Calmez-vous, madame

Ik ga deze zomer naar Rwanda. Ik verlang naar nieuwe aanknopingspunten. Ik verlang naar mensen die een andere wereld in zich dragen.

Behalve de behoefte aan een reis naar Afrika voel ik nog een veel dieper, intenser, allesomvattender verlangen om in mijn bed te blijven liggen. Voor eeuwig. Ik ben een bangerik. Ik ben bang voor een crash in de oceaan, een tseetseevlieg, een onvrijwillige gangbang enzovoort.

Ik moet doen waar ik bang van word. Dat heb ik met mezelf afgesproken in dit leven. Halleluja.

Ik zit in de wachtzaal van de Rwandese ambassade voor mijn toeristenvisum. Alles zal mislopen. Ik voel dat gewoon aan de sfeer die hier hangt. Iedereen steekt me bijvoorbeeld voorbij. Wat wil de mensheid hiermee communiceren? Mijn noodlot? ‘Wanneer is het nu eindelijk aan mij?’, roep ik semi-assertief.

Een vrouw met een baby op haar schoot zegt dat ze hier al drie uur aan het wachten is. Haar situatie lijkt complexer dan de mijne. Oké. Sorry.

Na drie intens lange minuten is het mijn beurt. De vrouw achter het loket wijst me op mijn verkeerde documenten. Mijn vliegticket en hotelboeking zijn in het Nederlands en dat moet blijkbaar in het Frans of in het Engels.

‘Kom maar een andere keer terug.’
‘Ik vertrek volgende week.’
‘Spijtig.’
‘Oké, goed, dan ga ik niet naar Rwanda.’

Ik spreek deze laatste zin uit als een dreigement. Het heeft niet veel effect. Het kan deze vrouw niets schelen of ik naar Rwanda vertrek of de rest van mijn leven in mijn bed spendeer.

Ik barst in tranen uit en nu schrikt ze. ‘Calmez-vous, madame.’ Haar collega, een vrouw in een lange, felblauwe jurk, komt me ophalen. Ze neemt mijn hand en opent een deur die toegang verleent tot de ruimte achter de loketten. Ik ben nu in een lounge vol witte, lederen zetels.

‘Pourquoi est-ce que vous pleurez, madame?’
‘J’ai peur.’
‘Pourquoi est-ce que vous avez peur?’
‘Ik ben bang dat ik het land niet binnen mag.’
‘Il ne faut pas avoir peur! Je zult het land binnen mogen en het zal fantastisch zijn. Rwanda is een mooi land met lieve mensen. Met wie ga je? Ga je iemand bezoeken?’
‘Nee, ik ben alleen.’ Mijn lip begint te trillen.
‘Waarom ga je dan naar Rwanda?’
‘Ik wil de wereld ontdekken.’ Ik stort in.
‘Mais madame, découvrir le monde, c’est magnifique!’

De vrouw zegt dat ze me zal helpen en dat mijn visum binnen enkele minuten in orde zal zijn. En ik vind dat normaal, dat is de service die ik verwacht. Ik ben een blanke vrouw, ik ben het gewend om meteen overal toegang toe te krijgen en als het niet lukt, stort ik in.

Ik stap naar buiten en ik denk aan al diegenen die noodgedwongen onderweg zijn naar een nieuwe wereld. Mensen die niet naar een witte, lederen zetel worden geleid. Mensen naar wie niet gekeken wordt als ze instorten. Mensen bij wie het waarschijnlijk lang geleden is dat iemand hen vroeg: ‘Pourquoi est-ce que vous avez peur?’

Ryan McGinley

Ryan McGinley

Deze column verscheen in De Standaard op 26/07/18 in de reeks Zomertijd

4 thoughts on “Calmez-vous, madame

  1. Ik durf dat zelf niet. Ik snap je angst. Maar die madame heeft gelijk: dat gaat fantastisch zijn. Iedereen verdient het om zo’n madame tegen te komen als ze bang zijn . Wat een wereld hé.

  2. Een waarderende traan liet ik rollen na het lezen van je collum in de standaard.
    Terecht! Wat een verwende scheeten zijn we hier in ons beschermd bastion!
    Uw boodschap delen we! Hopelijk met meer en meer en ….
    Het ga je goed!

  3. Zie maar dat ge bij ons binnen moogt als ge terugkomt…papieren in het Vlaams ! (Hoi Julie:fantastische creative deugddoende reis toegewenst! ) X

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s