Kwaliteit

Bieke Purnelle schrijft over quota: ‘Onderzoek wijst uit dat vrouwen onbewust als minder competent beoordeeld worden’ (DS 13 november).

Als je over quota praat, beginnen velen met de ogen te draaien. Dan volgen er uitspraken als: ‘Als je écht talent hebt, heb je geen quota nodig’, ‘in sommige dingen zijn mannen gewoon beter’, ‘wij willen wel diversiteit maar de kwaliteit moet goed zijn.’

Er is door de eeuwen heen een onderling verbond gemaakt wat ‘kwaliteit’ betekent. Wat betekent ‘kwaliteit’ als de diversiteit binnen leidinggevende, invloedrijke jobs nog steeds in onevenwicht is? ‘Kwaliteit’ en bijgevolg ‘talent’ is een concept dat is gevormd door één bepaalde laag van de bevolking: witte, heteroseksuele mannen.

Vrouwen, homoseksuelen, transgenders en mensen van kleur krijgen nog steeds te weinig ruimte om een antwoord te geven op wat kwaliteit, talent, een bedrijf en leiderschap voor hen betekenen. Witte mensen geven witte mensen kansen. Mannen geven mannen kansen. De uitkomst wordt eentonig en arm.

Vanaf het moment dat een bedrijf beschuldigd wordt van te weinig diversiteit of een eigenaardige machtsstructuur of erger: machtsmisbruik, zal het in eerste instantie alles doen om het instituut in waarde te laten in plaats van naar de inhoud van een klacht te luisteren. Mensen die de gevestigde orde in vraag stellen of simpelweg een verlangen hebben om een eigen stempel te drukken zijn ondankbaar, aanstellers of simpelweg labiel. Misschien moeten ze eens naar de therapeut. Of even bezinnen. Na de bezinning mogen ze dan weer kwaliteitsvol werk afleveren. Je zou voor minder een burn-out krijgen.

Creëer kansen, maak plaats. En dan bedoel ik niet: een vrouw eens uitnodigen naar een tv-show zodat ze zich emotioneel kan uiten over het item van de dag, een homoseksueel in een serie reduceren tot homo zijn, iemand van kleur in een toneelstuk alleen maar over zijn achtergestelde afkomst laten praten, een politica alleen maar vragen hoe zij haar werk met de kinderen combineert, een leidinggevende feliciteren dat zij haar ambities waarmaakt in een mannenwereld. Ik bedoel een nieuwe, waardige plaats. Een onwennige plaats.

Laat het daveren, laat het stormen.

Laat nieuwe leiders toe. Laat hen hun werk doen, laat hen over hun wérk praten in plaats van over hoe het is om ‘anders’ en dus ‘achtergesteld’ te zijn. Met een goed loon en rechten. Zodat ze beschermd zijn, zodat er zich een nieuwe taal kan ontwikkelen, een nieuwe visie, en dat zodra ze weerstand bieden niet bang moeten zijn om op straat gezet te worden. Ik heb het over ruimte creëren voor diversiteit, voor nieuwe perspectieven.

Ik voel in elke vezel van mijn lijf: het zal ons niet verarmen. Het zal ons verrijken.

Gerelateerde afbeelding

Deze tekst verscheen op 16/11 als De Mening in De Standaard avond.

King Kong Theory

Virginie Despentes schrijft in haar boek King Kong theory bevrijdende woorden over wat het betekent om een vrouw of man te zijn. ‘Vrouwelijkheid’ betekent schattig zijn, vriendelijk lachen maar niet te luid lachen, slim zijn, maar niet slimmer dan je man. Met plezier een taart bakken, maar de discipline hebben om niet te veel te eten. Niet dik worden. Carrière maken, verantwoordelijkheid opnemen voor je gezin en toch geen slaaf van je huishouden zijn. Eeuwig jong blijven zonder chirurgische ingreep.

Mannelijkheid betekent: zuipen, reizen, de wereld verkennen, poen verdienen en met iedereen naar bed willen. Despentes schrijft: ‘Alles wat leuk is, is mannelijk.’

