Mijn hart

Ik zit in de wachtzaal van het stadskantoor in Antwerpen om mijn identiteitskaart te vernieuwen. Ik heb een papiertje in mijn handen met nummer 35. Onder het nummer staat: ‘Niemand wacht graag.’ Ik vind het een mooie empathische boodschap. Niemand wacht graag, maar het hoort erbij. Iedereen wacht constant: op een kus, een omhelzing, een vakantie, een sherry, de zon of een beetje seks.

Ik lees verder: ‘Word vandaag nog orgaandonor en red acht levens. Vraag ernaar aan het loket.’

Het is nu aan nummer 35 en op weg naar het loket besluit ik acht levens te redden.

Heel verveeld en geïrriteerd zegt de loketbediende: “Pasfoto alstublieft.” Ik zie op haar naamkaartje dat ze Katrien heet en merk aan haar apathische gezichtsuitdrukking dat ze op deze dag minder wereldverbeterende ambities heeft dan ik.

Ik zoek de pasfoto in mijn portefeuille. Op een toon van een Griekse klaagzang zegt ze: “Een recente pasfoto hé. Recent!”

Ze probeert de witte randjes van de pasfoto te knippen, maar het lukt haar niet. Ze kan elk moment instorten. Ze zegt me verwijtend – alsof ik zonet haar leven heb verwoest – “Het ambeteert me. Dit ambeteert me echt.” Ik zeg haar zo meegaand mogelijk: “Sorry. Echt, sorry voor de witte randjes aan de pasfoto.”

Ik ben ondertussen maar met één ding bezig: mijn organen. Kijk, ik wil gerust mijn organen doneren, maar dan verwacht ik wel een minimum aan dankbaarheid. En ook een minimum aan goede sfeer. Het is sowieso al niet makkelijk om mijn sterfelijkheid ter sprake te brengen. Ik bedoel: binnen enkele decennia lig ik op een bed onder witte lakens in een mortuarium.

En het is nog helemaal niet zeker dat ik tegen dan mijn ambities zal hebben waargemaakt. Ik heb nog zoveel te doen. Ik moet nog naar Mexico. En een gedichtenbundel uitbrengen. Eventueel honing leren maken. Koraalriffen, vulkanen en magische wouden ontdekken. Tantrales volgen. Een religie vinden, misschien een openbaring. Mijn liefde verklaren. En mijn liefde beantwoord zien. Ja, vooral dat laatste zou leuk zijn.

Ik zeg: “Katrien, ik zou graag dat contract tekenen om mijn organen te doneren.”

Er verandert iets. Haar blik wordt zachter.

Ik zeg: “Het is een rare gedachte dat mijn organen ooit in een ander lichaam zullen belanden. Mijn longen, mijn nieren, mijn hart.” Ze moedigt me aan: “Het klinkt misschien luguber, maar het is een goede daad.”

Ik sta nu buiten met een kaart waarop staat ‘orgaandonor’. Ik moet die status nog wel waarmaken. Momenteel zit er teer in mijn longen, whisky in mijn bloed en een pijnstiller in mijn lijf.

Aan mijn acht nabestaanden: “Sorry. Ik weet ook niet waarom.”

Afbeeldingsresultaat voor frida kahlo heart

Frida Kahlo

Deze column verscheen op 11/3/19 in De Morgen

Vrijgevochten vrouwen zijn gevaarlijk

Vrijdag staken de vrouwen voor gelijke rechten. Zelf staak ik niet, maar richt ik mij tot de media. Het is verontrustend hoe vrouwen nog dagelijks vanuit een zwakke positie in beeld worden gebracht.

Een voorbeeld: ik kreeg onlangs een recensie voor mijn theatervoorstelling. Hij schreef dat er “toch vooral veel vrouwen in het publiek zaten” en “dat er wel werd gelachen om mijn grappen, maar toch vooral door vrouwen”. Vorige week las ik in deze krant een artikel over de popster Billie Eilish. Ook hier schreef de recensent dat Eilish een vooral “jong, vrouwelijk publiek lokt. Zij konden zelfs voor een leeg podium amper enthousiast gekrijs onderdrukken.”

