Ambities (Deel I/III)

Ik had gehoopt dat de menselijke natuur als volgt in elkaar zou zitten: ik presteer, ik voel voldoening. Dat lijkt mij een rechtvaardige dynamiek in het menselijke brein. Bij mij zit het zo: ik presteer, ik wil meer, ik wil nog meer, ik krijg niets meer, ik voel mij leeg. Ik vind dat een verwarrende dynamiek, waar ik graag grip op zou proberen krijgen. Verwarringen analyseren doet groeien. Zodoende volgen hier de ervaringen van een wispelturige*, 28-jarige vrouw die totaal verward is door haar eigen drijfveren, ambities en overtuigingen.

* Persoonlijk vind ik ‘wispelturig’ een heel mooi eufemisme voor ‘labiel’.

Vluchtwegen
Het is midden juni en ik sta op het punt om af te studeren als regisseur aan de Toneelacademie Maastricht. Mijn dure afstudeerjurk hangt gestreken aan een kapstok en ik lig teneergeslagen in bed. Binnen enkele dagen word ik verwacht op de diploma-uitreiking maar ik heb alleen maar zin om me te pletter zuipen, te janken, te dansen in een foute discotheek of te mediteren in de Kalmthoutse heide. Omdat ik deze activiteiten op zich heel maatschappelijk aanvaardbare vluchtwegen vind, besluit ik ze allemaal, in bovengenoemde volgorde te volbrengen.

De reden dat ik weerstand voel tot die diploma-uitreiking is omdat mijn klasgenoten mij levend kunnen villen sinds de dag dat ik niet kwam opdagen bij mijn eigen theatervoorstelling op het afstudeerfestival te Maastricht. Zelf vond ik het een lumineus idee: ambitieuze regisseur crasht door haar eigen ambities, ze kan niet meer bewegen door een nekblokkade, ze beslist te blijven liggen en vanuit haar bed spreekt ze het publiek via een videoboodschap toe (even een momentje van reclame: https://www.youtube.com/watch?v=wO_3W46yQqU). Ze geeft toe dat de twijfels over haar mogelijk succes haar verlammen. Ze is in de war over haar werkelijke drijfveren en vraagt zich af waarom ze doet wat ze doet en voor wie.

Door de ambities van anderen in vraag te stellen wilde ik mijn eigen ambities waarmaken: namelijk succes boeken met mijn stunt. Ja, de gedachte “misschien kan deze videoboodschap wel een hitje worden” kwam vaker in mij op dan het ware engagement in deze prestatiemaatschappij. Mijn boodschap kreeg niet het gewenste effect. Mijn klasgenoten voelden zich in de steek gelaten, de meeste docenten negeerden me botweg en ik kreeg maar 400 hitjes op Youtube. Hierdoor vergat ik mijn oorspronkelijke doel: te hoge ambities in vraag stellen. Het leek wel of niemand echt geïnspireerd werd door mijn pseudo-geëngageerde stunt. Nu ik erop terugblik bedenk ik me net dat al die potentiële werkgevers, misschien wel mijn belangrijkste doelpubliek, ook niet echt onder de indruk waren van mijn statement. Ik zie ze in ieder geval nog altijd niet met een contract zwaaien. Doel gemist dus.

Gebrek aan beloftes
Gelukkig kregen mijn klas en ik eind juni toch weer een samenhorigheidsgevoel, met veel dank aan de jury van de Ton Lutz Award 2015. De Ton Lutz Award is een prijs ter waarde van 5000 euro die jaarlijks wordt uitgereikt te Amsterdam aan de beste afstudeerregie. Mijn afstudeerregie was ook opgenomen in de wedstrijd, aangezien ik na de videoboodschap weer de moed had om op te staan en een voorstelling te maken, getiteld ‘Het wisselvallige leven’ (werktitel).