Maar man zijn betekent ook: altijd de eerste stap zetten, presteren in bed, genoeg geld verdienen zodat je de knapste vrouw kan krijgen, niet wenen, moedig zijn, je vrouwelijkheid verbergen, je bent toch geen homo?

Ik was gisteren in Théâtre de la Toison d’Or in Elsene waar de tekst King Kong theory werd opgevoerd. Tijdens het nagesprek zei een man: ‘Ik dacht altijd dat feministen zich tégen mannen keren. Maar dit gaat ook over mij. Over hoe ik een man kan zijn en hoe ik me kan bevrijden van het stereotiepe beeld van wat mannelijkheid is. Dit is geen feminisme, maar humanisme.’ Een vrouw op de derde rij zei: ‘Het betekent zoveel voor me dat jullie me bewust maken van de rol die me dagelijks opgelegd wordt. Nu kan ik me bevrijden. Dank u.’ Ze bleef maar dank u zeggen. Het ontroerde me en ik zag dat de vrouw naast me ook tranen in haar ogen had.

Mijn moeder had vorige week een afspraakje. Bij het derde glas wijn zei de man: ‘Als jij 10 kilogram minder zou wegen, zou je een echte babe zijn.’ Mijn moeder was in shock, maar gaf geen weerwoord. Hij ging maar verder: ‘Ik zou graag dit weekend met je lunchen in brasserie het Paradijs in Kessel. Ik wil dat je een rood kleedje draagt, je nagels zwart lakt en een panty draagt.’

Een uur voor de lunch belde mijn moeder af: ‘Het zal niet lukken, ik heb ongelofelijk veel hoofdpijn.’

Ik mailde de redactie van De Standaard onlangs met de booschap: ‘Ik zou graag een column over ‘vrouw zijn’ schrijven. Wat gebeurt er als je niet meer handelt binnen het opgelegde kader? Een vrouw die leiding geeft zonder ‘man-boss’ te zijn, die alleen reist, die misschien geen kinderwens heeft, die niet wacht tot ze wordt verleid, die zélf kiest, die zelf bepaalt hoe ze eruit ziet, die wil vrijen met alle seksen, die onderhandelt, die ruimte opeist, die brutaal is, die zelf haar woorden kiest, en ook nog eens poen wil scheppen. Vooralsnog is er geen ruimte.

king kong

Joy

Elke avond als ik naar huis wandel, passeer ik een dakloze die op een bankje ligt. Ik vraag me soms af waarom ik niet op haar schouder tik en zeg: ‘Kom maar mee, ik heb nog een extra slaapkamer die al twee jaar leeg staat.’ Als ik ’s nachts in bed lig, sms ik mijn onderbuurman met de vraag of hij de tv wat stiller wil zetten. Ik zou hem kunnen vragen hoe zijn dag was geweest, maar ik ben te moe en ik heb stilte nodig.

’s Morgens doe ik mijn gordijnen open. Ik zie betonnen appartementsblokken. Ik zou graag een zicht hebben. Een zicht op de hemel, een zicht op een rozenboom, een zicht op emigrerende vogels. Ik zie alleen mijn kettingrokende overburen, vetplanten op de vensterbank en een Perzische kat die als een diva over het dak loopt.

Ik wandel naar de Meir. Iedereen loopt hier rond met papieren zakken van de Primark. Op een groot reclamebord lees ik de slogan: Work Hard, Have Fun, Make History. Ik wandel het Kruidvat binnen en zoek een ontstopper. De winkelbediende snauwt me af als ik hulp vraag. Ik besef dat zij dagelijks in dit drukkend neonlicht moet werken en besluit om me niet als een ‘klant is koning’ te gedragen. Aan de kassa krijg ik een staaltje van de nieuwe Dior: Joy, the new fragrance.

In een hippe koffiebar bestel ik een gemberthee waar absoluut geen suiker in mag (suikerdieet!). Ik neem er een stuk taart bij. De cheesecake is vegan, maar niet suikervrij. Ik eet het op, betaal twaalf euro en vraag me af wat mijn idealen zijn.

