Droom

Ik was zo iemand die geloofde dat je dromen iets wezenlijks over je leven kunnen onthullen. Je dromen vertellen iets over je meest kinky fantasieën, je gruwelijkste angsten en je diepste verlangens. Ik droomde onlangs dat ik op een veld stond bij een jager die een hert probeerde dood te schieten met een speer. De jager werd geraakt door een andere schutter. Ik zakte door mijn knieën en verzorgde zijn wonde. De volgende ochtend googelde ik: ‘Droom + wonde + bloed + hert + speer?’ Google wist het niet. 

De nacht daarvoor droomde ik dat ik een kind in mijn armen hield. Mijn dochter was ziek en ik redde haar leven door haar zachtjes te sussen. Ik voelde me nuttig, meer zelfs, ik voelde me een soort van heldin. Alsof mijn leven plots richting kreeg nu ik zorg kon dragen voor een nakomeling. Ik vond het een belachelijke droom. Het is onnozel om jezelf als een heldin te wanen als je je eigen kind redt, aangezien je er zelf voor gekozen hebt om een totaal hulpeloos, zorgbehoevend wezen op de wereld te zetten.

Er zijn dromen die steeds terugkomen. Ik droom op regelmatige basis dat mijn vriend me op de meest ijzingwekkende manieren verlaat. Hij bedriegt me met mijn beste vriendin, hij vertrekt op wereldreis en blokkeert mijn telefoonnummer, mijn schoonmoeder nodigt me uit voor de koffie en vertelt me dat hij me nooit meer wil zien. 

Als je dromen je bang maken, als ze niet inspireren, kan je je dromen sturen. Je moet goed rondkijken. Je moet de beelden die je raken opslaan. Je moet hopen dat die beelden ’s nachts in nieuwe gedaanten verschijnen. 

Op oudejaarsnacht keek ik naar een meisje verkleed als vlinder. Ze danste met een hula hoop maar de hula hoop viel de hele tijd van haar heupen. Ze keek me aan met haar blauwe ogen en zei: ‘het ligt aan de outfit, het vlinderpak is nieuw.’ Ik keek naar een magische tuin in Zuid Afrika, een pauw die al haar veren verliest. Een vrouw die één van de veren in haar grijze haren speldt. Een aap in mijn hotelkamer die mijn Dior lippenstift probeert te stelen. Iemand die zegt: ‘de velvet monkeys hebben blauwe ballen, heb je zijn ballen gezien?’ De verschillende soorten blauw in de zee. De indringende strontgeur van de zeehonden. En dat ik ondanks de afschuwelijke stank blijf zeggen: ik heb nog nooit zoveel verschillende soorten blauw gezien. 

Die nacht droom ik dat ik mijn haar blauw kleur. De volgende dag drink ik een koffie in Kaapstad en de serveerster heeft een blauw afrokapsel. Hoe vaak zie je iemand met blauw haar in een koffiebar? De droom onthult niets over je leven. Alles wat je meemaakt, heb je ’s nachts al eens gezien. En zo weet je: het is goed, ik ben waar ik moet zijn.

Gerelateerde afbeelding

Beeld: Sophy Hollington 

Deze column verscheen op 6/1/20 in De Morgen

 

Het is jouw leven

In zijn nieuwe boek, Gloria, schrijft Koen Sels over het vaderschap. Hij is niet meer ‘die kleine, paranoïde detective van weleer die op zoek was naar samenhang’. Nu hij een dochter heeft, wordt hij zich bewust van een nieuwe positie: ‘Hij zei nu zelf wat het was, waarnaar Gloria wees. Hij bood zich aan als was hij een woordvoerder van de dingen, en de dingen werden hem niet aangedaan, hij had erin ingegrepen, met woorden, relaties, daden, bewegingen, hij was één van de dingen.’

Zowel in zijn debuutroman Generator als in Gloria, heeft Sels de gave om je te hypnotiseren en je te laten nadenken over je eigen herinneringen, je leven en de daden om dat leven in te richten.

