Ambities (Deel I/III)

Ik had gehoopt dat de menselijke natuur als volgt in elkaar zou zitten: ik presteer, ik voel voldoening. Dat lijkt mij een rechtvaardige dynamiek in het menselijke brein. Bij mij zit het zo: ik presteer, ik wil meer, ik wil nog meer, ik krijg niets meer, ik voel mij leeg. Ik vind dat een verwarrende dynamiek, waar ik graag grip op zou proberen krijgen. Verwarringen analyseren doet groeien. Zodoende volgen hier de ervaringen van een wispelturige*, 28-jarige vrouw die totaal verward is door haar eigen drijfveren, ambities en overtuigingen.

* Persoonlijk vind ik ‘wispelturig’ een heel mooi eufemisme voor ‘labiel’.

Vluchtwegen
Het is midden juni en ik sta op het punt om af te studeren als regisseur aan de Toneelacademie Maastricht. Mijn dure afstudeerjurk hangt gestreken aan een kapstok en ik lig teneergeslagen in bed. Binnen enkele dagen word ik verwacht op de diploma-uitreiking maar ik heb alleen maar zin om me te pletter zuipen, te janken, te dansen in een foute discotheek of te mediteren in de Kalmthoutse heide. Omdat ik deze activiteiten op zich heel maatschappelijk aanvaardbare vluchtwegen vind, besluit ik ze allemaal, in bovengenoemde volgorde te volbrengen.

De reden dat ik weerstand voel tot die diploma-uitreiking is omdat mijn klasgenoten mij levend kunnen villen sinds de dag dat ik niet kwam opdagen bij mijn eigen theatervoorstelling op het afstudeerfestival te Maastricht. Zelf vond ik het een lumineus idee: ambitieuze regisseur crasht door haar eigen ambities, ze kan niet meer bewegen door een nekblokkade, ze beslist te blijven liggen en vanuit haar bed spreekt ze het publiek via een videoboodschap toe (even een momentje van reclame: https://www.youtube.com/watch?v=wO_3W46yQqU). Ze geeft toe dat de twijfels over haar mogelijk succes haar verlammen. Ze is in de war over haar werkelijke drijfveren en vraagt zich af waarom ze doet wat ze doet en voor wie.

Door de ambities van anderen in vraag te stellen wilde ik mijn eigen ambities waarmaken: namelijk succes boeken met mijn stunt. Ja, de gedachte “misschien kan deze videoboodschap wel een hitje worden” kwam vaker in mij op dan het ware engagement in deze prestatiemaatschappij. Mijn boodschap kreeg niet het gewenste effect. Mijn klasgenoten voelden zich in de steek gelaten, de meeste docenten negeerden me botweg en ik kreeg maar 400 hitjes op Youtube. Hierdoor vergat ik mijn oorspronkelijke doel: te hoge ambities in vraag stellen. Het leek wel of niemand echt geïnspireerd werd door mijn pseudo-geëngageerde stunt. Nu ik erop terugblik bedenk ik me net dat al die potentiële werkgevers, misschien wel mijn belangrijkste doelpubliek, ook niet echt onder de indruk waren van mijn statement. Ik zie ze in ieder geval nog altijd niet met een contract zwaaien. Doel gemist dus.

Gebrek aan beloftes
Gelukkig kregen mijn klas en ik eind juni toch weer een samenhorigheidsgevoel, met veel dank aan de jury van de Ton Lutz Award 2015. De Ton Lutz Award is een prijs ter waarde van 5000 euro die jaarlijks wordt uitgereikt te Amsterdam aan de beste afstudeerregie. Mijn afstudeerregie was ook opgenomen in de wedstrijd, aangezien ik na de videoboodschap weer de moed had om op te staan en een voorstelling te maken, getiteld ‘Het wisselvallige leven’ (werktitel).

De Nederlandse krant NRC schreef over deze prijs op 25 juni 2015:

“De jury van de Ton Lutzprijs voor de beste afstudeerregie heeft gisteravond geweigerd de prijs toe te kennen. Op de slotavond van het ITs-festival voor afstuderende podiumkunstenaars stelde de jury dat niet een van de acht meedingende voorstellingen genoeg kwaliteit bezat om te worden bekroond. In alle voorstellingen miste de jury consistentie, eigenzinnigheid en noodzaak.”

