Enjoy Love

Welkom in een volgende episode van mijn leven. Ja, dit belooft een persoonlijke column te worden en de reden is simpel: het gaat niet altijd super met mij. Ik moet dus soms wat ventileren. Over mijn relatie bijvoorbeeld. Daar zal ik eerlijk over zijn, die gaat met vallen en opstaan. Als een columniste niet meer eerlijk kan zijn, wie dan wel? 

Onze ruzie gaat over Facebook. Op zijn pagina staan er nog foto’s van zijn ex-vriendin. (Ik vind ze intiem, hij niet.) Omdat ik zo tolerant en open ben, heb ik daar uiteraard geen probleem mee. Enige probleem: we zijn een jaar samen en er staat nog geen enkele foto van mij online. Juist, ja. Hoe komt dat?

Mijn vriend zegt dat hij sociale media al sinds een lange tijd heeft afgezworen en niets meer online plaatst. Meer moet ik er niet achter zoeken. Nu zag ik eergisteren dat hij plots een foto deelde van hem en zijn broer. Op zich was er niets mis met de foto. Ze stonden er mooi op. Maar er kwamen toch enkele vragen in mijn tolerante, open, doch kritische geest naar boven: waarom zet hij van iedereen foto’s online, behalve van mij? Omdat ik geen conflictvermijdend type ben, belde ik hem op en confronteerde hem. 

Hij zei dat ik overdrijf. Dat hij wel eens een foto zal delen als het spontaan voelt. 

‘Sociale media zijn een constructie van een nieuwe realiteit. Een berekend beeld van hoe wij willen dat ons leven overkomt. Ga jij nu plots pleiten voor de spontaneïteit op Facebook?’ 

‘Julie, Facebook is een maffieuze dievenbende. Daar kan je toch niet serieus in meegaan?’  

‘Het is toch niet omdat Facebook corrupt is, dat jij onze liefde niet kan uiten?’ antwoord ik in pure wanhoop. ‘Schaam jij je voor mij?’ 

Ik hang op, surf naar mijn pagina en staar naar een foto die ik enkele weken geleden deelde. Ik glimlach verliefd naar hem, hij kijkt in de lens. Waarom promoot ik onze relatie op mijn eentje? Ik kan de kinderachtige impuls om de foto te wissen en hem te ontvrienden niet onderdrukken. Sorry. Ja, het klinkt zielig. Ik ontvriend mijn lief. 

Juist op dat moment krijg ik mijn gelijk en deelt hij met tegenzin een vakantiefoto waarop we gelukkig de lens inkijken. De likes, enthousiaste emoticons en hartjes blijven binnenstromen op onze perfecte Facebookfoto terwijl wij elkaar overladen met kwade sms’en. Hij is razend omwille van mijn dwingende karakter en ik ben diep teleurgesteld in zijn passiviteit. Elke sms maakt de afgrond dieper. Hij stelt voor om elkaar een week niet zien. Ik stel voor om onze zomervakantie te annuleren. Misschien kunnen we er gewoon mee ophouden.

Ik doe aan kettingroken tegen de stress, probeer hem te bellen, tranen over mijn wangen. Hij neemt niet op. Mijn telefoon blijft pingen. Iemand die ik niet ken, heeft een reactie op onze foto geplaatst: ‘Enjoy love.’

Afbeeldingsresultaat voor melanie bonajo economy of love

Economy of love, Melanie Bonajo

Deze column verscheen op 7/2 in De Morgen

Verlangen

Door een samenloop van omstandigheden kon ik deelnemen aan een groepsgesprek onder leiding van de seksuologe Esther Perel. We zitten in een kring met ongeveer dertig mensen en hebben het over seksualiteit. Esther Perel is inmiddels wereldberoemd geworden door haar tedtalks, podcasts en boeken die vaak rondom het verlangen in een langetermijnrelatie gaan. Kan je verlangen naar iets wat je al hebt? Ze zegt: ‘Het is belangrijk om je verlangen te blijven ontdekken. Hierin ligt een belangrijk verschil tussen exploratie en evaluatie. Als je jezelf evalueert in je verlangen, bots je alleen op oordelen. Als je vrij bent om te ontdekken wat je verlangt, is er plezier.’

Ik stel haar de vraag: ‘Wat als je in staat bent om te verlangen naar de persoon met wie je samen bent, maar dat je verlangen niet altijd beantwoord wordt? Ik zit nu in een vaste relatie. We verlangen naar elkaar. Maar wat met onze fantasieën die de ander niet heeft? Ik bedoel: heel vaak krijg je niet wat je wil in een relatie. Je kan niet altijd alles geven wat de ander wil. We verzanden in clichés. Ik wil meer standvastigheid, samen een thuis creëren. Hij wil meer avontuur, risico, het onbekende. Soms wil hij ook standvastigheid, maar dan wil ik weer avontuur. Hoe kan je het verlangen laten samenkomen?’