Dat is de kracht van het autobiografisch schrijven. Door de lezer te vertellen: ‘dit is mijn leven’, confronteer je de lezer met: ‘dit is jouw leven’.

Mensen vragen: wanneer ga je een auto hebben, wanneer ga je een huis kopen, trouwen, een kind krijgen? Op feestjes luister je naar vrienden met een auto die verbouwen, trouwen en een kind krijgen. En ik, ik oordeel. Heeft onze generatie niet meer verbeelding dan het leven van onze ouders te kopiëren? Of willen we, na de echtscheidingscrisis, misschien bewijzen dat wij het wel kunnen?

Ondertussen vragen mijn vriend en ik het ons luidop af – tijdens een hysterische ruzie, een romantische tête-à-tête of aan het ontbijt: ‘Wat met ons leven?’

Wij dromen over een radicaal anders leven. Wij zijn romantici die het leven zullen vieren zonder de rompslomp van een verbouwing of het gekrijs van een kind. Wij dromen over een kosmopolitisch leven, maar zijn tegelijkertijd te bang om één stap buiten de deur te zetten. Wij willen ons niet binden. Aan niets of niemand. Geen kind, geen auto, geen krediet, geen ring. Wij kunnen toch meer dan dat? Zijn onze dromen grootspraak omdat we bang zijn? Bang om een stap te zetten richting het echte leven. Wat is dat echte leven? Wanneer doen wij iets?

Ondertussen is Koen Sels vader geworden, houdt hij van zijn vriendin, is hij onthaalbediende in Turnhout en is hij gestopt met drinken. Hij is geen ‘vrije volwassene meer zonder verplichtingen’. Maar het kiezen voor een leven van verantwoordelijkheden, voor een – op het eerste gezicht – minder universeel leven, hoeft geen afstompende daad te zijn. Hij schrijft: ‘Ik wil eigenlijk helemaal niks anders dan mislukken volgens die maatstaven, verliezen bestaat helemaal niet. Ik zal een boeddha van het onderpresteren zijn, niet bijzonder en niet slim, niet de beste en niet de slechtste, gewoon: beter in wat ik al ben, voor haar.’

Een keuze voor een leven draagt altijd een mislukking in zich. En toch: iets doen is altijd interessanter dan nota nemen aan de zijlijn.

 

Afbeeldingsresultaat voor classic familie 60"

Deze column verscheen op 4/12/19 in De Morgen

De naaktste mens ter wereld

Ik heb meegedaan met De slimste mens ter wereld en dat wordt vanavond uitgezonden. Ik heb nog geprobeerd om de uitzendrechten over te kopen, ik heb redactieleden afgedreigd, ik heb gehuild bij de baas van Vier. Maar nee, het wordt uitgezonden.

Graag geef ik jullie alvast een blik achter de schermen. Of beter: een kijk in mijn gedachten.

Tijdens het eerste deel van de uitzending ging het merendeel van mijn gedachten naar mijn boezem. Ik had een jurk gekocht waarvan de decolleté iets te diep was. Gelukkig had de stylist de decolleté dichtgenaaid, maar tijdens de quiz schoten er enkele draadjes los waardoor mijn jurk openspringt ter hoogte van mijn borsten.

Oké, het had erger gekund. Je ziet geen tepel ofzo. Gewoon een knalroze bh.

Ik zat te wiebelen op die stoel en probeerde een elegante houding te zoeken. Dit lukte niet. Waarom was ik niet gewoon in jogging gekomen? Waarom moest ik zo nodig weer indruk proberen te maken met mijn looks? Voordeel was wel: ik stond wagenwijd open voor de ervaring!

Ik was ook goed voorbereid. Ik had alle nieuwsverslagen van de voorbije jaren bekeken, ik had de wereldkaart uit het hoofd geleerd en ik kende alle Amerikaanse presidenten.