Uiteraard kwam er protest uit de zaal gewaaid, de voormalige directeur van de Toneelschool Maastricht, Leo Swinkels, merkte terecht op dat deze prijs gaat om een ‘belofte’. Hierop reageerde jurylid Gerardjan Rijnders dat dat niet waar was, en dat er bovendien ook geen belofte was gesignaleerd.

Toegegeven, het is een heel origineel concept, wie zou het eigenlijk bedacht hebben? Zou er werkelijk iemand zijn opgestaan met het idee: “hey, we organiseren een wedstrijd voor afgestudeerde regisseurs! De regisseurs in kwestie moeten zich niet inschrijven voor de wedstrijd, dit gebeurt automatisch als ze in hun laatste jaar terecht komen. Vervolgens organiseren we een prijsuitreiking voor deze wedstrijd waar ze dus ongewild in terecht zijn gekomen, maar dan met alles erop en eraan! Omdat dit alles heel veel geld zal kosten, vragen we het jonge talent in kwestie om zelf hun inkomkaartje te betalen in plaats van ze uit te nodigen. En als ze daar dan eenmaal bang en zenuwachtig op hun stoeltje zitten wachten, zullen we hen publiekelijk vernederen door hen te verwijten dat ze zelfs geen belofte zijn.” Ik vind: als je met zo’n idee opstaat, kan je beter blijven liggen.

Noodzaak
Maar goed, ik ga niet ontkennen dat het geen pijn deed. Ik had bij het afstuderen een duwtje in de rug verwacht, maar kreeg een extra drijfveer om in bed te blijven liggen. Mensen die meer schouderklopjes verwachten dan ze krijgen, nemen het risico bedlegerig te worden. In mijn bed mijmerde ik over de niet uitgereikte prijs en begon ik op een obsessieve manier elke recensie over mijn voorstelling of wat er mogelijk over mij geschreven zou kunnen zijn op het wereldwijde web te lezen. Ik vergat nogmaals mijn team (mijn acteurs, coach, productie,…) dat zo hard aan mijn droom had meegewerkt en belde in de plaats al jammerend vage kennissen op. Meningen van mensen waar ik in het dagelijkse leven geen waarde aan hechtte werden plots het centrum van mijn bestaan. “Jij denkt toch wel dat ik goed genoeg ben hé?” Bevestigingsdwang en zelfmedelijden namen de overhand, het was een put die niemand kon vullen, de leegte zat in mij.

Ja, ik geef het toe: ik wil schitteren. En dat klinkt banaler dan het in werkelijkheid is. Het probleem van een vurig verlangen tot schittering is dat je jezelf vaak in een beperkt creatieve positie plaatst. Wie in een concurrerend klimaat wil presteren wordt jaloers en leidt aan stress. Dat is een erg jammerlijke dynamiek om telkens opnieuw bij anderen en vooral ook bij jezelf vast te stellen. Het levert geen eigenzinnig werk op. De uitdaging zit dus in het verwerven van een positie waardoor je vertrouwen in eigen kunnen verwerft en de ander zijn licht gunt.

Ik kwam dus in mijn bed tot inkeer. Ik belde mijn coach, en tevens goede vriendin, Ellen Schoenaerts en vroeg haar alvast een beetje beschaamd: “Mijn lief vindt me egocentrisch, vind jij dat ook?” “Ja, je zit in een egotrip” antwoordde ze. “Maar dat is niet erg, je bent aan het groeien.” Ze zei: “Focus op je werk en probeer geconcentreerd te zijn op het echte leven. Met een open blik, los van elk mogelijk klein wereldje.” Ik dank haar bij deze voor haar geduld en haar confronterende doch vervelende strengheid en de suggestie om op zoek te gaan naar de kern van de zaak.