Hij schrijft dat bomen met elkaar communiceren, voor elkaar zorgen en een gemeenschap op zich vormen.

Ik zorg voor niemand, ik vorm geen gemeenschap. Ik en mijn omgeving hebben het te druk met diëten, sporten, werken, consumeren, promoveren, koffiedrinken, kettingroken, glutenvrij lunchen, bingewatchen, in therapie gaan, een koppel worden, een huis kopen en een kind maken.

Richard Powers stelt de vraag: waarom zijn we hier en welke rol kunnen we vervullen in dit leven?

Planten en dieren verdwijnen in een razendsnel tempo en er worden zo weinig alternatieven aangeboden waar niet groei en winst, maar het voortbestaan van de natuur voorop staat. Wie inspireert ons? Wie biedt ons een andere intentie? Wie leert ons om weer verbinding te maken met de aarde? Ik zou zo graag een zicht hebben.

francesca woodman 1

Beeld door Francesca Woodman

Deze tekst verscheen op 13/11 als De Mening in De Standaard avond.

Sisterhood

Mijn zus heeft al jaren een relatie, ik niet. Enkele jaren geleden zei ze me op een familie-etentje: ‘Als het jou niet lukt om kinderen te krijgen, mag je wel op die van ons passen.’ Ik voelde me beledigd, omdat ze ervan uitging dat ik het een leuke activiteit vind om op kinderen te passen. Er zijn zoveel andere leuke activiteiten op de wereld: ik kan een underground-paaldanseres worden, ik kan een wetenschapster worden die geobsedeerd is door de zonsverduistering, ik kan een dichteres worden die alleen maar poëzie schrijft over de Middellandse Zee. En dat alles zonder kind, gewoon omdat ik dan meer tijd heb om te creëren.

‘Als het jou niet lukt, mag je wel op die van ons passen.’ Ik was razend omdat mijn zus vrij is om haar verlangen te vervullen. Ze kan een kind maken als ze dat wil. Ik niet, omdat er voorlopig geen man naast me zit. Ik loop het risico om geen moeder te worden, terwijl ik dat misschien wél wil. Ik kan ook nog alleenstaande moeder worden, maar dat gaat niet want ik heb te veel ambitie en ben slecht in timemanagement. Mijn troostprijs is dat ik eens op de kinderen mag passen.

‘Geen kind hebben’ wordt vaak als een gemis omschreven. Geen kind maken is je kans ontlopen om een echte vrouw te zijn. Geen kind betekent spijt op je veertigste. Geen kind betekent een verlaten lowbudget-serviceflat op je tachtigste.

Kijk naar die vrouw, haar is het niet gelukt.

Afgelopen weekend stond er in de krant: ‘We zijn met te veel om de aarde op lange termijn leefbaar te houden’ (DS 10 november). Mijn zus belde me: ‘Ik vind het zo spijtig dat je die uitspraak over kinderen destijds zo fout begrepen hebt. Ik bedoelde het eigenlijk als een daad van liefde. De aarde staat op ontploffen. Het is toch een mooi idee dat de liefde voor een kind gedeeld kan worden?’

Op zondag hielden mijn zus en ik elkaar even vast tijdens het familie-etentje. Ik dacht: inderdaad, liefde kan worden gedeeld. Al onze liefde zal een bestemming krijgen. Misschien zal ik ooit op haar kind passen of misschien zij op dat van mij. Of misschien nemen onze kinderen elkaar ook eens vast op een zondag. Of misschien worden mijn zus en ik kinderloos oud, samen op een lowbudget-service flat. En misschien schrijf ik daar dan wel het mooiste gedicht ooit over de Middellandse Zee.

Op een dag zullen we hopelijk begrijpen dat we het moederschap op verschillende manieren kunnen ervaren zonder beledigd of gefaald te zijn. En dan kunnen we zeggen: kijk, het is ons gelukt.

Emmet Gowin

Beeld: Emmet Gowin

Deze tekst verscheen op 12/11 als De Mening in De Standaard avond.