De Nederlandse krant NRC schreef over deze prijs op 25 juni 2015:

“De jury van de Ton Lutzprijs voor de beste afstudeerregie heeft gisteravond geweigerd de prijs toe te kennen. Op de slotavond van het ITs-festival voor afstuderende podiumkunstenaars stelde de jury dat niet een van de acht meedingende voorstellingen genoeg kwaliteit bezat om te worden bekroond. In alle voorstellingen miste de jury consistentie, eigenzinnigheid en noodzaak.”

Uiteraard kwam er protest uit de zaal gewaaid, de voormalige directeur van de Toneelschool Maastricht, Leo Swinkels, merkte terecht op dat deze prijs gaat om een ‘belofte’. Hierop reageerde jurylid Gerardjan Rijnders dat dat niet waar was, en dat er bovendien ook geen belofte was gesignaleerd.

Toegegeven, het is een heel origineel concept, wie zou het eigenlijk bedacht hebben? Zou er werkelijk iemand zijn opgestaan met het idee: “hey, we organiseren een wedstrijd voor afgestudeerde regisseurs! De regisseurs in kwestie moeten zich niet inschrijven voor de wedstrijd, dit gebeurt automatisch als ze in hun laatste jaar terecht komen. Vervolgens organiseren we een prijsuitreiking voor deze wedstrijd waar ze dus ongewild in terecht zijn gekomen, maar dan met alles erop en eraan! Omdat dit alles heel veel geld zal kosten, vragen we het jonge talent in kwestie om zelf hun inkomkaartje te betalen in plaats van ze uit te nodigen. En als ze daar dan eenmaal bang en zenuwachtig op hun stoeltje zitten wachten, zullen we hen publiekelijk vernederen door hen te verwijten dat ze zelfs geen belofte zijn.” Ik vind: als je met zo’n idee opstaat, kan je beter blijven liggen.

Noodzaak
Maar goed, ik ga niet ontkennen dat het geen pijn deed. Ik had bij het afstuderen een duwtje in de rug verwacht, maar kreeg een extra drijfveer om in bed te blijven liggen. Mensen die meer schouderklopjes verwachten dan ze krijgen, nemen het risico bedlegerig te worden. In mijn bed mijmerde ik over de niet uitgereikte prijs en begon ik op een obsessieve manier elke recensie over mijn voorstelling of wat er mogelijk over mij geschreven zou kunnen zijn op het wereldwijde web te lezen. Ik vergat nogmaals mijn team (mijn acteurs, coach, productie,…) dat zo hard aan mijn droom had meegewerkt en belde in de plaats al jammerend vage kennissen op. Meningen van mensen waar ik in het dagelijkse leven geen waarde aan hechtte werden plots het centrum van mijn bestaan. “Jij denkt toch wel dat ik goed genoeg ben hé?” Bevestigingsdwang en zelfmedelijden namen de overhand, het was een put die niemand kon vullen, de leegte zat in mij.

Ja, ik geef het toe: ik wil schitteren. En dat klinkt banaler dan het in werkelijkheid is. Het probleem van een vurig verlangen tot schittering is dat je jezelf vaak in een beperkt creatieve positie plaatst. Wie in een concurrerend klimaat wil presteren wordt jaloers en leidt aan stress. Dat is een erg jammerlijke dynamiek om telkens opnieuw bij anderen en vooral ook bij jezelf vast te stellen. Het levert geen eigenzinnig werk op. De uitdaging zit dus in het verwerven van een positie waardoor je vertrouwen in eigen kunnen verwerft en de ander zijn licht gunt.

Ik kwam dus in mijn bed tot inkeer. Ik belde mijn coach, en tevens goede vriendin, Ellen Schoenaerts en vroeg haar alvast een beetje beschaamd: “Mijn lief vindt me egocentrisch, vind jij dat ook?” “Ja, je zit in een egotrip” antwoordde ze. “Maar dat is niet erg, je bent aan het groeien.” Ze zei: “Focus op je werk en probeer geconcentreerd te zijn op het echte leven. Met een open blik, los van elk mogelijk klein wereldje.” Ik dank haar bij deze voor haar geduld en haar confronterende doch vervelende strengheid en de suggestie om op zoek te gaan naar de kern van de zaak.