Levensinzicht 1
Wie zich te hard focust op non-events neemt het risico om te veranderen in een in zelfmedelijden vervallen narcistisch, ijdele strever die alleen met eigen schittering bezig is.*

*We laten in het midden of ik hier een goed voorbeeld van ben. Ik vind dat er al genoeg kwaadsprekerij over mezelf heerst in deze column.

Levensinzicht 2
Het volgende inzicht richt ik graag tot de jury van de Ton Lutz Award 2015. Wat zou die arme Ton er eigenlijk allemaal van vinden? Ik hoop maar dat er later nooit een prijs naar mij vernoemd wordt. Maar goed, dit is mijn mededeling:

Beste jury, u verwijt de jonge garde dat er een gebrek aan ‘noodzaak’ is. Noodzaak is in deze context een vaag begrip. Iemand die een voorstelling maakt, een tand trekt, een gebouw tekent of een vuilzak op de kar gooit doet dat omdat hij daar blijkbaar een noodzaak voor voelt. Je kan nooit iemand verwijten ‘jij hebt dat gedaan zonder noodzaak!’ Dat is onbeleefd, omdat je dan het bestaansrecht van de actie afneemt. Schopenhauer zei het ook al: Iets is noodzakelijk, simpelweg omdat het bestaat. Wat niet noodzakelijk is, bestaat niet.

Noodzaak zit niet in het werk, noodzaak zit in het leven. Los van of het goed of slecht gedaan wordt. Ik ga ervan uit dat iedereen die in leven is, een zekere noodzaak ervaart om in het leven te staan. Of te liggen. Dat kan ook. En daar heb ik ook alle begrip voor. Dat een mens zo nu en dan eens blijft liggen.

De troost is dat een noodzaak simpelweg niet kan ontbreken, noodzaak is juist onze basisdrijfveer, en die kan niemand ons afnemen, omdat wij ademen. Ja, wij blijven ademen.

Opstaan

Maar er is ook een gelijkenis tussen de jury en ik. We hebben er allebei voor gekozen om iets niet te doen. Ik stond niet op, zij weigerden een prijs te geven. Ik moet dus wel toegeven (en in dat opzicht vind ik mezelf al bij al toch een sportieve verliezer) dat het ook een krachtig statement was. Wat nog krachtiger zou geweest zijn, is als de jury nog een stap verder had gegaan, en had nagedacht over een inspirerend alternatief voor de prijs. Het organiseren van een prijsuitreiking om vervolgens geen prijs uit te reiken, is simpelweg zinloos. Bij een coureurswedstrijd zegt de jury toch ook niet: we organiseren een koers, maar na afloop van de koers, als iedereen uitgeput is neergestreken, beslissen we om de prijs niet uit te reiken want we vinden toch dat de eerste iets te traag is gearriveerd.

Bovendien dient de jury – en eigenlijk elke sector in het algemeen –  ook te weten dat eigenzinnig werk alleen kan groeien in een veilige omgeving, weg van strijd en competitie.

Het is allemaal logisch, en misschien ook waar. En misschien ontstaat er door dit alles wel iets nieuws. Nieuwe vormen, nieuwe stijlen, nieuwe structuren. Een nieuw klimaat waarin we onze persoonlijke drijfveren kunnen stimuleren, en elkaar het licht gunnen.

Wat ook waar is, is dat mensen die bedlegerig worden door de weerstand die hun ambities kruist vroeg of laat toch moeten opstaan. Ja, dat ga ik proberen, ik ga ergens voor staan. En ik hoop dat ik er deze keer iets meer zen in kan zijn. Een beetje meer zen… Dat zou leuk zijn, ja.

ON THE ROAD

Vandaag beslis ik om mijn leven om te gooien. Ik trek een oude jeans aan, witte basketters en behalve tien Euro neem ik niets mee. Ik begin gewoon te wandelen en zie wel waar ik uitkom. Een beetje als Jack Kerouac, maar dan te voet.