‘Ik heb geen antwoord op je vraag’ zegt ze streng. ‘Er zijn geen kant en klare oplossingen. Om je te begrijpen, moet ik meer weten. Tell me your story.’ 

Wat is mijn verhaal?  

In een essay in De Groene Amsterdammer stelt schrijfster Daan Borrel de vraag: ‘Wat zou vrouwelijke begeerte zijn als ze is ontdaan van het het heteroseksuele, monogame kostuum?’ Ze onderzoekt of het zou kunnen dat vrouwen al eeuwen naar mannen verlangen om een grootser verlangen niet te voelen.

Wat als ik mijn leven lang gepusht ben om naar mannen te verlangen? Wat als ik door een sociale structuur ben gaan geloven dat de enige vorm van een relatie samen een huis inrichten is? Wat als ik wil bewijzen aan mijn familie dat ik een voorbeeldige vrouw ben omdat ik een vriend heb? Wat als ik mijn vrienden wil imponeren met mijn zogezegde succesvolle relatie? 

Hoe kan ik weten wat mijn relatie betekent als ik met een constante angst kamp: als het ooit uit is, zullen mijn ouders teleurgesteld zijn. Ook mijn vrienden zullen denken: ‘Ja, Julie, ze kan wel wat, maar de liefde, dat kan ze niet.’  

Ik besef nu dat ik mijn vraag scherper kan stellen aan Esther Perel: wat als ik niet toekom aan het exploreren van mijn begeerte omdat ik constant bots op oordelen? Oordelen naar mezelf toe, en dus ook naar de ander.

Nog voor ik de vraag kan stellen, stelt iemand anders een vraag. Het is geen seconde stil. Iedereen is hier op zoek naar zijn ware verlangen. 

Penny Slinger

Deze column verscheen op 5/2 in De Morgen

Artikel van Daan Borrel: https://www.groene.nl/artikel/dit-is-niet-hoe-vrouwen-verlangen

Hou me vast

Enkele weken geleden was ik in het station Antwerpen centraal. Vlak voordat ik de roltrap op wilde naar spoor 22 botste ik bijna op een man. De man zei galant: ‘gaat u voor, mevrouw.’ Op het moment dat ik een stap op de roltrap zette, vroeg hij me: ‘En hoe gaat het verder met u vandaag?’ Ik was op dat moment helemaal in mijn eigen wereldje. Ik was me weer aan het haasten en piekerde over de toekomst, over het verleden. Ik was dus volledig afgeleid door zijn vraag en verloor mijn evenwicht. De man hield me net op tijd vast bij mijn schouders. ‘Ik hou je vast’ fluisterde hij in mijn oor. 

Op het perron zei hij me: ‘Ik ben wel blij dat je niet van die roltrap bent gevallen. Als jij die val niet overleefd had, zou ik me toch schuldig hebben gevoeld.’ Ik lachte naar hem en toen de trein aankwam vroeg hij of ik bij hem wilde zitten.

Ik denk dat hij rond de vijftig was, hij had vele grijze haren en een lieve glimlach.

‘Wat doe jij in het leven?’ vroeg ik hem. ‘Ik werk voor de NMBS’ zei hij trots. ‘Mijn dienst zit er net op. Ik maak deel uit van de ploeg ‘B for you.’ Ik help mensen met een beperkte mobiliteit de trein op. Maar eigenlijk ben ik hier voor iedereen. Gisteren was er bijvoorbeeld een vrouw die haar trein net had gemist. Haar kindje zit op de crèche en ze zou te laat zijn. Dat is natuurlijk frustrerend. Ik ben naar haar toe gestapt en heb haar een koffietje aangeboden. Gewoon uit eigen zak hé.’ 

‘Dus jij bent hier om mensen te troosten?’
‘Zo kan je het wel stellen, ja. Enkele weken geleden had ik dienst aan het station van Mechelen. Plots zag ik een jong meisje dat op het spoor lag. Ik heb haar van het spoor geholpen. Ze vertelde me dat ze gepest werd. Haar ex-vriendje had naaktfoto’s van haar verspreid op Instagram. Die foto’s waren viraal gegaan. Dat kan je bijna niet vatten. Zo’n jong meisje die geen uitweg meer ziet. En zo zijn er veel gevallen hé.’ 

‘Gelukkig was jij er op het juiste moment.’ 