Jammer genoeg vroeg Erik me niet naar de hoofdstad van IJsland (Reykjavik!), maar vroeg hij me of het waar is dat ik een beetje feministisch ben, wat ik aantrekkelijk vind bij mannen en waarom ik ooit een kritische column over De ideale wereld schreef.

Ik wilde grappige antwoorden verzinnen. Scoren! Helaas produceerde ik geen catchy oneliners maar werd ik overvallen door een existentieel momentje. Hoe moet ik hier zitten? En dan bedoel ik niet alleen de zoektocht naar een stijlvolle pose. Nee, ik heb het over een dieper niveau. Wie ben ik? Ben ik hier de vriendelijke, onderdanige dame die de sfeer erin houdt en bang is voor haatmails? Of ben ik het enfant terrible? Of ben ik een sterke vrouw met een opinie en kritische blik op de wereld die zich niets aantrekt van de mening van een ander?

Aangezien ik in een quiz zat, koos ik voor de intelligente vrouw die grappig was terwijl ze imponeerde met haar kennis over de wereld en zich ook nog eens wist te kleden. Dit was iets te hoog gegrepen. Mijn derde oog bracht me in een dissociatieve toestand waardoor ik niet meer kon rekenen op normale hersenactiviteiten. Ik kon deze quiz alleen maar ondergaan terwijl ik langzaam werd uitgekleed door vragen waarop ik geen antwoorden had. En zo voelde ik me die nacht de naaktste mens ter wereld.

Ik schrok van mezelf toen ik na de opname zeer ernstig aan mijn vriend vroeg: ‘Denk je dat de mensen me nu gaan haten?’

Verder ga ik natuurlijk niet te veel verklappen. U mag zelf een pronostiekje maken hoeveel afleveringen ik deze striptease volhoud. Ik hoor het wel!

PHOTO-2019-11-13-09-54-23.jpg
Deze column verscheen op 13/11 in De Morgen

White privilege

Enkele maanden geleden had ik een gesprek met een redacteur. Hij werkt voor een productiehuis dat voor verschillende zenders tv-programma’s maakt en was op zoek naar een vrouwenpanel voor een nieuw programma. Ik vraag hem of hij ook met vrouwen van kleur in gesprek gaat om zich te voegen bij het panel. Hij zegt dat hij als redacteur al jaren zijn best doet voor meer diversiteit.

Hij bekent: “Maar het wordt gênant. Laatst belde ik een man met Marokkaanse roots die in de media actief is. Ik had weer een panel nodig en ik vind diversiteit belangrijk. Bovendien krijgen wij vanuit de overheid ook quota. De man in kwestie kon het niet doen, dus vroeg ik of hij me iemand kon tippen. Hij werd kwaad. Hij zei: ‘Waarom blijven jullie me altijd maar opbellen om aanspraak te maken op mijn connecties? Als jullie op zoek zijn naar meer kleur, hoe komt het dan dat er niemand uit mijn netwerk werkzaam is op jullie redactie?’”

“Ik begrijp die man”, zeg ik.

“Ik ook”, antwoordt hij. “Mijn redactie is inderdaad volledig wit. Elke keer als ik in gesprek ga met mensen van kleur lossen zij mijn probleem op. Zij zorgen voor diversiteit terwijl ik betaald word.”

“Heb je dat al aan je baas gezegd?”, vraag ik. Hij zegt dat hij dat niet durft, het is een lastig onderwerp.

Het is een typisch voorbeeld van white privilege. Zenders wordt gevraagd om een diverse samenleving te representeren. Dat verloopt moeizaam. Naar wie wordt het probleem opgeschoven? Naar mensen van kleur.

Dalilla Hermans licht deze week in De Standaard toe waarom ze niet langer met VRT wil samenwerken. Hermans kreeg in het verleden tal van workshops en werd uitgenodigd bij verschillende programma’s. Ze observeert: “Mensen met migratieroots, of eigenlijk álle mensen die van de norm afwijken, leken vooral ingezet te worden als opvulling, zelden om mee te denken of mee te beslissen.” Ondertussen doet Hermans haar best. Ze pitcht nieuwe ideeën voor programma’s, slaat haar adressenboekje open en blokkeert haar agenda voor eventuele opportuniteiten.

