Vergeet de woestijn

Ik lig naakt op mijn groene fauteuil, in mijn linkerhand een fles Absolut Vodka. Ik filosofeer wat over de liefde. Al bij al geloof ik er niet meer in. Ik moet minder drinken. 

Ik brand een kaars. Gewoon omdat het zaterdag is en ik nood heb aan een rituele actie en ik straks misschien ga bidden. 

We zaten vorige week op restaurant en je toonde me hoe ik een zeebaars moest fileren. Je kwam een beetje dichterbij, boog je over mijn bord en ik kon me voorstellen hoe het zou zijn als we zouden kussen. Ik verlangde naar je en jij verlangde naar de woestijn. Je zei: ‘al die jaren heb ik mijn leegte proberen opvullen door vrouwen, ik moet even alleen zijn.’ 

Zelf had ik gedacht aan een woud met watervallen, onze naakte lijven omringd door pauwen en een glas sherry. Maar goed, jij wil naar de droogte. Oké dan, de woestijn is ook goed. Ik kreeg later door dat ik niet pas in het concept van de woestijn. Jij hebt eerder behoefte aan een ontmoeting met kamelen die je wezenloos aanstaren en je zeggen dat je moederziel alleen bent.

Vergeet de woestijn. Ik denk dat we het iets dichterbij moeten zoeken. Mijn slaapkamer ligt hier bijvoorbeeld op 2,6 kilometer vandaan. Maar het was nog geen elf uur ’s avonds en jij wilde weg omdat je je driften niet meer achterna wil lopen.

Ik vind dat mannen bij een eerste tête-à-tête niet over woestijnen en driften moeten praten. Mannen moeten bij een eerste tête-à-tête een huwelijksaanzoek doen.

Ik neem nog een slok Absolut Vodka. 

Enkele weken geleden stuurde je me een sms’je of je bij me kon slapen. Ik las de sms pas de volgende dag, maar als ik wakker had geweest zou ik de deur hebben geopend. Naakt. Dat zeg ik er gewoon even bij. Vervolgens zou ik onze driften hebben uitgeleefd op hoog niveau.

Nu zitten we op restaurant en zeg ik dat we naar onze lichamen moeten luisteren. Jij zegt dat het een cliché is. Ik vind dat niet waar. Ons lichaam is veel slimmer dan alle theorieën die we hier over driften, de woestijn en zeebaarzen verkondigen. Jouw lichaam kiest ervoor om naar het station te wandelen, mijn lichaam sleept zich dan ook maar voort.

Ik zeg je dat ik moe ben. Ik heb al zoveel geprobeerd. Ik heb spelletjes gespeeld, ik heb oprechte liefdesverklaringen afgevuurd, ik heb gedaan alsof de liefde een grap was, en nu zeg ik je oprecht dat ik in de liefde geloof en neem jij de trein van 23u22 naar de woestijn.

Ik lig op mijn fauteuil. De kaars brandt nog steeds en straks zal ik op mijn knieën vallen. Dan zal ik bidden. Lieve Maria, zou de liefde eens kunnen komen aanwaaien? Liefst één van de komende dagen.  

frida woestijn

Deze column verscheen in De Standaard op 12/07/18 in de reeks Zomertijd

One thought on “Vergeet de woestijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s