‘Meestal probeer ik mezelf overbodig te maken. In het station van Mechelen was er een meisje dat altijd alleen stond aan het spoor. Dan ging ik daar een babbeltje mee slaan. Maar ja, op den duur beginnen mensen raar te kijken als een oude man te veel rondhangt met een jong meisje. Ik heb haar voorgesteld aan een ander groepje jongeren. Zij is nu volledig opgenomen door die groep.’ 

Als hij de trein afstapt zegt hij: ‘Mijn naam is Eddy.’ 

Ondanks dat bijna alles misloopt bij de NMBS is er goed nieuws. Ergens in het station loopt een wereldverbeteraar rond. Hij is op zoek naar mensen die zich eenzaam of machteloos voelen in de menigte. Hij zal je op de trein helpen, hij zal je proberen thuis te brengen. En als je je evenwicht verliest, zal hij zachtjes in je oor fluisteren: ‘ik hou je vast.’ 

Weeks on the train, Nicole Eisenman 

Deze column verscheen op 16/1 in De Morgen

Droom

Ik was zo iemand die geloofde dat je dromen iets wezenlijks over je leven kunnen onthullen. Je dromen vertellen iets over je meest kinky fantasieën, je gruwelijkste angsten en je diepste verlangens. Ik droomde onlangs dat ik op een veld stond bij een jager die een hert probeerde dood te schieten met een speer. De jager werd geraakt door een andere schutter. Ik zakte door mijn knieën en verzorgde zijn wonde. De volgende ochtend googelde ik: ‘Droom + wonde + bloed + hert + speer?’ Google wist het niet. 

De nacht daarvoor droomde ik dat ik een kind in mijn armen hield. Mijn dochter was ziek en ik redde haar leven door haar zachtjes te sussen. Ik voelde me nuttig, meer zelfs, ik voelde me een soort van heldin. Alsof mijn leven plots richting kreeg nu ik zorg kon dragen voor een nakomeling. Ik vond het een belachelijke droom. Het is onnozel om jezelf als een heldin te wanen als je je eigen kind redt, aangezien je er zelf voor gekozen hebt om een totaal hulpeloos, zorgbehoevend wezen op de wereld te zetten.

Er zijn dromen die steeds terugkomen. Ik droom op regelmatige basis dat mijn vriend me op de meest ijzingwekkende manieren verlaat. Hij bedriegt me met mijn beste vriendin, hij vertrekt op wereldreis en blokkeert mijn telefoonnummer, mijn schoonmoeder nodigt me uit voor de koffie en vertelt me dat hij me nooit meer wil zien. 

Als je dromen je bang maken, als ze niet inspireren, kan je je dromen sturen. Je moet goed rondkijken. Je moet de beelden die je raken opslaan. Je moet hopen dat die beelden ’s nachts in nieuwe gedaanten verschijnen. 

Op oudejaarsnacht keek ik naar een meisje verkleed als vlinder. Ze danste met een hula hoop maar de hula hoop viel de hele tijd van haar heupen. Ze keek me aan met haar blauwe ogen en zei: ‘het ligt aan de outfit, het vlinderpak is nieuw.’ Ik keek naar een magische tuin in Zuid Afrika, een pauw die al haar veren verliest. Een vrouw die één van de veren in haar grijze haren speldt. Een aap in mijn hotelkamer die mijn Dior lippenstift probeert te stelen. Iemand die zegt: ‘de velvet monkeys hebben blauwe ballen, heb je zijn ballen gezien?’ De verschillende soorten blauw in de zee. De indringende strontgeur van de zeehonden. En dat ik ondanks de afschuwelijke stank blijf zeggen: ik heb nog nooit zoveel verschillende soorten blauw gezien. 

Die nacht droom ik dat ik mijn haar blauw kleur. De volgende dag drink ik een koffie in Kaapstad en de serveerster heeft een blauw afrokapsel. Hoe vaak zie je iemand met blauw haar in een koffiebar? De droom onthult niets over je leven. Alles wat je meemaakt, heb je ’s nachts al eens gezien. En zo weet je: het is goed, ik ben waar ik moet zijn.

Gerelateerde afbeelding

Beeld: Sophy Hollington 

Deze column verscheen op 6/1/20 in De Morgen

 

Het is jouw leven

In zijn nieuwe boek, Gloria, schrijft Koen Sels over het vaderschap. Hij is niet meer ‘die kleine, paranoïde detective van weleer die op zoek was naar samenhang’. Nu hij een dochter heeft, wordt hij zich bewust van een nieuwe positie: ‘Hij zei nu zelf wat het was, waarnaar Gloria wees. Hij bood zich aan als was hij een woordvoerder van de dingen, en de dingen werden hem niet aangedaan, hij had erin ingegrepen, met woorden, relaties, daden, bewegingen, hij was één van de dingen.’