Levensinzicht 1
Wie zich te hard focust op non-events neemt het risico om te veranderen in een in zelfmedelijden vervallen narcistisch, ijdele strever die alleen met eigen schittering bezig is.*

*We laten in het midden of ik hier een goed voorbeeld van ben. Ik vind dat er al genoeg kwaadsprekerij over mezelf heerst in deze column.

Levensinzicht 2
Het volgende inzicht richt ik graag tot de jury van de Ton Lutz Award 2015. Wat zou die arme Ton er eigenlijk allemaal van vinden? Ik hoop maar dat er later nooit een prijs naar mij vernoemd wordt. Maar goed, dit is mijn mededeling:

Beste jury, u verwijt de jonge garde dat er een gebrek aan ‘noodzaak’ is. Noodzaak is in deze context een vaag begrip. Iemand die een voorstelling maakt, een tand trekt, een gebouw tekent of een vuilzak op de kar gooit doet dat omdat hij daar blijkbaar een noodzaak voor voelt. Je kan nooit iemand verwijten ‘jij hebt dat gedaan zonder noodzaak!’ Dat is onbeleefd, omdat je dan het bestaansrecht van de actie afneemt. Schopenhauer zei het ook al: Iets is noodzakelijk, simpelweg omdat het bestaat. Wat niet noodzakelijk is, bestaat niet.

Noodzaak zit niet in het werk, noodzaak zit in het leven. Los van of het goed of slecht gedaan wordt. Ik ga ervan uit dat iedereen die in leven is, een zekere noodzaak ervaart om in het leven te staan. Of te liggen. Dat kan ook. En daar heb ik ook alle begrip voor. Dat een mens zo nu en dan eens blijft liggen.

De troost is dat een noodzaak simpelweg niet kan ontbreken, noodzaak is juist onze basisdrijfveer, en die kan niemand ons afnemen, omdat wij ademen. Ja, wij blijven ademen.

Opstaan

Maar er is ook een gelijkenis tussen de jury en ik. We hebben er allebei voor gekozen om iets niet te doen. Ik stond niet op, zij weigerden een prijs te geven. Ik moet dus wel toegeven (en in dat opzicht vind ik mezelf al bij al toch een sportieve verliezer) dat het ook een krachtig statement was. Wat nog krachtiger zou geweest zijn, is als de jury nog een stap verder had gegaan, en had nagedacht over een inspirerend alternatief voor de prijs. Het organiseren van een prijsuitreiking om vervolgens geen prijs uit te reiken, is simpelweg zinloos. Bij een coureurswedstrijd zegt de jury toch ook niet: we organiseren een koers, maar na afloop van de koers, als iedereen uitgeput is neergestreken, beslissen we om de prijs niet uit te reiken want we vinden toch dat de eerste iets te traag is gearriveerd.

Bovendien dient de jury – en eigenlijk elke sector in het algemeen –  ook te weten dat eigenzinnig werk alleen kan groeien in een veilige omgeving, weg van strijd en competitie.

Het is allemaal logisch, en misschien ook waar. En misschien ontstaat er door dit alles wel iets nieuws. Nieuwe vormen, nieuwe stijlen, nieuwe structuren. Een nieuw klimaat waarin we onze persoonlijke drijfveren kunnen stimuleren, en elkaar het licht gunnen.

Wat ook waar is, is dat mensen die bedlegerig worden door de weerstand die hun ambities kruist vroeg of laat toch moeten opstaan. Ja, dat ga ik proberen, ik ga ergens voor staan. En ik hoop dat ik er deze keer iets meer zen in kan zijn. Een beetje meer zen… Dat zou leuk zijn, ja.

TIRAN

TIRAN flyer

Julie Cafmeyer studeert aan de Toneelacademie Maastricht. Haar theatervoorstellingen typeren zich door wrange humor, duistere lichtheid en vermakelijke tragiek.