Langs de polders van het pittoreske stadje Lier overpeins ik de gebeurtenissen en zielenroerselen van de laatste periode. Nog steeds geen rijbewijs, nog steeds financieel afhankelijk van mijn vader en nog steeds geen discipline om ‘s morgens havermout te eten. In het algemeen: geen gestructureerd leven dus. Verder nog een haat/liefde verhouding met wat ik doe: comedy (ik ben er misschien te melancholisch voor) en dan ook nog een onbevredigend liefdesleven: ik probeer krampachtig verliefd te worden op mannen waarvan ik denk dat ze mij een ideaal en comfortabel leven zullen bieden (stabiel, rustig en met werk*) maar hou intens van mannen met een ander profiel (manisch, getrouwd en verstoord). Al deze feiten worden dan nog eens gedragen door een verwarde, hypersensitieve geest.

*liefst ook met auto.

Het zal jullie dus niet verbazen dat ik me tijdens deze natuurwandeling bedacht dat ik maar eens actie moest ondernemen. Ik zou een blokhut in één van de velden kunnen bouwen, maar jammer genoeg heb ik hiervoor niet de juiste vaardigheden meegekregen van Moeder Natuur (extreem onhandig + slechte motoriek). Bovendien betwijfel ik of dat mijn leven in afzondering wel zou slagen. Ik beweer al jaren dat ik binnenkort alleen naar Cambodja zal reizen, stoer en onafhankelijk, maar dan denk ik: ik alleen op de foto voor een tempel, ik alleen in een toeristisch vissersbootje, ik alleen in meditatiehouding voor een Boeddhabeeld, ik alleen met een zenuwinzinking in een Aziatisch hospitaal: nee, danku. Alleen in een bos gaan wonen is dus geen optie.

De vraag tijdens deze wandeling blijft dus: hoe orden ik mijn bestaan in deze kosmos? Jullie zien natuurlijk al lang wat de enige constructieve oplossing voor dit vraagstuk is (ja, ik geef toe, ik had er een wandeling van twaalf kilometer voor nodig en jullie zien het al van ver aankomen.) Iedereen weet: als je het even niet meer ziet zitten, als je in de war bent over je rol in de samenleving, als je behoefte hebt aan een maatschappelijk kader is er maar één antwoord: T-interim.

Hoopvol en enthousiast wandel ik het T-interimkantoor op de Antwerpsestraat te Lier binnen en begroet de drie medewerkers achter hun bureau hartelijk. ‘HALLO!’ Ik voel me als een zonnetje in een Scandinavische winter. De medewerkers gedragen zich echter als verwelkte plantjes die de Scandinavische winter nog net hebben overleefd. Minachtend staren ze mij aan en vragen in koor: ‘ja?’ (hun subtekst klinkt als: ‘waarom bestaat u?’). Ik besluit om mijn ijver nog niet te laten varen en kondig hen aan dat ik een vraag heb. De drie medewerkers slaken een diepe zucht, deze keer niet in koor, maar één voor één, en steeds dieper en dieper, als drie fagotten in een zwaarmoedige crescendo. Na het dieptepunt van deze muzikale interlude hoor ik vanuit een onbepaalde hoek in het kantoor lijdzaam gekreun als: ‘oké, stel uw vraag maar.’

Omdat ik, ondanks alles, toch nog een basis van waarde en trots bezit, leek het me gênant om voor het hele kantoor te bekennen dat ik na acht jaar studeren, filosoferen en schrijven nog steeds niet in staat ben om een onafhankelijk en winstgevend leven te lijden. Beleefd vraag ik dus of dat ik eventueel-enigszins-als-het-niet-stoort-als-het-u-belieft-PLEASE aan één van de desks zou mogen plaatsnemen?

Dat mocht.

De heer in kwestie raadt me aan om een formulier in te vullen. Begeesterd probeer ik hem uit te leggen dat ik vanmorgen impulsief ben opgestaan en zonder enige bezitting ben beginnen wandelen. Ik hoop op een reactie als ‘wat moedig’ of ‘wat origineel’, maar het blijft stil. Ik vraag hem of dat het problematisch is voor de procedure dat ik mijn portefeuille en bijbehorende documenten niet bij me heb? Hij antwoordt ‘als u de gegevens op uw identiteitskaart vanbuiten kent, is dat geen probleem.’ Tot zover het inspirerende antwoord van dit heerschap.