Zowel in zijn debuutroman Generator als in Gloria, heeft Sels de gave om je te hypnotiseren en je te laten nadenken over je eigen herinneringen, je leven en de daden om dat leven in te richten.

Dat is de kracht van het autobiografisch schrijven. Door de lezer te vertellen: ‘dit is mijn leven’, confronteer je de lezer met: ‘dit is jouw leven’.

Mensen vragen: wanneer ga je een auto hebben, wanneer ga je een huis kopen, trouwen, een kind krijgen? Op feestjes luister je naar vrienden met een auto die verbouwen, trouwen en een kind krijgen. En ik, ik oordeel. Heeft onze generatie niet meer verbeelding dan het leven van onze ouders te kopiëren? Of willen we, na de echtscheidingscrisis, misschien bewijzen dat wij het wel kunnen?

Ondertussen vragen mijn vriend en ik het ons luidop af – tijdens een hysterische ruzie, een romantische tête-à-tête of aan het ontbijt: ‘Wat met ons leven?’

Wij dromen over een radicaal anders leven. Wij zijn romantici die het leven zullen vieren zonder de rompslomp van een verbouwing of het gekrijs van een kind. Wij dromen over een kosmopolitisch leven, maar zijn tegelijkertijd te bang om één stap buiten de deur te zetten. Wij willen ons niet binden. Aan niets of niemand. Geen kind, geen auto, geen krediet, geen ring. Wij kunnen toch meer dan dat? Zijn onze dromen grootspraak omdat we bang zijn? Bang om een stap te zetten richting het echte leven. Wat is dat echte leven? Wanneer doen wij iets?

Ondertussen is Koen Sels vader geworden, houdt hij van zijn vriendin, is hij onthaalbediende in Turnhout en is hij gestopt met drinken. Hij is geen ‘vrije volwassene meer zonder verplichtingen’. Maar het kiezen voor een leven van verantwoordelijkheden, voor een – op het eerste gezicht – minder universeel leven, hoeft geen afstompende daad te zijn. Hij schrijft: ‘Ik wil eigenlijk helemaal niks anders dan mislukken volgens die maatstaven, verliezen bestaat helemaal niet. Ik zal een boeddha van het onderpresteren zijn, niet bijzonder en niet slim, niet de beste en niet de slechtste, gewoon: beter in wat ik al ben, voor haar.’

Een keuze voor een leven draagt altijd een mislukking in zich. En toch: iets doen is altijd interessanter dan nota nemen aan de zijlijn.

 

Afbeeldingsresultaat voor classic familie 60"

Deze column verscheen op 4/12/19 in De Morgen

De naaktste mens ter wereld

Ik heb meegedaan met De slimste mens ter wereld en dat wordt vanavond uitgezonden. Ik heb nog geprobeerd om de uitzendrechten over te kopen, ik heb redactieleden afgedreigd, ik heb gehuild bij de baas van Vier. Maar nee, het wordt uitgezonden.

Graag geef ik jullie alvast een blik achter de schermen. Of beter: een kijk in mijn gedachten.

Tijdens het eerste deel van de uitzending ging het merendeel van mijn gedachten naar mijn boezem. Ik had een jurk gekocht waarvan de decolleté iets te diep was. Gelukkig had de stylist de decolleté dichtgenaaid, maar tijdens de quiz schoten er enkele draadjes los waardoor mijn jurk openspringt ter hoogte van mijn borsten.

Oké, het had erger gekund. Je ziet geen tepel ofzo. Gewoon een knalroze bh.

Ik zat te wiebelen op die stoel en probeerde een elegante houding te zoeken. Dit lukte niet. Waarom was ik niet gewoon in jogging gekomen? Waarom moest ik zo nodig weer indruk proberen te maken met mijn looks? Voordeel was wel: ik stond wagenwijd open voor de ervaring!

Ik was ook goed voorbereid. Ik had alle nieuwsverslagen van de voorbije jaren bekeken, ik had de wereldkaart uit het hoofd geleerd en ik kende alle Amerikaanse presidenten.

Jammer genoeg vroeg Erik me niet naar de hoofdstad van IJsland (Reykjavik!), maar vroeg hij me of het waar is dat ik een beetje feministisch ben, wat ik aantrekkelijk vind bij mannen en waarom ik ooit een kritische column over De ideale wereld schreef.

