De naaktste mens ter wereld

Ik heb meegedaan met De slimste mens ter wereld en dat wordt vanavond uitgezonden. Ik heb nog geprobeerd om de uitzendrechten over te kopen, ik heb redactieleden afgedreigd, ik heb gehuild bij de baas van Vier. Maar nee, het wordt uitgezonden.

Graag geef ik jullie alvast een blik achter de schermen. Of beter: een kijk in mijn gedachten.

Tijdens het eerste deel van de uitzending ging het merendeel van mijn gedachten naar mijn boezem. Ik had een jurk gekocht waarvan de decolleté iets te diep was. Gelukkig had de stylist de decolleté dichtgenaaid, maar tijdens de quiz schoten er enkele draadjes los waardoor mijn jurk openspringt ter hoogte van mijn borsten.

Oké, het had erger gekund. Je ziet geen tepel ofzo. Gewoon een knalroze bh.

Ik zat te wiebelen op die stoel en probeerde een elegante houding te zoeken. Dit lukte niet. Waarom was ik niet gewoon in jogging gekomen? Waarom moest ik zo nodig weer indruk proberen te maken met mijn looks? Voordeel was wel: ik stond wagenwijd open voor de ervaring!

Ik was ook goed voorbereid. Ik had alle nieuwsverslagen van de voorbije jaren bekeken, ik had de wereldkaart uit het hoofd geleerd en ik kende alle Amerikaanse presidenten.

Jammer genoeg vroeg Erik me niet naar de hoofdstad van IJsland (Reykjavik!), maar vroeg hij me of het waar is dat ik een beetje feministisch ben, wat ik aantrekkelijk vind bij mannen en waarom ik ooit een kritische column over De ideale wereld schreef.

Ik wilde grappige antwoorden verzinnen. Scoren! Helaas produceerde ik geen catchy oneliners maar werd ik overvallen door een existentieel momentje. Hoe moet ik hier zitten? En dan bedoel ik niet alleen de zoektocht naar een stijlvolle pose. Nee, ik heb het over een dieper niveau. Wie ben ik? Ben ik hier de vriendelijke, onderdanige dame die de sfeer erin houdt en bang is voor haatmails? Of ben ik het enfant terrible? Of ben ik een sterke vrouw met een opinie en kritische blik op de wereld die zich niets aantrekt van de mening van een ander?

Aangezien ik in een quiz zat, koos ik voor de intelligente vrouw die grappig was terwijl ze imponeerde met haar kennis over de wereld en zich ook nog eens wist te kleden. Dit was iets te hoog gegrepen. Mijn derde oog bracht me in een dissociatieve toestand waardoor ik niet meer kon rekenen op normale hersenactiviteiten. Ik kon deze quiz alleen maar ondergaan terwijl ik langzaam werd uitgekleed door vragen waarop ik geen antwoorden had. En zo voelde ik me die nacht de naaktste mens ter wereld.

Ik schrok van mezelf toen ik na de opname zeer ernstig aan mijn vriend vroeg: ‘Denk je dat de mensen me nu gaan haten?’

Verder ga ik natuurlijk niet te veel verklappen. U mag zelf een pronostiekje maken hoeveel afleveringen ik deze striptease volhoud. Ik hoor het wel!

PHOTO-2019-11-13-09-54-23.jpg
Deze column verscheen op 13/11 in De Morgen

White privilege

Enkele maanden geleden had ik een gesprek met een redacteur. Hij werkt voor een productiehuis dat voor verschillende zenders tv-programma’s maakt en was op zoek naar een vrouwenpanel voor een nieuw programma. Ik vraag hem of hij ook met vrouwen van kleur in gesprek gaat om zich te voegen bij het panel. Hij zegt dat hij als redacteur al jaren zijn best doet voor meer diversiteit.