Totaal uitgeput plof ik neer op het terras van café Falstaff en bestel een latte macchiato. Conclusie: mijn wandeling heeft een upgrade nodig. Volgende week ga ik als een echte vrouwelijke Jack Kerouac liften. Zonder lief, zonder werk en zonder geld zal ik met een kartonnen bordje aan de donkere snelweg staan, onderweg naar één of ander veld in Frankrijk. En waarschijnlijk zal het dan regenen, en zal ik weemoedig worden van alle gelukkige mensen met een rijbewijs in een lekker warme auto, op weg naar een blitse bestemming. Krantenkop: ‘mislukte avonturier op pechstrook verlangt naar rijkelijke hotelsuite.’ Maar ik weet óók dat als ik dan uiteindelijk doorweekt in dat veld sta, de meest vredige gedachte ooit in mij zal opkomen: ik ben een loser, net zoals iedereen. Het komt er gewoon op aan mijn loserschap zo waardig mogelijk te dragen. Lang leve de totale overgave tot ons onvermogen.

De magie van een ontmoeting

De magie van een ontmoeting zit in het toeval. Twee mensen die op de juiste plek en op het juiste moment de durf hebben om in elkaar op te gaan. Twee mensen die de onvermijdelijkheid van hun ontmoeting in elke vezel van hun lichaam voelen en zich niet aan elkaar geven, maar zich smijten. Zonder richting. Voor verliefden is er niets leuker om de eerste aanblik, de eerste aanraking te ontleden. En dan is er de dankbaarheid, dankbaarheid aan het leven dat de juiste stappen zijn gemaakt richting een nieuw verhaal.

Misschien houdt de liefde op als het eerdere toeval niet meer als magisch wordt ervaren, maar als ingewikkeld, te moeilijk. De onvermijdelijkheid maakt plaats voor de banaliteit van de dingen. En dan kan het dwalen weer beginnen.

Gelukkig lopen er tijdens die dwaaltochten genoeg verloren zielen rond. Soms kan je ze moeilijk herkennen, ze verstoppen zich achter een vrolijke pose, een stoer gebaar of een slappe glimlach. Maar je moet maar eens goed in hun ogen kijken. Ik zweer het u, ze zijn allemaal op zoek naar de magie.

Zo was ik enkele weken geleden ook op het juiste moment op de juiste plaats. Ik ontmoette een potentieel gelijkgezinde. En dat moest gevierd worden! Een champagnefles werd ontkurkt op het dakterras van het MAS, sangria vloeide rijkelijk door onze strot in het donkerste hoekje van het café, er werd geaarzeld, gelachen en gezwegen: alles kreeg de juiste wending.

Maar goed, het toeval maakt ons niet altijd dronken. Er is magie en er zijn de dagdagelijkse verplichtingen, ambities en contracten. Ook het vertrek van de potentieel gelijkgezinde is soms onvermijdelijk: hij moest weg.

Ik had liever afscheid genomen in een botanische tuin of op een Franse boulevard maar het gebeurde in de kilte van het station van Brussel Noord. Weldra zal hij de trein nemen naar het buitenland, waar hij zijn opdrachten en ambities zal waarmaken. Hij zegt ‘ik zal je enkele maanden niet zien. Ach ja, slechte timing. Het is spijtig, ik had je liever op een ander moment leren kennen.’

Liever een ander moment? Waar dan? In een andere wereld? Op een andere planeet? In een andere dimensie? Wij zijn hier nu, dus wij moeten HIER, wij moeten NU. Het toeval gebiedt ons dat wij niet zomaar vrijblijvend afscheid kunnen nemen. Dus laat ons gaan, zonder rem, los van elke verplichting, sluit mij op in uw slaapkamer en neem mij mee naar elk denkbaar land! Milan Kundera schreef het ooit op: ‘wie in zijn leven van alledag blind is voor toevalligheden, verliest de dimensie van schoonheid in zijn leven.’ Laten we het toeval dat ons samenbracht uitdiepen, vieren en dus versterken! Dat dénk ik, maar zeg ik niet.