Als de VRT zo vaak aanspraak maakt op haar talent, hoe komt het dan dat zij nog niet op haar expertise is aangesproken om zélf een context te creëren voor een programma?

Dalilla Hermans heeft gelukkig de moed om te spreken. Maar de redacteur die ik aanhaal zwijgt.

Ik stel voor dat de redacties voor tv en radio vandaag een vergadering inplannen. En dan hoop ik echt dat iemand eens de moed heeft om op te staan, rond te kijken en te zeggen: “Waarom blijft alles hier zo wit? En zo mannelijk?” En nee, dat betekent niet dat witte mannen moeten vertrekken. Ze moeten gewoon het lef hebben om nieuwe mensen structureel binnen te halen en die vervolgens vrij te laten om vanuit hun context te creëren. Dat is diversiteit.

Vlaamse identiteit

Vandaag schreef ik voor De Morgen over de Vlaamse identiteit:

‘De opbouw van een identiteit laat zich niet vastleggen van bovenaf. Een identiteit ontwikkelt zich van binnenuit. Vanuit een realiteit die zich opdringt: een steeds diversere samenleving op een planeet die opwarmt. Vanuit de aarde dus, vanuit wat nodig is om hier samen te leven en verantwoordelijkheid voor elkaar op te nemen.’

Te lezen op de website van De Morgen:
https://www.demorgen.be/meningen/het-versterken-van-de-vlaamse-identiteit-is-een-terugkeer-naar-een-fictie-naar-wat-nooit-geweest-is~b631d805/

 

 

 

 

Oerkreet

Enkele weken geleden deed ik een oproep in deze krant: kan iemand me meenemen naar een bijzondere plek in de natuur? Het was een roep, een verlangen naar een connectie met de bomen, de rivieren, de dieren. 

Ik kreeg een e-mail van een man met een voorstel. Hij wilde me met zijn wandelclub meenemen naar het Ardeense dorp Champlon om edelherten te spotten. Het is bronsttijd en dan kan je de oerkreten horen. De herten brullen om hun territorium af te bakenen, om te communiceren dat een hinde van hen is. 

Ik ga uiteraard in op zijn voorstel en boek meteen een hotelletje. Blijkbaar overhaast: ik vergis me van datum en kan die niet meer verzetten. Dus vraag ik mijn vriend Daan me te vergezellen. 

We hebben geen auto en besluiten er een avontuur van te maken: met het openbaar vervoer naar de Ardennen. In de bus klinkt er klassieke muziek. Daan zegt: ‘Het is de eerste keer dat ik zo’n mooie muziek op een bus hoor.’ 

Bij aankomst aan het hotel blijkt dat je een auto nodig hebt om tot de juiste plekken te komen om de edelherten te bewonderen. De hoteluitbater stelt ons voor aan een koppel dat ons misschien een lift kan geven. Ze zijn rond de 60 en bieden ons wijn aan. 

De man praat gepassioneerd over zeldzame zwammen, witte zwanen en wilde zwijnen. Ondertussen toont de vrouw foto’s van een bepaalde boomstam.
’Het verste dat we ooit zijn geweest is Reims’, zegt de man. ‘Ik wilde daar de kraamvogels zien emigreren. Toen ik ze met duizenden zag vliegen in een V-vorm kreeg ik tranen in mijn ogen.’ 

De volgende dag geven ze ons een lift naar een uitkijkpost. We wachten op een edelhert. Dit is het toppunt van niets doen. Kijken naar het landschap, wachten op een dier dat misschien verschijnt. Zonder dat we weten vanwaar hij komt, staat hij daar ineens in het midden van het landschap. Het edelhert pronkt. 