Hij bekent: “Maar het wordt gênant. Laatst belde ik een man met Marokkaanse roots die in de media actief is. Ik had weer een panel nodig en ik vind diversiteit belangrijk. Bovendien krijgen wij vanuit de overheid ook quota. De man in kwestie kon het niet doen, dus vroeg ik of hij me iemand kon tippen. Hij werd kwaad. Hij zei: ‘Waarom blijven jullie me altijd maar opbellen om aanspraak te maken op mijn connecties? Als jullie op zoek zijn naar meer kleur, hoe komt het dan dat er niemand uit mijn netwerk werkzaam is op jullie redactie?’”

“Ik begrijp die man”, zeg ik.

“Ik ook”, antwoordt hij. “Mijn redactie is inderdaad volledig wit. Elke keer als ik in gesprek ga met mensen van kleur lossen zij mijn probleem op. Zij zorgen voor diversiteit terwijl ik betaald word.”

“Heb je dat al aan je baas gezegd?”, vraag ik. Hij zegt dat hij dat niet durft, het is een lastig onderwerp.

Het is een typisch voorbeeld van white privilege. Zenders wordt gevraagd om een diverse samenleving te representeren. Dat verloopt moeizaam. Naar wie wordt het probleem opgeschoven? Naar mensen van kleur.

Dalilla Hermans licht deze week in De Standaard toe waarom ze niet langer met VRT wil samenwerken. Hermans kreeg in het verleden tal van workshops en werd uitgenodigd bij verschillende programma’s. Ze observeert: “Mensen met migratieroots, of eigenlijk álle mensen die van de norm afwijken, leken vooral ingezet te worden als opvulling, zelden om mee te denken of mee te beslissen.” Ondertussen doet Hermans haar best. Ze pitcht nieuwe ideeën voor programma’s, slaat haar adressenboekje open en blokkeert haar agenda voor eventuele opportuniteiten.

Als de VRT zo vaak aanspraak maakt op haar talent, hoe komt het dan dat zij nog niet op haar expertise is aangesproken om zélf een context te creëren voor een programma?

Dalilla Hermans heeft gelukkig de moed om te spreken. Maar de redacteur die ik aanhaal zwijgt.

Ik stel voor dat de redacties voor tv en radio vandaag een vergadering inplannen. En dan hoop ik echt dat iemand eens de moed heeft om op te staan, rond te kijken en te zeggen: “Waarom blijft alles hier zo wit? En zo mannelijk?” En nee, dat betekent niet dat witte mannen moeten vertrekken. Ze moeten gewoon het lef hebben om nieuwe mensen structureel binnen te halen en die vervolgens vrij te laten om vanuit hun context te creëren. Dat is diversiteit.

Vlaamse identiteit

Vandaag schreef ik voor De Morgen over de Vlaamse identiteit:

‘De opbouw van een identiteit laat zich niet vastleggen van bovenaf. Een identiteit ontwikkelt zich van binnenuit. Vanuit een realiteit die zich opdringt: een steeds diversere samenleving op een planeet die opwarmt. Vanuit de aarde dus, vanuit wat nodig is om hier samen te leven en verantwoordelijkheid voor elkaar op te nemen.’

Te lezen op de website van De Morgen:
https://www.demorgen.be/meningen/het-versterken-van-de-vlaamse-identiteit-is-een-terugkeer-naar-een-fictie-naar-wat-nooit-geweest-is~b631d805/

 

 

 

 

Oerkreet

Enkele weken geleden deed ik een oproep in deze krant: kan iemand me meenemen naar een bijzondere plek in de natuur? Het was een roep, een verlangen naar een connectie met de bomen, de rivieren, de dieren. 

Ik kreeg een e-mail van een man met een voorstel. Hij wilde me met zijn wandelclub meenemen naar het Ardeense dorp Champlon om edelherten te spotten. Het is bronsttijd en dan kan je de oerkreten horen. De herten brullen om hun territorium af te bakenen, om te communiceren dat een hinde van hen is. 

Ik ga uiteraard in op zijn voorstel en boek meteen een hotelletje. Blijkbaar overhaast: ik vergis me van datum en kan die niet meer verzetten. Dus vraag ik mijn vriend Daan me te vergezellen. 

We hebben geen auto en besluiten er een avontuur van te maken: met het openbaar vervoer naar de Ardennen. In de bus klinkt er klassieke muziek. Daan zegt: ‘Het is de eerste keer dat ik zo’n mooie muziek op een bus hoor.’ 