Want natuurlijk stapt hij op de trein naar Duitsland, en natuurlijk ga ik niet mee. De deuren van de trein sluiten. Ik kijk naar hem en naar alle mensen die vertrekken, die op elkaar zullen botsen en die zich zullen smijten. De trein boemelt weg en ik slenter door het station. Op weg naar een nieuwe ontmoeting die er onvermijdelijk aankomt. Want ze zitten overal, die verloren zieltjes. Je moet maar eens goed in hun ogen kijken. Ik zweer het u, ze zijn allemaal op zoek naar de magie.

De technieker

Vijf studenten rond de 20 jaar kijken mij aan in een repetitielokaal. Ik weet niet of dat ze mij nu verwijtend, bang of hoopvol aankijken. Maar ik ga ervan uit, dat ze hoopvol zijn. Ik ben hun regisseur, zij zijn mijn spelers en het is mijn taak om zelfzeker te zijn.‘De vertrouwensband tussen de acteur en regisseur is het belangrijkste wat er is.’ Dat zei Alex Van Warmerdam vandaag nog in de Volkskrant, en hij kan het weten, want hij staat op deze moment in Cannes met een glas Champagne zijn film te promoten. Ik doe dus iets met mijn ogen en schouders wat volgens mij kordaat overkomt: taal begint met lichaamshouding. Met een lage stem vraag ik hen: ‘en hoe ging de opdracht?’

De spelers aarzelen. Iemand zegt dat het moeilijk was, de ander zegt dat het pijnlijk was en nog één zegt dat ze ondanks veel wroeging toch tot een resultaat is gekomen.

Ik had hen gevraagd om een familieportret te maken en hierbij een moment te beschrijven waarop er een barst kwam in hun gezin. Ik wil met hun op zoek gaan naar de pijn, het verdriet, de schoonheid en de breekpunten binnen een familie.

Twee andere studenten wandelen het lokaal binnen, de technieker en de vormgeefster komen de repetitie observeren om inspiratie op te doen voor een lichtplan en scenografie. Zij zijn veilig, zij hoeven alleen te kijken naar mijn spelers die zich zo meteen haperend zullen blootgeven.

Een meisje met zwart kroezelhaar komt de scene op. Ze vertelt over de scheiding van haar ouders, over de laatste keer met het gezin aan tafel, de laatste keer met het gezin op vakantie en dat ze plots ‘zo’n kindje op school werd’. Na haar verhaal ligt er letterlijk een hoopje tranen op de vloer. Maar tranen hoeven geen belemmering te zijn. Alle spelers komen los en zonder masker of censuur vertellen ze over de teleurstellingen binnen hun gezin, over de discussies, en hoe er bij elke ruzie een lichtje uitgaat. Over de gezelligheid, de knusheid van thuis, maar ook de eenzaamheid en hoe er steeds een knak in het perfecte plaatje komt.

Een meisje met lange blonde haren zegt ‘ik denk altijd dat de persoon naast mij gelukkig en zorgeloos door het leven gaat, maar eigenlijk is iedereen beschadigd.’ Een jongen met rode New Balance sneakers aarzelt ‘maar als iedereen dat heeft, dat litteken, als er in elk gezin steeds een moment komt waarop er iets breekt, alsof het verkeerd MOET gaan, hoe ga ik het dan later doen? Hoe moet dat dan, een gezin?’

In de stilte van de twijfel staat plots iemand op. Het is de technieker, hij ziet er jonger uit dan de rest en draagt een klein brilletje. Hij heeft iets bijzonders in zijn houding, iets zelfzeker. Met een lage stem zegt hij ‘ik heb naar elk verhaal vol verbazing en ontroering geluisterd, en nu is het mijn beurt. Het is niet omdat ik de technieker ben, dat ik steeds aan de andere kant van de zaal moet zitten. Laat mij vertellen over mijn barst. Op de scene!’

