Ken je Shakespeare?

Het was negen uur ’s morgens op 1 januari en ik stapte in een taxi die eigenlijk voor iemand anders klaarstond. Ik zei: ‘Ik weet dat ik deze taxi niet heb besteld en dat ik dronken ben, maar wil je me alstublieft naar huis brengen?’

Mijn taxichauffeur was een zwarte man van twee meter lang in een beige kostuum. Hij kwam uit Kameroen en vertelde me over zijn land terwijl er Afrikaanse muziek door de boxen klonk. Hij zei dat hij zijn land zo erg miste en hij ontroerde me.

Ik keek naar zijn handen op het stuur en zei dat ik nog nooit zo’n gigantische handen had gezien. Hij legde zijn hand op mijn hand. Ik was verwonderd door zijn warme hand, die zeker dubbel zo groot was als de mijne. Toen hij me thuis afzette, vroeg ik hem ‘kan ik je kussen?’ Ik gaf hem een kus op zijn wang en stapte uit.

Een week later spraken we af in Kelly’s Irish Pub op de Keyserlei. Ik vond het opwindend om in een bar af te spreken op nog geen twee kilometer van mijn huis, waar ik niemand kende, een bar vol toeristen waar niemand mijn taal sprak. Ik kon hier zijn wie ik werkelijk was.

Ik ging tegenover hem zitten en hij raakte me de hele tijd aan. Ik vroeg hem om ermee te stoppen, ik hou niet van aanrakingen in het openbaar. Hij zei: ‘People like you are dangerous in the dark.’

Hij vertelde me zijn levensverhaal. Hoe zijn moeder mango’s op haar hoofd droeg zodat ze zijn studies kon betalen en hij daardoor Engelse literatuur kon studeren op de universiteit. ‘Ken je Shakespeare?’ Hij stond op en voerde in het midden van Kelly’s Irish Pub vol overgave een monoloog van Othello op.

‘Maar goed, ik moest weg om verschillende redenen. Laat ons het erop houden dat de dictator van Kameroen me niet aanstaat. Ik ben naar Zwitserland gevlogen. Ik kwam aan met 65 Zwitserse frank en nu ben ik een Belg en werk ik als taxichauffeur. Vorige week was ik op een feestje in Brasschaat om een vrouw op te halen. Ik kwam binnen en iemand zei: “Oh nee, weer een vreemdeling.” Het deed pijn, maar het raakte me niet. Ik voelde een diep besef dat niemand me kwaad kan doen omdat ik hier ben geraakt, snap je?’

Ik verlangde naar nog meer verhalen dus nodigde ik hem enkele dagen later uit voor een nachtelijk bezoek. Hij belde aan en zei door de parlofoon: ‘Hey, it’s me, your reporter from the diamond city.’ Ik zette gemberthee en hij bracht verslag.

‘Weet je wat voor mij de meest mysterieuze klanten zijn? De joden. Het zijn de enige klanten die steeds zwijgen. Het is nu al vijf jaar dat ze weigeren om met me te praten. Toch ken ik hun diepste geheimen. Het gebeurt wel vaker dat ik eerst een man ga ophalen en dan een vrouw, om ze dan naar een hotelkamer te brengen. Maar dus: ze zwijgen. Tot gisteren. Ik ging een jood ophalen, hij stapte in en zei: ‘Hey, brother.’ Hij zei brother. Kun je dat geloven na al die jaren? Brother.’

Ik zei: ‘Ik voel me tot je aangetrokken omdat je over een wereld spreekt die ik nog niet ken.’ Dat was het moment dat ik de gordijnen sloot en het licht uitdeed.

 

Deze column verscheen op 8/3/18 in De Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s