We nemen afscheid van het koppel en wandelen door het bos naar het hotel. Een hinde passeert. Wanneer we helemaal doorregend zijn, liften we. Een man die zich voorstelt als boswachter neemt ons mee. ‘We zijn hier voor de oerkreten’ zeg ik. Hij zegt: ‘Daar heb ik nog een opname van gemaakt.’ Door de boxen klinken wilde oerkreten terwijl we het landschap doorkruisen. 

Er woedt een verlangen in het bos, in ons.

Als we weer in het hotel zijn, laat Daan een bad vollopen. We staan aan het raam te kijken naar de kleuren van de herfst. Ik weet niet hoe lang precies. Misschien twee minuten, misschien een uur. Wat ik wel weet is dat ik een oerkreet hoor. Als een echo, maar dan lang, luid en intens. En hij komt niet vanuit het bos. 

Coming Up Roses/Petals Fall-2

Beeld: Penny Slinger

Deze column verscheen op 30/9 in De Morgen

Neem mij mee

Ik lees in De Morgen dat wandelclubs bezig zijn aan een opmars. Door te wandelen kan je onthaasten, de technologie ontvluchten en contact maken met de natuur. 

Psychologe Christel Westgeest zegt dat het digitale leven van vandaag veel spanning oplevert: ‘Je bent overal bereikbaar, de smartphone is steeds aan het trillen. In de natuur verdwijnt dat allemaal. De hartslag gaat naar beneden, je stresshormonen nemen af. Tegelijk kom je daar ook meer tot inzichten en ideeën.’ 

Zelf ben ik ook sinds een tijd op zoek naar manieren om connectie te maken met de aarde. Ik weet nog niet wat die connectie precies betekent. Dat ben ik dus aan het onderzoeken. 

Tijdens de documentaire Vents de sable, femmes de roc kijk ik naar vrouwen uit Niger die de Sahara doorkruisen om dadels te plukken in de oase. Elk jaar maken ze deze tocht omdat de verkoop van dadels hun financieel onafhankelijk maakt van hun man.
Niet dat al de vrouwen dat zo leuk vinden. Amina heeft het de hele tijd over haar verlangen naar het moderne leven. Met de opbrengst van de dadels wil ze zo snel mogelijk naar de stad om een parfumwinkel te beginnen. Confronterend: ik verlang naar een leven in ‘harmonie met de natuur’ en romantiseer het leven van vrouwen die op een dromedaris de woestijn doorkruisen. De realiteit is dat het daar snikheet is, dat ze pijn hebben aan hun voeten en dat ze dromen van een stenen huis in plaats van een tentenkamp.

En toch is er die drang, dat verlangen om dichter bij de natuur te komen. Zoals de schrijfster Joanna Pocock, die in haar boek Surrender, haar reis beschrijft naar Montana. Daar geraakt ze gefascineerd door mensen die nieuwe manieren zoeken om met de aarde om te gaan. Ze volgt een groep mensen die het leven van de bizons eren en interviewt de transvrouw, Finisia Medrano, die in de gevangenis belandde omdat ze groenten en fruit plantte volgens de inheemse traditie op het publieke land. 

Pocock bewondert deze daden van rebellie, mensen die weigeren deel te nemen aan de consumptiemaatschappij, my desire to live on this planet with a purpose, with joy.

Bon. Deze inleiding brengt mij tot de ware inhoud van deze column, namelijk een warme oproep: wie wil mij meenemen tijdens een tocht doorheen de natuur? Een expeditie ter ere van de bizon, een wandeling naar dadelpalmen of een reis naar een plek waar we zaden kunnen planten volgens de traditie van de Aboriginals. Het mag ook iets anders zijn, zolang het maar een tocht is. Neem mij mee. Ik sta voor alles open. Of toch voor bijna alles. De enige voorwaarde is dat ik erover mag schrijven in deze krant.

Afbeeldingsresultaat voor potnia theron

Deze column verscheen op 13/9 in De Morgen