White privilege

Enkele maanden geleden had ik een gesprek met een redacteur. Hij werkt voor een productiehuis dat voor verschillende zenders tv-programma’s maakt en was op zoek naar een vrouwenpanel voor een nieuw programma. Ik vraag hem of hij ook met vrouwen van kleur in gesprek gaat om zich te voegen bij het panel. Hij zegt dat hij als redacteur al jaren zijn best doet voor meer diversiteit.

Hij bekent: “Maar het wordt gênant. Laatst belde ik een man met Marokkaanse roots die in de media actief is. Ik had weer een panel nodig en ik vind diversiteit belangrijk. Bovendien krijgen wij vanuit de overheid ook quota. De man in kwestie kon het niet doen, dus vroeg ik of hij me iemand kon tippen. Hij werd kwaad. Hij zei: ‘Waarom blijven jullie me altijd maar opbellen om aanspraak te maken op mijn connecties? Als jullie op zoek zijn naar meer kleur, hoe komt het dan dat er niemand uit mijn netwerk werkzaam is op jullie redactie?’”

“Ik begrijp die man”, zeg ik.

“Ik ook”, antwoordt hij. “Mijn redactie is inderdaad volledig wit. Elke keer als ik in gesprek ga met mensen van kleur lossen zij mijn probleem op. Zij zorgen voor diversiteit terwijl ik betaald word.”

“Heb je dat al aan je baas gezegd?”, vraag ik. Hij zegt dat hij dat niet durft, het is een lastig onderwerp.

Het is een typisch voorbeeld van white privilege. Zenders wordt gevraagd om een diverse samenleving te representeren. Dat verloopt moeizaam. Naar wie wordt het probleem opgeschoven? Naar mensen van kleur.

Dalilla Hermans licht deze week in De Standaard toe waarom ze niet langer met VRT wil samenwerken. Hermans kreeg in het verleden tal van workshops en werd uitgenodigd bij verschillende programma’s. Ze observeert: “Mensen met migratieroots, of eigenlijk álle mensen die van de norm afwijken, leken vooral ingezet te worden als opvulling, zelden om mee te denken of mee te beslissen.” Ondertussen doet Hermans haar best. Ze pitcht nieuwe ideeën voor programma’s, slaat haar adressenboekje open en blokkeert haar agenda voor eventuele opportuniteiten.

Als de VRT zo vaak aanspraak maakt op haar talent, hoe komt het dan dat zij nog niet op haar expertise is aangesproken om zélf een context te creëren voor een programma?

Dalilla Hermans heeft gelukkig de moed om te spreken. Maar de redacteur die ik aanhaal zwijgt.

Ik stel voor dat de redacties voor tv en radio vandaag een vergadering inplannen. En dan hoop ik echt dat iemand eens de moed heeft om op te staan, rond te kijken en te zeggen: “Waarom blijft alles hier zo wit? En zo mannelijk?” En nee, dat betekent niet dat witte mannen moeten vertrekken. Ze moeten gewoon het lef hebben om nieuwe mensen structureel binnen te halen en die vervolgens vrij te laten om vanuit hun context te creëren. Dat is diversiteit.

Vlaamse identiteit

Vandaag schreef ik voor De Morgen over de Vlaamse identiteit:

‘De opbouw van een identiteit laat zich niet vastleggen van bovenaf. Een identiteit ontwikkelt zich van binnenuit. Vanuit een realiteit die zich opdringt: een steeds diversere samenleving op een planeet die opwarmt. Vanuit de aarde dus, vanuit wat nodig is om hier samen te leven en verantwoordelijkheid voor elkaar op te nemen.’

Te lezen op de website van De Morgen:
https://www.demorgen.be/meningen/het-versterken-van-de-vlaamse-identiteit-is-een-terugkeer-naar-een-fictie-naar-wat-nooit-geweest-is~b631d805/

 

 

 

 

Oerkreet

Enkele weken geleden deed ik een oproep in deze krant: kan iemand me meenemen naar een bijzondere plek in de natuur? Het was een roep, een verlangen naar een connectie met de bomen, de rivieren, de dieren. 

Ik kreeg een e-mail van een man met een voorstel. Hij wilde me met zijn wandelclub meenemen naar het Ardeense dorp Champlon om edelherten te spotten. Het is bronsttijd en dan kan je de oerkreten horen. De herten brullen om hun territorium af te bakenen, om te communiceren dat een hinde van hen is. 

Ik ga uiteraard in op zijn voorstel en boek meteen een hotelletje. Blijkbaar overhaast: ik vergis me van datum en kan die niet meer verzetten. Dus vraag ik mijn vriend Daan me te vergezellen. 

We hebben geen auto en besluiten er een avontuur van te maken: met het openbaar vervoer naar de Ardennen. In de bus klinkt er klassieke muziek. Daan zegt: ‘Het is de eerste keer dat ik zo’n mooie muziek op een bus hoor.’ 

Bij aankomst aan het hotel blijkt dat je een auto nodig hebt om tot de juiste plekken te komen om de edelherten te bewonderen. De hoteluitbater stelt ons voor aan een koppel dat ons misschien een lift kan geven. Ze zijn rond de 60 en bieden ons wijn aan. 

De man praat gepassioneerd over zeldzame zwammen, witte zwanen en wilde zwijnen. Ondertussen toont de vrouw foto’s van een bepaalde boomstam.
’Het verste dat we ooit zijn geweest is Reims’, zegt de man. ‘Ik wilde daar de kraamvogels zien emigreren. Toen ik ze met duizenden zag vliegen in een V-vorm kreeg ik tranen in mijn ogen.’ 

De volgende dag geven ze ons een lift naar een uitkijkpost. We wachten op een edelhert. Dit is het toppunt van niets doen. Kijken naar het landschap, wachten op een dier dat misschien verschijnt. Zonder dat we weten vanwaar hij komt, staat hij daar ineens in het midden van het landschap. Het edelhert pronkt. 

We nemen afscheid van het koppel en wandelen door het bos naar het hotel. Een hinde passeert. Wanneer we helemaal doorregend zijn, liften we. Een man die zich voorstelt als boswachter neemt ons mee. ‘We zijn hier voor de oerkreten’ zeg ik. Hij zegt: ‘Daar heb ik nog een opname van gemaakt.’ Door de boxen klinken wilde oerkreten terwijl we het landschap doorkruisen. 

Er woedt een verlangen in het bos, in ons.

Als we weer in het hotel zijn, laat Daan een bad vollopen. We staan aan het raam te kijken naar de kleuren van de herfst. Ik weet niet hoe lang precies. Misschien twee minuten, misschien een uur. Wat ik wel weet is dat ik een oerkreet hoor. Als een echo, maar dan lang, luid en intens. En hij komt niet vanuit het bos. 

Coming Up Roses/Petals Fall-2

Beeld: Penny Slinger

Deze column verscheen op 30/9 in De Morgen