Hij stapt naar voor en als een echte rasacteur vertelt hij in alle bevlogenheid zijn verhaal. De vormgeefster volgt zijn voorbeeld en ook zij vult nu de ruimte met een moment waarop er iets brak in haar, voor altijd.

Dat is de magie. Het tonen van kwetsbaarheid doet mensen opstaan, het is de machteloosheid van de ander die troost biedt, het is de naakte waarheid van diegene naast ons die ons confronteert met onze rol en die de ruimte creëert om uit die rol te stappen.

TIRAN

TIRAN flyer

Julie Cafmeyer studeert aan de Toneelacademie Maastricht. Haar theatervoorstellingen typeren zich door wrange humor, duistere lichtheid en vermakelijke tragiek.

In de monoloog TIRAN vertelt ze over haar reis naar Iran, die ze samen met haar geliefde maakt. Ze trekken naar Iran omdat ze de schoonheid in de lelijkheid zoeken, omdat ze de tweestrijd van een verbannen land willen voelen, omdat ze de revolutionairen zullen ontmoeten.Door een overvloed aan dromen, verlangens en idealen dreigen ze hun oriëntatie te verliezen.

‘Extremen met extremen oplossen, dat is nooit goed.
Het begint misschien met liefde maar het eindigt in tirannie.’

17, 18, 19 en 21 april om 20u in VOORKAMER
H. Geeststraat 7, 2500 Lier

Studenten: 5 Euro
Normaal: 8 Euro

Reserveren aanbevolen: juliecafmeyer @hotmail.com

Ook te zien in de Toneelacademie Maastricht.
Vrijdag 26 april om 14u (interne afronding) en 19u30
Zaterdag 27 april om 16u

CREDITS
Vormgeving: Peter Morrens
Fotografie & concept flyer: Emily Swaeb
Inspiratie: Proeven van liefde van Alain de Botton

Met dank aan Peter De Witte, Peter Morrens, Emily Swaeb, Alexia Leysen, Hannah De Meyer, Rik van den Bos, Toneelacademie Maastricht en VOORKAMER

tiran blog 2

De Roman Revolutie

Boeken worden hier in de lucht gezwierd, literaire pamfletten worden opgedreund, Shakespeariaanse sonnetten worden uit het hoofd geleerd, letters verslinden ons op erotische wijze en woorden omarmen ons roekeloos en hardhandig. Ja, dames en heren, hier vindt een ware revolutie plaats. En dit alles (wie had dat ooit gedacht?) in de blauwe zaal van deSingel.

Het is de derde dag van het festival Mind the book en tussen alle gepassioneerde boekenwurmen staat er – zoals dat in elke revolutie hoort – een man op. Zijn naam is Dirk De Wachter, psychiater en bekend van het boek Borderline Times. Niet als een dokter, maar wél met de flair van een cabaretier klimt hij strijdlustig het podium op en propageert hij de roman. Want beste mensen, vergeet niet: zelfs al zit u in de diepste, vunzigste, donkerste put die u voor uzelf hebt gegraven: lezen biedt hoop.

In een wereld vol cijfers, labels en resultaatsdrang is de teloorgang van het verhaal een ware ramp. Wat hier op de aardkloot misloopt wordt verpild in plaats van verhaald. Maar beste welwillenden, onthoud dit: het is de literatuur die ons toegang kan geven tot de geest.

Mensen die een andere kijk op de werkelijkheid hebben krijgen al snel een afkorting als ADD, ADBD of ADHD opgeplakt. Op die manier creëren we een illusie van normaliteit. Woorden helpen ons om het verschil op te heffen. In de roman kunnen we ons laten intrigeren, inspireren en verleiden door de onkunde, onzekerheden, twijfels, eigenaardigheden, dromen en passies van een uniek personage, het bijzondere karakter. Of zoals de romanrevolutionair zou zeggen ‘wij streven niet naar een eenheidsworst!’

Sartre zou het hem kwalijk nemen, maar De Wachter schreeuwt: ‘L’enfer c’est le manque des autres!’
Swaab zou het hem kwalijk nemen, maar De Wachter buldert: ‘Wij zijn ons brein niet!’

