Storm

Het is zondagochtend. We zijn verloren brood aan het maken en ik toon je een krantenknipsel van een panter. Er staat: ‘Eerste foto in een eeuw tijd van zeldzame zwarte panter in Afrika.’  Het dier is gefotografeerd door een camera die aan een bron werd neergezet. Het toestel maakt automatisch een foto als er beweging wordt gedetecteerd.

Ik zeg je dat we in een tijd leven waarin overheersing en consumptie de bovenhand nemen. We willen de planeet overmeesteren omdat we er niets van begrijpen. We denken dat we recht hebben op alle schoonheid van deze wereld, dat alles van ons is. Maar dan blijkt dat het dier dat je zo graag wil zien maar één keer op een eeuw voorbij komt. En dat je dus simpelweg moet wachten.

Je zegt me dat er vannacht een man door een walvis is opgeslokt en uitgespuugd. Ik zeg: ‘Hij zwom waarschijnlijk in de weg.’

We kijken naar Vivre sa vie van Godard. In hoofdstuk 12 vraagt Anna Karina aan een filosoof: ‘hoe weet je of de liefde echt is?’ Hij zegt: ‘Alles moet de tijd krijgen om te rijpen, dat is de zin van ons leven.’

Je vertrekt en even later sms je me dat er geen enkele trein rijdt. Ik stuur: ‘Kom maar terug.’ Het heeft iets gezelligs dat een natuurfenomeen onze avond bepaalt, wij hier met z’n tweeën dankzij de storm.

Buiten waaien er bomen om en vallen er bakstenen naar beneden. Rukwinden van boven de 100 kilometer per uur, maar hier – in dit bed – wordt geen beweging gedetecteerd.  De volgende morgen toon je me foto’s van je reis naar Japan. Rode, groene, gele bladeren in Zen Gardens.

Ik vertel je over het tv-programma Last Days waarin Lieve Blanquaert een bezoek aan de Japanse stad Okinawa brengt. De mensen worden daar meer dan een eeuw oud. Een Japanse man zegt in de camera: ‘Wij leven lang dankzij Ikigai. Er bestaat geen exacte vertaling van dat woord. Het gaat om het vinden van een reden voor een lang leven.’ Hij voegt eraan toe: ‘Onlangs heb ik mijn honderdste verjaardag gevierd. Er waren vele mensen, mensen die veel goeds zeiden. Na een eeuw te leven had ik voor de eerste keer het gevoel dat ik al die tijd mijn best had gedaan.’

De storm is gaan liggen en de treinen rijden weer. Ik zeg: ‘We hebben elkaar nu al vijf keer gezien, elkaar nog niet aangeraakt, en al zeven keer ruzie gemaakt.’ Jij zegt: ‘Ik wil tijd nemen.’  Je vertrekt. Ik kijk nog eens naar de panter. Ergens in de savanne staat een camera.

Afbeeldingsresultaat voor panter foto afrika

Deze column verscheen op 13/3/19 in De Morgen

Een gedachte over “Storm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s