Wordt ooit geschreven dat vooral mannen aanwezig zijn op een concert of theatervoorstelling? Wordt ooit geschreven dat vooral mannen om grappen lachen? Wordt ooit over mannen geschreven dat ze het ‘krijsen’ niet kunnen ‘onderdrukken’? Als vrouwen schreeuwen, worden ze afgedaan als hysterische fans. Mannen zijn gewoon man. Man zijn is de norm. Mannen zijn in control.

Een ander voorbeeld is het artikel over de Nederlandse artieste Merol in deze krant. Merol zingt: “Hou je bek en bef me.” Alarm! Mannen zingen al jaren over
bitches en pussies, maar dit nummer wordt ‘voorzichtig’ opgepikt. Merol zingt over beffen en wordt gebombardeerd tot ‘franke feministe’. Zelf zegt ze: “De woorden kwamen gewoon mijn hoofd binnen gewaaid.”

Vrouwen die zingen over hun verlangen, zingen niet zomaar. Ze worden bestempeld als rebels, frank en expliciet.

In Rwanda heb ik veel mannen en vrouwen geïnterviewd over feminisme. Een man zei me: “Ik ga je eerlijk zeggen dat ik bang word van vrouwen die voor zichzelf opkomen. Zeker als ze geld hebben. Women with power, it’s so scary. They feel like the Messiah!”

Vrijgevochten vrouwen zijn gevaarlijk.

Hoe kun je een eigenzinnig, vernieuwend en onbevreesd levenspad bewandelen als alles wat je doet wordt gerelateerd aan je vrouw zijn?

Elke keer weer. Hoe is het om als vrouw ambitieus te zijn? Om als vrouw grappig te zijn? Om als vrouw geld te verdienen? Om als vrouw zin te hebben in seks?

Stop met die vragen. Belicht de vrouwelijke kracht. Vrouwen die iets ondernemen, tegenspreken of opkomen voor hun genot zijn geen aliens.

En toch hoor ik zo vaak: ‘Wees voorzichtig’, ‘Ga niet in conflict’, ‘Stop erover te schrijven’. ‘Te veel verlangen schrikt de man af. Laat hém maar jagen’, ‘Als je te moeilijk doet op je werk, zal je niet meer worden gevraagd’.

Met andere woorden: als ik voor mezelf opkom, ga ik failliet. Als ik mezelf ben, ben ik desastreus. Ik ben een bedreiging. Eenzaam en alleen.

Het werk neerleggen is niet genoeg. Wees desastreus. Wees ongehoorzaam. Laat jezelf horen. Be a badass!

Afbeeldingsresultaat voor alma lopez

Beeld: Alma Lopez

Deze column verscheen op 6/3/19 in De Morgen

Nymfomane

Ik lees maandag in deze krant over het betoog ‘We should all be feminists’ van Chimamanda Adichie. “Mannen moeten partners worden in de strijd voor gelijke rechten.”

Zelf vind ik mannelijke feministen bijzonder sexy. Ze getuigen van moed en een open blik als ze naar me luisteren in de zoektocht naar gelijkwaardigheid. Ik ben alleen bang dat mannen mijn vrijgevochten verlangens niet altijd leuk vinden. Of toch zeker niet sexy.

Een voorbeeld: ik sta in mijn keuken met een man. We zien elkaar al enkele weken maar we hebben nog geen seks.
Ik zeg: “Ik heb zin om met je te vrijen en wil dat niet meer verstoppen.”
Hij zegt: “Je gaat te snel.”
“Het is toch niet normaal dat je in mijn bed ligt en niet wil?”
“Hangt ervan af wat je normaal vindt.”