In de monoloog TIRAN vertelt ze over haar reis naar Iran, die ze samen met haar geliefde maakt. Ze trekken naar Iran omdat ze de schoonheid in de lelijkheid zoeken, omdat ze de tweestrijd van een verbannen land willen voelen, omdat ze de revolutionairen zullen ontmoeten.Door een overvloed aan dromen, verlangens en idealen dreigen ze hun oriëntatie te verliezen.

‘Extremen met extremen oplossen, dat is nooit goed.
Het begint misschien met liefde maar het eindigt in tirannie.’

17, 18, 19 en 21 april om 20u in VOORKAMER
H. Geeststraat 7, 2500 Lier

Studenten: 5 Euro
Normaal: 8 Euro

Reserveren aanbevolen: juliecafmeyer @hotmail.com

Ook te zien in de Toneelacademie Maastricht.
Vrijdag 26 april om 14u (interne afronding) en 19u30
Zaterdag 27 april om 16u

CREDITS
Vormgeving: Peter Morrens
Fotografie & concept flyer: Emily Swaeb
Inspiratie: Proeven van liefde van Alain de Botton

Met dank aan Peter De Witte, Peter Morrens, Emily Swaeb, Alexia Leysen, Hannah De Meyer, Rik van den Bos, Toneelacademie Maastricht en VOORKAMER

tiran blog 2

De Roman Revolutie

Boeken worden hier in de lucht gezwierd, literaire pamfletten worden opgedreund, Shakespeariaanse sonnetten worden uit het hoofd geleerd, letters verslinden ons op erotische wijze en woorden omarmen ons roekeloos en hardhandig. Ja, dames en heren, hier vindt een ware revolutie plaats. En dit alles (wie had dat ooit gedacht?) in de blauwe zaal van deSingel.

Het is de derde dag van het festival Mind the book en tussen alle gepassioneerde boekenwurmen staat er – zoals dat in elke revolutie hoort – een man op. Zijn naam is Dirk De Wachter, psychiater en bekend van het boek Borderline Times. Niet als een dokter, maar wél met de flair van een cabaretier klimt hij strijdlustig het podium op en propageert hij de roman. Want beste mensen, vergeet niet: zelfs al zit u in de diepste, vunzigste, donkerste put die u voor uzelf hebt gegraven: lezen biedt hoop.

In een wereld vol cijfers, labels en resultaatsdrang is de teloorgang van het verhaal een ware ramp. Wat hier op de aardkloot misloopt wordt verpild in plaats van verhaald. Maar beste welwillenden, onthoud dit: het is de literatuur die ons toegang kan geven tot de geest.

Mensen die een andere kijk op de werkelijkheid hebben krijgen al snel een afkorting als ADD, ADBD of ADHD opgeplakt. Op die manier creëren we een illusie van normaliteit. Woorden helpen ons om het verschil op te heffen. In de roman kunnen we ons laten intrigeren, inspireren en verleiden door de onkunde, onzekerheden, twijfels, eigenaardigheden, dromen en passies van een uniek personage, het bijzondere karakter. Of zoals de romanrevolutionair zou zeggen ‘wij streven niet naar een eenheidsworst!’

Sartre zou het hem kwalijk nemen, maar De Wachter schreeuwt: ‘L’enfer c’est le manque des autres!’
Swaab zou het hem kwalijk nemen, maar De Wachter buldert: ‘Wij zijn ons brein niet!’

Waar het isolement overheerst, kunnen we samen zijn in de taal. Wij zijn ons brein in een geheel van andere breinen. Ons doel is dat die verschillende breinen er kunnen zijn. En dat al die hersenspinsels zo de vrijheid nemen om na te denken over de essentie van de dingen: Wat ben ik? Wie ben ik? Maar vooral: Wat is een goed leven?