Bij aankomst aan het hotel blijkt dat je een auto nodig hebt om tot de juiste plekken te komen om de edelherten te bewonderen. De hoteluitbater stelt ons voor aan een koppel dat ons misschien een lift kan geven. Ze zijn rond de 60 en bieden ons wijn aan. 

De man praat gepassioneerd over zeldzame zwammen, witte zwanen en wilde zwijnen. Ondertussen toont de vrouw foto’s van een bepaalde boomstam.
’Het verste dat we ooit zijn geweest is Reims’, zegt de man. ‘Ik wilde daar de kraamvogels zien emigreren. Toen ik ze met duizenden zag vliegen in een V-vorm kreeg ik tranen in mijn ogen.’ 

De volgende dag geven ze ons een lift naar een uitkijkpost. We wachten op een edelhert. Dit is het toppunt van niets doen. Kijken naar het landschap, wachten op een dier dat misschien verschijnt. Zonder dat we weten vanwaar hij komt, staat hij daar ineens in het midden van het landschap. Het edelhert pronkt. 

We nemen afscheid van het koppel en wandelen door het bos naar het hotel. Een hinde passeert. Wanneer we helemaal doorregend zijn, liften we. Een man die zich voorstelt als boswachter neemt ons mee. ‘We zijn hier voor de oerkreten’ zeg ik. Hij zegt: ‘Daar heb ik nog een opname van gemaakt.’ Door de boxen klinken wilde oerkreten terwijl we het landschap doorkruisen. 

Er woedt een verlangen in het bos, in ons.

Als we weer in het hotel zijn, laat Daan een bad vollopen. We staan aan het raam te kijken naar de kleuren van de herfst. Ik weet niet hoe lang precies. Misschien twee minuten, misschien een uur. Wat ik wel weet is dat ik een oerkreet hoor. Als een echo, maar dan lang, luid en intens. En hij komt niet vanuit het bos. 

Coming Up Roses/Petals Fall-2

Beeld: Penny Slinger

Deze column verscheen op 30/9 in De Morgen

Neem mij mee

Ik lees in De Morgen dat wandelclubs bezig zijn aan een opmars. Door te wandelen kan je onthaasten, de technologie ontvluchten en contact maken met de natuur. 

Psychologe Christel Westgeest zegt dat het digitale leven van vandaag veel spanning oplevert: ‘Je bent overal bereikbaar, de smartphone is steeds aan het trillen. In de natuur verdwijnt dat allemaal. De hartslag gaat naar beneden, je stresshormonen nemen af. Tegelijk kom je daar ook meer tot inzichten en ideeën.’ 

Zelf ben ik ook sinds een tijd op zoek naar manieren om connectie te maken met de aarde. Ik weet nog niet wat die connectie precies betekent. Dat ben ik dus aan het onderzoeken. 

Tijdens de documentaire Vents de sable, femmes de roc kijk ik naar vrouwen uit Niger die de Sahara doorkruisen om dadels te plukken in de oase. Elk jaar maken ze deze tocht omdat de verkoop van dadels hun financieel onafhankelijk maakt van hun man.
Niet dat al de vrouwen dat zo leuk vinden. Amina heeft het de hele tijd over haar verlangen naar het moderne leven. Met de opbrengst van de dadels wil ze zo snel mogelijk naar de stad om een parfumwinkel te beginnen. Confronterend: ik verlang naar een leven in ‘harmonie met de natuur’ en romantiseer het leven van vrouwen die op een dromedaris de woestijn doorkruisen. De realiteit is dat het daar snikheet is, dat ze pijn hebben aan hun voeten en dat ze dromen van een stenen huis in plaats van een tentenkamp.

En toch is er die drang, dat verlangen om dichter bij de natuur te komen. Zoals de schrijfster Joanna Pocock, die in haar boek Surrender, haar reis beschrijft naar Montana. Daar geraakt ze gefascineerd door mensen die nieuwe manieren zoeken om met de aarde om te gaan. Ze volgt een groep mensen die het leven van de bizons eren en interviewt de transvrouw, Finisia Medrano, die in de gevangenis belandde omdat ze groenten en fruit plantte volgens de inheemse traditie op het publieke land. 