Ik wilde grappige antwoorden verzinnen. Scoren! Helaas produceerde ik geen catchy oneliners maar werd ik overvallen door een existentieel momentje. Hoe moet ik hier zitten? En dan bedoel ik niet alleen de zoektocht naar een stijlvolle pose. Nee, ik heb het over een dieper niveau. Wie ben ik? Ben ik hier de vriendelijke, onderdanige dame die de sfeer erin houdt en bang is voor haatmails? Of ben ik het enfant terrible? Of ben ik een sterke vrouw met een opinie en kritische blik op de wereld die zich niets aantrekt van de mening van een ander?

Aangezien ik in een quiz zat, koos ik voor de intelligente vrouw die grappig was terwijl ze imponeerde met haar kennis over de wereld en zich ook nog eens wist te kleden. Dit was iets te hoog gegrepen. Mijn derde oog bracht me in een dissociatieve toestand waardoor ik niet meer kon rekenen op normale hersenactiviteiten. Ik kon deze quiz alleen maar ondergaan terwijl ik langzaam werd uitgekleed door vragen waarop ik geen antwoorden had. En zo voelde ik me die nacht de naaktste mens ter wereld.

Ik schrok van mezelf toen ik na de opname zeer ernstig aan mijn vriend vroeg: ‘Denk je dat de mensen me nu gaan haten?’

Verder ga ik natuurlijk niet te veel verklappen. U mag zelf een pronostiekje maken hoeveel afleveringen ik deze striptease volhoud. Ik hoor het wel!

PHOTO-2019-11-13-09-54-23.jpg
Deze column verscheen op 13/11 in De Morgen

White privilege

Enkele maanden geleden had ik een gesprek met een redacteur. Hij werkt voor een productiehuis dat voor verschillende zenders tv-programma’s maakt en was op zoek naar een vrouwenpanel voor een nieuw programma. Ik vraag hem of hij ook met vrouwen van kleur in gesprek gaat om zich te voegen bij het panel. Hij zegt dat hij als redacteur al jaren zijn best doet voor meer diversiteit.

Hij bekent: “Maar het wordt gênant. Laatst belde ik een man met Marokkaanse roots die in de media actief is. Ik had weer een panel nodig en ik vind diversiteit belangrijk. Bovendien krijgen wij vanuit de overheid ook quota. De man in kwestie kon het niet doen, dus vroeg ik of hij me iemand kon tippen. Hij werd kwaad. Hij zei: ‘Waarom blijven jullie me altijd maar opbellen om aanspraak te maken op mijn connecties? Als jullie op zoek zijn naar meer kleur, hoe komt het dan dat er niemand uit mijn netwerk werkzaam is op jullie redactie?’”

“Ik begrijp die man”, zeg ik.

“Ik ook”, antwoordt hij. “Mijn redactie is inderdaad volledig wit. Elke keer als ik in gesprek ga met mensen van kleur lossen zij mijn probleem op. Zij zorgen voor diversiteit terwijl ik betaald word.”

“Heb je dat al aan je baas gezegd?”, vraag ik. Hij zegt dat hij dat niet durft, het is een lastig onderwerp.

Het is een typisch voorbeeld van white privilege. Zenders wordt gevraagd om een diverse samenleving te representeren. Dat verloopt moeizaam. Naar wie wordt het probleem opgeschoven? Naar mensen van kleur.

Dalilla Hermans licht deze week in De Standaard toe waarom ze niet langer met VRT wil samenwerken. Hermans kreeg in het verleden tal van workshops en werd uitgenodigd bij verschillende programma’s. Ze observeert: “Mensen met migratieroots, of eigenlijk álle mensen die van de norm afwijken, leken vooral ingezet te worden als opvulling, zelden om mee te denken of mee te beslissen.” Ondertussen doet Hermans haar best. Ze pitcht nieuwe ideeën voor programma’s, slaat haar adressenboekje open en blokkeert haar agenda voor eventuele opportuniteiten.

Als de VRT zo vaak aanspraak maakt op haar talent, hoe komt het dan dat zij nog niet op haar expertise is aangesproken om zélf een context te creëren voor een programma?

Dalilla Hermans heeft gelukkig de moed om te spreken. Maar de redacteur die ik aanhaal zwijgt.

Ik stel voor dat de redacties voor tv en radio vandaag een vergadering inplannen. En dan hoop ik echt dat iemand eens de moed heeft om op te staan, rond te kijken en te zeggen: “Waarom blijft alles hier zo wit? En zo mannelijk?” En nee, dat betekent niet dat witte mannen moeten vertrekken. Ze moeten gewoon het lef hebben om nieuwe mensen structureel binnen te halen en die vervolgens vrij te laten om vanuit hun context te creëren. Dat is diversiteit.