Dus beste strijder, laat het zwaard en de potten inkt even zakken. Ga zitten en neem een boek op uw schoot. Voorbij het betekenisloze getater en gebazel zal u nu genieten van de stilte rondom u. Voorbij de oneliner kiest u voor de complexiteit. Voorbij de tijdsdruk staat alles even stil. Voorbij de consumptie gaat u voor een groot verhaal.

Al bladerend zal u veel te weten komen, maar bovenal zal u genieten van het ‘niet weten’. U zult pleiten voor de twijfel.

Ga heen in Vrede.
Ga heen en Lees.

De zaal is muisstil. De Wachter verlaat het podium. De Waarheid is gezegd.

Angelina Jolie

Ik zal dit jaar niet aanwezig zijn op het Kerstdiner en moet mijn vader – die waarde hecht aan traditie – hiervan op de hoogte stellen. Dus ik hou me schrap en vraag hem deze zondagochtend – op zoetsappige wijze – of dat ik hem een kopje heerlijke koffie zal inschenken. Hij kijkt me aan alsof ik een regenbui in het Zuiden van Italië ben en wimpelt me af: ‘sorry geen tijd, ik vertrek zo naar zee voor een fietstocht.’

‘Is het goed dat ik deze Kerst in Iran spendeer?’

Ik vraag dit zelfzeker. Ik heb geen toestemming nodig. Ik ben een volwassen vrouw die zich aan het onthechten is van de ouderlijke voogd. Dit jaar heb ik mijn eigen cadeau gekocht, ik wil alleen een strik van vertrouwen en aanmoediging.

Of nee. Toch niet. Eigenlijk is mijn leven één lange smacht naar het aaneenrijgen van goedkeuring. Ik ben een smekende hond die hyperactief rondjes loopt en pas naar buiten raast als iemand argeloos de deur openslaat. Maar dat laat ik hem niet merken.

‘Iran?’

Zwaarmoedig gaat hij – in zijn te strakke wielrennerspak – op een stoel zitten en begint zijn veters te strikken. Ik zwijg en wiebel een beetje. Mijn vader doorbreekt de stilte met een doorleefde, vermoeide zucht.

‘Als je sensatie wil kan je net zo goed gaan mountainbiken in Center Parks. Maak desnoods een looping in de Crazy Mouse. Waarom altijd zo ingewikkeld? Lees jij trouwens de krant? Je weet toch dat het Midden-Oosten op instorten staat?’

‘Ja, en daarom wil ik weten wat er onder de krant ligt. Ik wil bijten. Een voorgekauwd blad voor de nieuwslezer is daar te slap voor. Ik wil de tweestrijd ervaren van een verbannen land. Een land tussen Allah en popmuziek, de underground en het manifest, een sluier en een sigaret.
Soms kijk ik naar een geëngageerde worldpressfoto en denk ik ‘moet ik hier nu als een borrelpraatdeskundige meelevend over gaan debatteren?’ Ik wil confrontaties, onthullingen en geheimen van een land waar iedereen het over heeft, maar niemand iets over weet. Dat geeft mij meer afleiding dan een Campari Orange op de Playa de la fiesta.’

‘Kijk hier, onze blonde Angelina Jolie! Zie maar dat je niet met een Perzische baby thuiskomt.’

Hij lacht, maar verkeert niet in een goede bui. Dat zie ik aan zijn ijzige ogen.

‘Met wie ga je dan naar Iran?’
‘Met een jongen.’
‘Wat voor jongen?’
‘Een jongen met een diploma en All Stars. Een normale jongen dus.’

Hij kijkt me ongelovig aan, vult zijn drinkbus met kraantjeswater en fietst naar de zee.

Een paar uur later rinkelt de telefoon. Mijn vader hangt aan de lijn met een gebroken sleutelbeen.
Uitgeschoven over een geel herfstblad.

‘Luister Julie, ik lig hier met een breuk in een ziekenhuisbed in Knokke druiven te eten uit zo’n ziekenhuismandje. Van alle gevaren die dreigen, ben ik overvallen door de meest banale. Dat is een risico dat je niet hoeft te nemen. Vlieg jij maar naar Iran.’