Pocock bewondert deze daden van rebellie, mensen die weigeren deel te nemen aan de consumptiemaatschappij, my desire to live on this planet with a purpose, with joy.

Bon. Deze inleiding brengt mij tot de ware inhoud van deze column, namelijk een warme oproep: wie wil mij meenemen tijdens een tocht doorheen de natuur? Een expeditie ter ere van de bizon, een wandeling naar dadelpalmen of een reis naar een plek waar we zaden kunnen planten volgens de traditie van de Aboriginals. Het mag ook iets anders zijn, zolang het maar een tocht is. Neem mij mee. Ik sta voor alles open. Of toch voor bijna alles. De enige voorwaarde is dat ik erover mag schrijven in deze krant.

Afbeeldingsresultaat voor potnia theron

Deze column verscheen op 13/9 in De Morgen

BAD WOMAN

Voor mijn nieuwe theatervoorstelling ‘Confessions of a white girl’ nodigde ik twee bevriende schrijfsters uit om mee te werken aan mijn script. Deze schrijfsters zijn vrouwen van kleur en ik dacht dat zij me konden uitleggen wat een ‘white girl’ is. 

Het idee ontstond bij het lezen van een correspondentie tussen Adrienne Rich en Audre Lorde. De ene vrouw is een witte feministe, de andere een zwarte feministe.  Ze schrijven dat ze elkaar willen begrijpen in de strijd voor de vrije invulling van het ‘vrouw zijn.’ Tegelijkertijd willen ze zich ook bewust zijn van de verschillen waarmee ze te maken krijgen omdat ze een andere kleur hebben.

Ik lees mijn script voor en één van mijn vriendinnen zegt me: ‘Ben jij er eigenlijk klaar voor om de verschillen tussen wit en zwart feminisme te beschrijven? Moet jij niet eerst ontdekken welke vrouw je zelf bent en wil zijn? Je schrijft over de verschillen tussen zwart en wit, maar je hebt nog niet eens over je moeder geschreven. Wie is je moeder? Welk voorbeeld van een leven van een vrouw heb jij meegekregen?’ 

Ik zeg: ‘Ik denk dat mijn moeder op haar 21 haar script voor het leven kreeg. Het was normaal dat je trouwde en een kind kreeg. Maar was dat het leven dat ze werkelijk wilde? ‘Je moet daar naartoe, naar die vragen.’ zegt ze. 

Ik vertel hen dat ik tijdens een reis in Myanmar ben uitgescholden omdat ik als vrouw alleen op reis was. Ik dronk thee en een man zei me dat ik mijn leven weggooide, dat ik een man moest zoeken en kinderen moest baren. Voor de hele straat riep hij ‘You are a bad woman!’

Mijn andere vriendin zegt: ’Ja, daar gaat het om. Jij wil onderzoeken welke vrouw je wil zijn. Welke vrouw je ook wil zijn, er zal altijd over geoordeeld worden. Je moet je titel doorstrepen en veranderen in BAD WOMAN. Beschrijf eerst jouw innerlijke tocht alvorens te willen begrijpen wat de strijd voor een ander is. Deze zoektocht zal je ook bewust maken van je privilege als witte vrouw.’ 

Zo, ik weet wat te doen. Ik trek er enkele weken tussen uit om op elke affiche in het land mijn titel te doorstrepen. Verder moet ik ook nog de media overtuigen om bij wijze van promostunt een badpakken-special van mij te publiceren. 

Alvorens even te verdwijnen op deze pagina, dank ik De Morgen om me alle vrijheid te geven in mijn schrijven. Ik wil mijn lief Daan Bauwens en mijn vriend Johan Vossen ook bedanken voor het nalezen en aanvullen van mijn columns. Ja, zelfs een vrouw als ik kan niets zonder een man. Zo, dat weten jullie dan ook alweer.