Er valt een heel ongemakkelijke stilte.

Hij wordt boos: “Moet je hier nu echt over praten? Nu is er nog meer druk. Ik ben bang dat ik je niet kan geven wat je wil.”
“Maar dat kan je toch nooit weten? Liefde is risico nemen.”
Hij denkt even na: “Een vriend van me zegt dat jij een nymfomane bent.”
Ik verslik me in mijn glas wijn: “Excuseer?”
Ik kom bij en zeg: “Dus omdat ik zin heb in seks, ben ik een nymfomane?”
“Je schrijft zo veel over mannen. Het lijkt alsof je bed overbevolkt is. Ik wil niet een van de velen zijn. Ik wil niet dat je me consumeert.”

“Ik ben inderdaad al met mannen naar bed geweest. Moet ik hiervoor gestraft worden? Er zijn ook veel momenten dat ik hier alleen lig. Oké, er zijn pieken. Maar over het algemeen is mijn bed echt héél dunbevolkt. Zo dunbevolkt dat je bij momenten van een zeer dreigende, verontrustende krimpende onderpopulatie kan spreken!”

Ik ga te rade bij mijn vriendin Manon. Manon is transgender en was vorig jaar nog een man. Ze zegt: “Ik werk in de bouw en merk dagelijks dat het me als vrouw meer moeite kost om leiding te geven. Wat bedoelt hij met nymfomane? Een leading lady met gezonde driften?”

“Hij is bang dat ik hem wil consumeren.”
“Dus consumeren is een exclusief mannenrecht?”

Beyonce zingt: “We say to girls: you can have ambitions, but not too much.” Ik vraag me af: We can have (sexual) desires, but not too much?

Of moet ik me wat zachter opstellen? Feminisme gaat tenslotte ook over een liefdevolle ontmoeting met de ander. Ik jaag ze alleen maar weg.

Zelf vind ik mijn verlangens heel redelijk, maar de conclusie is: ik lig weer in een leeg bed. Ik doe het licht uit en trek me op aan de quote van Charlotte Gainsbourg uit de film Nymphomaniac: “Ik hou van mezelf én van mijn begeerte.”

Afbeeldingsresultaat voor nymphomaniac stacy martin orgasm

Charlotte Gainsbourg in Nymphomaniac

 Deze column verscheen op 27/2/19 in De Morgen 

Mij krijgen ze niet klein

Béatrice Delvaux van Le Soir schrijft op Twitter: Greta, Anuna et Adelaïde, les nouvelles Antigone. Ik vind het inspirerend dat deze meisjes worden vergeleken met Antigone, wat betekent: ‘zij die geboren zijn om tegen te werken’.

Antigone is een klassieke tragedie van Sofocles met als centrale thema: het individuele geweten versus de staatswetten. Antigone mag haar broer niet begraven volgens de wet, maar doet dit toch. De klimaatspijbelaars mogen niet brossen, maar doen dit toch. Ze nemen geen genoegen met zwakke wetten. Ze willen een visie.

De mensen die zich bedreigd voelen door deze missie, doen de spijbelaars af als tegenwerkers, luiaards, paniekzaaiers. De waarheid is: zij zijn krijgers voor een betere wereld. Warriors die zich inzetten voor de toekomst van de mensheid.

En toch worden de spijbelaars bang gemaakt. Er zijn haatmails. Er zijn leraren die deze brossers straffen. Er zijn politici die cynisch zijn.

Greta: “Waarom een diploma als de planeet binnenkort niet meer leefbaar is?”

Anuna: “De grootste veranderingen die gemaakt zijn in de wereld, zijn door de mensen die vechten tegen de mainstream, tegen het systeem dat er al was.”

Antigone: “Ik wil beminnen, haten wil ik niet.”