Juryrapport 26e Groninger Studenten Cabaret Festival 2012

Jury:
Pieter van Empelen
Willem Gunneman
Harry Kies
Laura Marcus

“Zo en nu even niets”, zegt Julie en gaat op een stoel zitten niksen.
Wie dat durft, doet en de zaal tot diepe aandacht en vertwijfeling dompelt, heeft een groot gevoel voor theater en timing.

Julie vertelt in een associatief consistent verhaal waarin, ondanks veel zijwegen alles blijft kloppen, haar zoektocht naar contact. Met als hoogtepunt haar verbijstering in de Starbucks.

Ze heeft de zaal als het ware aan een touw en stuurt met haar emoties de toeschouwer.

Dat zou nog krachtiger kunnen als het nog wat kernachtiger en compacter zou worden gemaakt.

De liedjes lijken eenvoudig getoonzet. Maar in de beperking toont zich hier de meester. Ieder akkoord is raak en accentueert de liedtekst en zang.

Veel Vlaamse cabaretiers bedienen zich van absurdisme, waarbij voortdurend buiten de lijnen wordt gekleurd, en waarbij het verhaal vaak nodeloos ontspoort. Niet bij Julie. Haar magische realisme blijft met de voeten in de klei, dan wel in de Vlaamse aarde. Zo pakte ze de man die zij voor haar onkruidverhaal gebruikte (in de halve finale) later hard terug, toen deze met zijn telefoon begon te spelen.

Ook heeft ze soms een harde toon, zoals bij het verhaal over haar moeder.

Julie creëert een uniek, persoonlijk universum waarin haar regels gelden, en waarin zij de jury zeer aangenaam rondleidt.

Voorgelezen door Harry Kies in de Stadschouwburg Groningen, 2 november 2012
over de voorstelling Ondanks Alles. MET DANK AAN:

De organisatie van het GSCF, het bestuur en regisseuse Audrey Bolder.
Toneelacademie Maastricht.
Hannie en Steef Schinkel van het Schiller Theater Utrecht.
Ellen Schoenaerts voor de coaching van de liedjes.
Hannah De Meyer en Alexia Leysen voor de toewijding en inspiratie.

Pieter Bouwman voor het geloven en het aanwakkeren van al wat er nog niet was.

De sprinter

Kevin was die ochtend met het juiste been uit bed gestapt. Hij was klaar voor de strijd, maar de force majeure speelde hem parten: Kevin werd tweede. Zijn mountainbike, die in enkele seconden werd gedoopt tot de ‘kutvelo’ werd genadeloos als een oud stuk speelgoed aan de kant gegooid. Kevin rolde woedend over het warme asfalt. Kwaad op de mechaniek, kwaad op de tegenstander, kwaad op het leven.

Enkele uren later staat er op Youtube een filmpje gepost ‘Loser mountainbiker cries like a baby after lost sprint’.

Geachte janker,
Beste bleiter,
Liefste tsiepmuile,

Laat u niet wijsmaken dat tranen de orde van de dag besmeuren. Laat u niet wijsmaken dat de kwetsbaarheid moet ingesnoerd worden. Laat u niet wijsmaken dat u kalmte moet bewaren tijdens een broeierige storm in uw lijf.

Niets is zo sexy als een huilende man.
Niets is zo aanstekelijk als de inzet voor goud.
Niets is zo ontroerend als de wanhoop die wordt geschreeuwd
naar een onverschillig heelal.

Maar de hoogmoedige menigte schuwt de tranen. Aan de kant is het veilig staan. Laat de ander maar sprinten. En ik hoor de massa denken ‘dat hadden wij zeker beter gedaan’.