Waar het isolement overheerst, kunnen we samen zijn in de taal. Wij zijn ons brein in een geheel van andere breinen. Ons doel is dat die verschillende breinen er kunnen zijn. En dat al die hersenspinsels zo de vrijheid nemen om na te denken over de essentie van de dingen: Wat ben ik? Wie ben ik? Maar vooral: Wat is een goed leven?

Dus beste strijder, laat het zwaard en de potten inkt even zakken. Ga zitten en neem een boek op uw schoot. Voorbij het betekenisloze getater en gebazel zal u nu genieten van de stilte rondom u. Voorbij de oneliner kiest u voor de complexiteit. Voorbij de tijdsdruk staat alles even stil. Voorbij de consumptie gaat u voor een groot verhaal.

Al bladerend zal u veel te weten komen, maar bovenal zal u genieten van het ‘niet weten’. U zult pleiten voor de twijfel.

Ga heen in Vrede.
Ga heen en Lees.

De zaal is muisstil. De Wachter verlaat het podium. De Waarheid is gezegd.

Bol.com-types

Ik ontdekte haar bestaan via bol.com.
‘Mariska Overwijk uit Borsbeek.’
Ze verkocht er het boek Proeven van liefde.
Ik heb haar direct gemaild.

Om de één of andere reden heeft Mariska besloten om dat boek tweedehands op de markt te zetten. Ik denk dan – ongeacht de kwaliteit van dat boek – staat een titel als Proeven van liefde toch mooi in de boekenkast? Maar goed, Mariska wilde dat boek verkopen. Misschien voelde Mariska de behoefte om de liefde het raam uit te gooien.

Misschien kreeg ze het boek cadeau van een ex-geliefde. Haar minnaar schonk het boek in de bloei van een passionele romance geparfumeerd met een vleugje Acqua di Gio. De geur van een beloftevolle chemie die vervlogen is op de weg tussen Borsbeek en mijn huis in Lier.

Dat zou kunnen. Maar zeker ben je nooit met die bol.com-types.

Misschien zat Mariska op haar eentje een kant en klare maaltijdsalade te eten wanneer het idee haar te binnenschoot. Terwijl ze – in alle eenzaamheid – het pakje balsamicodressing probeerde los te peuteren viel haar oog toevallig op de kaft van het liefdesboek. Kauwend op de walgelijke plastieksmaak van mozzarella en zwartgeblakerde pijnboompitten besloot ze: weg met Proeven van liefde.

En net op de dag dat de wereld dreigt te vergaan schuift er een pakje in mijn brievenbus. Op 21.12.12 zit ik vrolijk en jolig met een experimentele granaatappelthee Proeven van liefde te lezen. En ondertussen: Mariska soppend met een beschuit in een kopje oxo-bouillon, turend naar het zwarte gat in haar boekenkast.

Ik kan dus wel stellen, dat als de Maya’s gelijk krijgen, ik Mariska niet de meest aangename laatste dag van haar leven heb bezorgd. Sterker nog, misschien heb ik Mariska zo ver gekregen dat ze nu intens verlangt naar vuurbollen, magma, tefra, giftige gassen en hysterische UFO’s die haar de lucht inblazen.

Bref, Ik voel me er niet gemakkelijk bij, dat ik, in een gelukkige, verliefde, nalatige bui dat boek heb besteld. Onbezonnen en naïef als ik was, heb ik ervoor gezorgd dat Mariska – met al haar verdriet – de koude heeft moeten doorstaan richting de postbus. Op de achtergrond de klank van een accordeon die haar ‘Feliz Navidad’ opdringt. Rondom haar een dartelend kerstkoppel dat pronkt met een afgeprijsde Acqua Di Gio.

Mariska in het joggingpak dat ze door de drie javelplekjes alleen maar draagt op de meest ellendige dag in haar bestaan.

Daarom koop ik dit jaar een cadeau voor Mariska Van Overwijk uit Borsbeek. Een boek zonder valse beloftes. Ik had gedacht aan Kruistocht in spijkerbroek.

Want dat is hoe het leven werkelijk is, Mariska.