Aan alle leraren en leraressen: jullie staan nu het dichtst bij de leerlingen. Stop met straffen, maar luister naar de inspiratie, de vernieuwende ideeën. Niemand mag bang worden gemaakt. Het werkt verlammend. Zij zijn het probleem niet!

Ook ouders die zeggen: ‘je mag protesteren, maar alleen in het weekend’, hebben ongelijk. Het gaat juist om een orde te verstoren. Manifesteren op een schooldag is deel van een essentiële inhoud: een structuur in vraag stellen.

“Ze overdrijven.” Nee, ze overdrijven niet. Ze zetten zich in voor deze wereld. En daar heb je nu eenmaal een megafoon voor nodig.

Quote van de schrijfster Sara Ahmed over vrouwen als Antigone: ‘Women who pulse life before law.’ De nieuwe Antigone. Vrouwen die anderen inspireren om op te staan.

Mijn zestienjarige zusje doet ook mee aan de klimaatmarsen. Vorige week zat ze les te volgen. Het begon te schemeren in het klaslokaal en ze vroeg de leraar of ze het licht mocht aandoen. De leraar zei spottend: “Jij bent toch gaan spijbelen voor het klimaat? Als je zo bezig bent met het milieu, moet je toch weten dat licht veel energie kost?” “Maar meneer, ik krijg hoofdpijn als ik les moet volgen in het donker.”

“Wat heb je dan gedaan?”, vroeg ik haar. Ze zei lachend: “Ik ben opgestaan en heb het licht aangedaan. Mij krijgen ze niet klein.”

Afbeeldingsresultaat voor antigone

Deze column verscheen op 25/2/19 in De Morgen

Nieuwe maan

Ik ben met K. op het concert van Balthazar in Berlijn. K. stelt me voor aan zijn vriend, Jochen Arbeit. Jochen vertelt dat hij K. leerde kennen op de dansvloer. Hij vond dat K. op zo’n bizarre, aparte manier danste dat hij op hem afstapte af en vroeg: ‘wie ben jij?’ Sindsdien zijn ze vrienden.

Ik zeg: “Oké. Boeiend. Dus jij stapt op iedereen af die je aantrekkelijk vindt?”

Jochen zegt: “Ja, dat is toch logisch? Volg je instinct. Stap op alles af wat je aantrekt. Het maakt je leven magisch.”

Balthazar kondigt het laatste nummer aan. K. zegt: ‘Laten we naar voren lopen. nú.” Als euforische zotten lopen we in een overvolle concertzaal naar voor. Iedereen maakt plaats. Echte aantrekking wordt aangemoedigd door de omgeving.

We staan nu op de eerste rij, hebben bijna oogcontact met Balthazar en dansen op Do Not Claim Them Anymore.

Daarna drink ik wodka met K. in de backstage en zeg: “Mijn probleem is dat er te veel aantrekking is. Ik voel zoveel liefde en lust. Voor het leven, voor mannen. Het voelt diep en tegelijkertijd zo willekeurig aan. Ik heb soms vijf keer per dag zin om tegen iemand te zeggen: ‘Hey, zullen we een leven opbouwen? Voor eeuwig. Daarna zien we wel.’
Tegen jou bijvoorbeeld. Of tegen vreemden. Tegen de man in de metro, de man die een bosbessen-smoothie drinkt in een bar, de man op een bankje in het park.”

K. zegt: “Het is normaal, Julie. Mentaal kan jij wel alleen zijn, maar een lichaam van een 31-jarige vrouw schreeuwt om aangeraakt te worden, te vrijen. Dat is de natuur.”

Oké, er zit een beest in mij. Een beest dat me in deze backstage leidt naar weer een andere man. Ik zeg hem dat we contact moeten houden. Misschien kunnen we afspreken rondom een natuurfenomeen. De nieuwe maan. Hij zegt: “We komen elkaar wel tegen. Echte aantrekking wordt aangemoedigd door de omgeving.”