‘Ritme is wat de mens kan redden’ – Interview met Sidi Larbi Cherkaoui

In Babel (Words), van de choreografen Sidi Larbi Cherkaoui en Damien Jalet, kijk ik naar 18 artiesten. Samen representeren ze 13 landen en 7 religies. Ze zoeken elkaar op, stoten elkaar af en proberen elkaar te begrijpen. Soms door taal, soms door beweging. Al is er geen onderscheid volgens Cherkaoui. ‘Stem is beweging. Spreken is dansen.’

Cherkaoui en Jalet gaan op zoek naar de kwaliteit in het verschil. De voorstelling is één grote oefening in het wederzijds begrip. Elke danser spreekt zijn eigen taal, met zijn bijzondere klank en kleur.

‘We leven in een maatschappij waarin de verschillen binnen talen en dialecten niet genoeg gekoesterd worden. We willen allemaal beschaafd Nederlands spreken om elkaar beter te begrijpen maar zo kunnen we ons juist minder precies uitdrukken.’ Aldus Cherkaoui.

Twee Japanners kibbelen, grappen en lallen in het Japans. Niemand verstaat hen, toch lacht iedereen met hen mee. Als je creatief met taal omgaat begrijp je elkaar. ‘Taal is niet meer dan een tool.’ Maar de taal heeft ook een keerzijde. Taal is de bron van misverstanden. Wanneer de dansers, elk in hun eigen taal, door elkaar beginnen te ratelen, ontstaat er een complete chaos. Cherkaoui hierover:

‘Iedereen zit met zijn eigen betekenis binnen een woord. Bijvoorbeeld ‘moeder’ of ‘God’ is voor jou iets heel anders, dan voor mij. Die verwarring wordt niet genoeg geaccepteerd. Misverstanden zijn niet uitzonderlijk, ze zijn algemeen. We zijn elkaar constant ‘niet aan het verstaan’. Door oefening kunnen we elkaar, op heel kleine momentjes, wel verstaan. Het zijn die momenten die we opzoeken, zowel fysiek als met de taal.’

Ook in de beweging. Dansers dansen als beesten en belichamen het verleden. Het verleden met het instinctieve verlangen van slapen, eten en vrijen. Een vrouw danst als een pop de toekomst tegemoet. Als een robot is ze leeg vanbinnen en neemt ze de oermens waar zonder veroordeling. De dans weerspiegelt de spanning tussen verleden en toekomst. De toekomst is als de leegte, de echo die reageert op het verleden. Dankzij een hartstochtelijke dans word ik ook naar het nu gegrepen. 2 dansers raken elkaar aan met een zorg die mij verleidt in z’n sensualiteit. De huid is het enige dat hen van elkaar scheidt. De bezwete borstkas van de man glinstert in het licht. De naakte borsten van de vrouw ademen schoonheid uit.

Babel (Words) is een zoektocht naar het vermogen om elkaar te begrijpen. Als toeschouwer kijk je naar de kracht van de speler die de ander wil ontmoeten in zijn andersheid. Ik vraag Cherkaoui naar de sleutel van het wederzijds begrip.

‘Ritme is alles. Timing. Weten op welk moment er iets moet gebeuren. Ritme is wat de mens kan redden. Het is de meest primaire taal: de klopping van het hart. Wanneer mensen hun hart op hetzelfde moment kunnen laten kloppen, kunnen ze elkaar begrijpen. We moeten meer geloven in die spier, dat ons hart is.’

En natuurlijk klinkt dat romantisch. Maar het is juist die romantiek die iedereen doet daveren en verbazen. Omdat deze voorstelling erin slaagt om de realiteit van de misverstanden, de miscommunicatie en de misinterpretatie te ontleden en daardoor ook te overstijgen. Dat overstijgen gebeurt door het aanraken, het beminnen, het afsnauwen, het opgeilen, het wegduwen en het verleiden van de eigenheid.

De voorstelling geeft een universele energie, die je doet huiveren op je stoel omdat je niet kan wachten om zelf het gevecht van deze tijd aan te gaan.
Binnen de maat.
In het juiste tempo.