Tot in september of op de première van BAD WOMAN op Theater aan zee.

1ef91b1f-848b-49c8-92b4-1edfe9e22f88.JPG

Speellijst: 
1, 2 en 3 augustus op Theater aan zee
https://theateraanzee.be/programma/confessions-of-a-white-girl

8, 9, 10 en 11 augustus op Boulevard Festival
https://www.festivalboulevard.nl/nl/programma/id-4371/confessions-of-a-white-girl/

17 en 18 september Brakke Grond Amsterdam
https://www.brakkegrond.nl/agenda/julie-cafmeyer-2

19, 20 en 21 september Love at first sight Antwerpen
https://www.destudio.com/production/14279/lafs4-confessions-of-a-white-girl-bad-woman

2 oktober Nieuwe vorst Tilburg
https://denieuwevorst.nl/programma/confessions-of-a-white-girl/

16 en 17 oktober Campo Gent
https://www.campo.nu/nl/production/14465/confessions-of-a-white-girl

Leef jij voor de liefde?

Een tijdje geleden kreeg ik een lezersbrief:

Lieve Julie,

Ik vind dat ik je zo mag noemen, want ik ben 75 en zou je grootmoeder kunnen zijn. Ik lees je columns steeds met veel interesse en soms denk ik ‘yes’ en bal mijn vuist. Het is de eerste keer dat ik iemand schrijf zoals nu. Maar ik zit in een goede vibe en heb de moed om te vragen om eens te babbelen. Gezien mijn ouderdom heb ik veel te vertellen.

Vriendelijke groeten, A. 

Een paar weken later drink ik koffie met A. Ze is een mooie vrouw met kort grijs haar en draagt bordeaux rode lippenstift. Ze zegt: ‘Mijn man is zeven jaar geleden overleden. Ik mis hem, maar ik heb nog zin in de liefde. Ik heb zin in een man. Er heerst een enorm taboe op oudere vrouwen die verlangen naar intimiteit. Ik kan er met niemand over praten.’

Ik vertel haar dat ik afgelopen donderdag in De Standaard een artikel las over ouderen die samen willen sterven. Voor velen lijkt dat het toppunt van de romantische liefde: in elkaar verstrengeld naar de hemel. ‘Hoe zie jij dat?’ vraag ik haar.
‘Liefde kan ook een uitvinding van een nieuw leven zijn.’
‘Heeft je man je moed ingesproken om verder te leven toen hij stierf?’
‘Mijn man is onverwacht gestorven na een operatie. Hij zou wakker worden, maar hij heeft het niet gehaald.’
‘Er was dus geen afscheid?’
‘Nee, maar een paar weken voordat hij is gestorven heeft hij me heel innig vast gehouden. Misschien wist hij dat hij binnenkort zou sterven. Ik voelde zoveel liefde. Alsof al de liefde die we de voorbije jaren hadden beleefd, geconcentreerd zat in één omhelzing.’
‘En nu wil je verder gaan?’ 

‘Mijn shiatsu-masseur zegt dat als je je geliefde verliest, hij pas na zeven jaar uit je cellen verdwijnt. Het duurt lang, maar je moet geduld hebben. Verdriet ebt weg uit je lichaam. Dat is een machtig gevoel, Julie. Plots krijg je weer zin in het leven.’ 

Ik zeg dat ik haar levenslust bewonder en vraag: ’Leef jij voor de liefde?’

‘Liefde gaat niet alleen om het leven, het gaat ook om iemand te laten sterven. Na de mislukte operatie heb ik mijn man laten gaan. Ze hadden hem nog kunstmatig in leven kunnen houden, maar dat wilde ik niet. De dokter zei me: ‘dat is echte liefde.’ Ik ben die dokter dankbaar voor haar woorden op dat moment. Verder weet ik niets over de liefde. Ik weet alleen dat ik er in elke vezel van mijn lijf naar verlang. Elke keer opnieuw.’

Afbeeldingsresultaat voor an sophie kesteleyn fotografe

Beeld: An-Sofie Kesteleyn

Deze column verscheen op 27/5/19 in De Morgen