De volgende dag zit ik met een gigantische kater in een koffiebar met K. Er zit weer een vreemde man een bosbessen-smoothie te drinken die ik ten huwelijk wil vragen. Ik zeg: “Alles gaat zo traag.” K. zegt dat hij het contact met mij intens vindt. Het gaat diep, maar hij is bang dat hij een van de velen is. “Soms voelt het alsof ik gewoon wat documentatiemateriaal voor je columns ben.” Ik zeg: “De columns zijn fictie, het zijn zinnen die ik hoor, gedachten die ik denk, die ik in een nieuwe volgorde zet. Dit is echt.”

We stappen naar buiten. We zien witte vogels richting de maan vliegen.

Eén van ons zegt: “Dit is een magische dag.”

Afbeeldingsresultaat voor vivre sa vie je t'adore godard

Vivre sa vie, Godard

Deze column verscheen op 18/2/19 in De Morgen

 

Vergeving

Er is een verband tussen racisme en de omgang met ons koloniaal verleden. Racisme-expert Michal Balcerzak zoekt oplossingen. In deze krant zegt hij: “Excuses voor wat België tijdens het koloniale bewind in Congo heeft aangericht horen daarbij.

Tracy Bibi Tansia zegt in de Eén-reeks Kinderen van de kolonie: “Het zou een mooi teken zijn om verontschuldigingen te krijgen voor het lijden van de voorouders.” Juliana Lumumba, wier vader Patrice Lumumba is vermoord, kijkt recht in de camera en vraagt ons: “Waar is zijn lichaam?”

Ze zegt: “We moeten ons bevrijden van onze trauma’s. We moeten over dat verleden praten om onze wonden te laten helen, om vooruit te kunnen.” Ze spreekt met een enorme vitaliteit, vanuit een optimisme, hoop.

Ik was enkele maanden geleden in Rwanda en was toen onder de indruk van hoe dit land met zijn verleden omgaat. Na de genocide heeft de regering alles op alles gezet om mensen te helpen om elkaar te vergeven. Er werden centres of reconciliation opgericht in het hele land. Tot vandaag worden mensen dagelijks begeleid in hoe je je verontschuldigt en hoe je de ander vergeeft. Iedereen met wie ik sprak had het over ‘the power of forgiveness’.

Er zijn ook kritische stemmen over dit bewind dat door de president Kagame wordt uitgevoerd. Hij dwingt mensen om met elkaar te leven. Je kan niet anders dan je buurman te vergeven, ook al heeft hij je kinderen vermoord. We moeten verder. Kritische stemmen zeggen dat je vergeven niet kan forceren.

De situatie in Rwanda is natuurlijk anders dan ons koloniaal verleden. Maar het is boeiend om te kijken hoe andere landen met hun trauma’s omgaan.

In Kigali is het Memorial centre opgericht. Poëzie en symbolen worden ingezet om troost te bieden. Er zijn bomen geplant voor de gestorven kinderen (the children’s garden). Je kan in een rozentuin wandelen ter nagedachtenis van de verloren geliefden (the garden of our lost loved ones). Er is een gebedskamer vol matjes waar je even kan liggen (Een suppoost zei me: “Here you can cry.”)

We hebben ruimtes nodig waar er geweend kan worden, sorry kan worden gezegd, waar pijnlijke herinneringen een plaats krijgen. Gebieden waar weer rozen kunnen groeien.

En dan kan de geschiedenis worden herschreven. Het zou een mooie boodschap zijn voor onze nakomelingen. “Dit is gebeurd. Het was afschuwelijk. Maar we hebben ons verontschuldigd. Nu gaan we verder. Samen.”

Het is de taak van iedereen om na te denken over de manier waarop we ons kunnen verontschuldigen. Iedereen heeft er recht op. Hoe een identiteit opbouwen als het lijden van je voorouders niet wordt herkend?

Gerelateerde afbeelding

Kigali memorial centre garden

Deze column verscheen op 15/2 in De Morgen