze op: “Ja, je hebt dus 2 verschillende soorten Boeddha’s: de Mahayana’s en de Hinayana’s. De ene overtuiging heeft magere Boeddha’s als symbool en de andere eerder dikkertjes. Ik ben verwonderd: “dat jij dat allemaal weet?” Waarop het meisje zegt: “oh ja, geleerd op school. We hebben het ook nog over de Islam en het Jodendom gehad. Trouwens, ik geloof niet in God hoor. Mij ga je niet wijs maken dat Mozes de zee in twee  heeft kunnen splitsen. Wie gelooft er nu nog in geesten? Het is misschien een mooi verhaal maar ik trap er niet in.” Haar leeftijdsgenootjes zwijgen en doen alsof het normaal is dat een 10 jarig meisje zo over God spreekt.

Ik besluit om het gesprek wat luchtiger te maken en vraag naar haar lievelingsprogramma’s op tv. “Tv!? Daar kijk ik niet naar hoor. Ik verveel mij dood als ik naar tv moet kijken. Ik lees veel liever. Mijn lievelingsboek is Harry Potter 3. In de originele taal dan, in het Engels dus.” “Oh, do you speak English?” vraag ik (met een afschuwelijk accent). Het meisje begint te ratelen in het Engels met een prachtig Brits accent. Ze heeft het over American English en British English en het verschil daartussen. Dat ze bijvoorbeeld in de U.K “underground” gebruiken voor metro maar dat het in de V.S “subway” is. Ze beschrijft haar lievelingsplaats, de Time Square in New York. Maar voegt  toe dat Parijs ook heel mooi is, vooral de Eiffeltoren dan. Ik durf haar niets meer in het Engels te vragen, omdat mijn accent in vergelijking met het hare gewoon gênant is. “Jij bent vast tweetalig opgevoed?” vraag ik. “Nee hoor” zegt ze, “gewoon geleerd.” Plots begint ze in het Spaans te tellen (want ze heeft ook nog op Spaanse les gezeten). “Un, dos, tres,… cuarenta y cinco.” “Jij moet echt taal –en letterkunde gaan studeren!” zeg ik enthousiast. “Oh nee, hoor, dat gaat niet, ik kan geen taal en letteren studeren want ik heb ADHD. En ik heb daarbij ook nog eens last van hyperconcentratie dus ik ben vooral goed in beta-vakken als Wiskunde en minder in de alfa-vakken als talen.”

Wie heeft dat etiket nu weer op dat kleine meisje geplakt? Aan een kind van 10 die Harry Potter in het Engels leest zeg je toch niet dat ze beter in beta-vakken is omdat ze ADHD heeft!? Trouwens: alfa-vakken!? beta-vakken? In welk centrum verzinnen ze al die termen toch?

“Wat wil jij later worden?” Vraag ik haar. “Dat weet ik nog niet” zegt ze nu iets stiller. “Ik moet er natuurlijk ook rekening met houden dat ik het Syndroom van Asperger heb.”

Ik heb echt te doen met de leerkrachten van tegenwoordig. Moeten zij niet een extra opleiding volgen zodat ze al die kinderen wel efficiënt en adequaat kunnen begeleiden? Vraag me niet waarom, maar de laatste 10 jaar is het aantal autisten, ADHD’ers, ADD’ers, dyslecten, dyscalculecten, dyspracten, hoogsensitieven, hoogbegaafden, laagbegaafden, syndromen en leerstoornissen aanzienlijk gestegen. Over elke term worden er dan ook nog een 10 tal boeken geschreven. Bedankt daarvoor. Stel je voor dat we die termen door elkaar zouden halen. En ik heb nog meer te doen met die ouders die nu met z’n allen moeten bidden en hopen dat hun kind zo normaal mogelijk is en gewoon meegaat met de stroom. Laat het alstublieft geen dromertje zijn of het is sociaal gehandicapt, laat het ook geen dyslexie hebben want dan kunnen we de Universiteit op onze buik schrijven, en ook liefst niet te energierijk want dan zitten we voor de rest van ons leven vast aan de rilatine.

Oh God, Mozes en Boeddha: behoed ons voor de stoornissen, problemen, vertragingen, beperkingen en achterstanden!

En ik heb misschien nog het meest te doen met dat kleine meisje, dat op haar 10 al wordt lastig gevallen met termen als Syndroom van Asperger, ADHD, alfa-vakken, beta-vakken en gamma-vakken. Laat haar toch gewoon met die gekleurde pareltjes spelen! Laat haar toch genieten van de verwondering in de kleine dagdagelijkse dingen en de grootse dingen des leven! Laat haar toch verdomme met rust!

En ze kijkt naar mijn tekening waar nog steeds Boeddha’s op staan en ze zegt: “Sorry hoor, maar blauw is echt geen Boeddhakleur. Je kan maar beter rood en oranje gebruiken.”