Goma

Ik zwem in het Kivumeer in de Rwandese stad Gisenyi. Vanaf hier zie je de Congolese stad Goma in de verte liggen. De meesten die hier zwemmen, zijn Congolezen. Hier is het rustiger dan in Congo. Toch hebben ze het maar over één ding: hun stad, Goma.

‘Hoe is het leven daar?’, vraag ik een man van rond de veertig.
‘Vous connaissez la réalité au Congo. Mais quand même ça évolue.’
Velen die over Goma spreken, eindigen hun zin op dezelfde manier: ça évolue, ça évolue.
‘Er is geen water, geen elektriciteit. En er zijn diefstallen. Vorige week hebben ze in een wijk een dief op de barbecue gegooid en opgegeten. Gewoon met mes en vork op een bordje, en wat saus. De mensen wilden duidelijk maken dat ze de dieven beu waren. Sindsdien zijn er geen diefstallen meer in die wijk.’

Er wordt ook weleens beweerd dat de choquerende verhalen over Goma verzinsels zijn. De lugubere geruchten maken de mensen bang, geven hen geen stabiliteit, geen vertrouwen in hun stad, in de ander, in zichzelf. Een dictator heeft angst nodig, zo kan hij regeren.

Ik zit nu op het strand en een jongen van een jaar of twaalf komt bij me zitten. Hij stelt zich voor als Samuel en vraagt me hoe het leven in België is. Hij zegt: ‘Ik wil naar België om onze kolonisatoren te ontmoeten.’
‘Waarom?’
‘Ik wil hen zeggen dat ze terug moeten komen.’
Ik zeg hem dat het goed is dat de tijd van de kolonies achter ons ligt, dat onafhankelijkheid altijd beter is. Hij zegt: ‘Mais madame, maintenant, c’est le désordre.’

Een jongen van achttien komt ook bij ons zitten, zijn naam is Joshua.
‘Hoe is het leven in Goma?’
‘C’est la guerre, mais ça évolue.’
Hij zegt: ‘Jullie hebben ons misschien de onafhankelijkheid gegeven, maar die onafhankelijkheid wordt niet beleefd. Congo is een land vol diamanten. Wij kennen ons land, maar het zijn de blanken die altijd alles afnemen. We zijn nog steeds slaven, we leven nog als gekoloniseerden, we leven in een dictatuur.’
‘Wie kan jullie helpen?’
‘De Congolezen zelf. On a besoin du pouvoir au peuple. Ca va évoluer, ca va évoluer. Parce qu’on résiste. Een mens is samengesteld uit drie dingen; een lichaam, een ziel en een geest. Het is de geest die ons naar het bovennatuurlijke laat reiken.’

Samuel blijft stil. Joshua tuurt in de verte en vraagt me: ‘Is het in België eigenlijk toegestaan dat blanken met zwarten trouwen?’
‘Natuurlijk.’
‘Leg me dan eens uit waarom ik hier bijna nooit een zwarte zie die samen is met een blanke? Vanwaar die gigantische kloof tussen les blancs et les nègres? On a le même sang, on a le même souffle. Ca me fait mal.’

We zwijgen nu lange tijd. We luisteren naar het geluid van de golven die aanspoelen. De zon gaat onder, de hemel en het water worden roze.
De kleine jongen, Samuel, doorbreekt de stilte en vraagt me:
‘Wil je me leren zwemmen?’
We duiken met z’n drieën het water in.
Na twintig minuten kan hij zwemmen.

gomaDeze column verscheen in De Standaard op 09/08/18 in de reeks Zomertijd

One thought on “Goma

  1. Lieve Julie, net je blog gelezen. Hoe pakkend! Heb je al contact genomen met Peter? Je moet daar zeker iets mee doen. Je beschrijft dit zo mooi, ik kreeg er echt kippenvel van. Doe zeker zo voort! Dikke kus. Tante Ann

    Verstuurd vanaf mijn iPhone

    >

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s