Vrijdag

Vandaag ben ik in de war over het concept van de minnaar.
Ik heb er namelijk al velen gehad.

Definitie van de minnaar:
De minnaars zijn niet per se getrouwde mannen.
De minnaars zijn al diegenen die we liefhebben maar waarvan we al op voorhand weten dat er geen toekomst met hen mogelijk is, en misschien is dat juist de reden waarom we zo naar hen verlangen.

Geen toekomst dus,
en toch:
De minnaar is onze meest intieme vertrouweling,
de minnaar troost ons, de minnaar houdt ons vast.

Een man stuurde me vannacht een sms’je met de vraag:
‘Word ik één van uw minnaars?’
Ik stuurde terug:
‘Oké, maar wat doen we dan met de toekomst?’

Ik kreeg nog geen antwoord.

Dus ja, ik ben nog altijd in de war.

Gelukkig heb ik een gebruiksaanwijzing ontwikkeld voor mensen die in de war zijn.
Mensen die in de war zijn –  over de liefde, de toekomst – dienen zich zo snel mogelijk te begeven naar de dichtst bijzijnde boekenkast.
Neem nu een boek, vertrouw uw intuïtie.
Oké.
Concentratie.
U heeft nu het juiste boek gekozen.
Sla het boek open.
Lees de zin waar u zich het meest toe aangetrokken voelt.
Lees deze zin als een boodschap.
Lees deze passage als een uit te voeren taak.

Je kan het leven, leven als een teken.

Mijn zin komt van de Franse schrijfster Marguerite Duras.
Ze schrijft:
Je moet veel van mannen houden. Heel veel. Heel veel van ze houden om van ze te houden. Anders is het onmogelijk, dan kun je ze niet verdragen.

Deze tekst kan ook beluisterd worden op: https://radio1.be/tag/julie-cafmeyer

Donderdag

Vandaag geluncht met Pauline. Ze vertelde me haar dagindeling: elke ochtend om 6 uur op, de trein richting Brussel, ééntonig werk, om 17 uur terug naar huis, 20 minuten spenderen met de baby, een slechte serie kijken, in slaap vallen, opstaan enzovoort.

Ze is zo kapot van haar werk dat ze sinds een tijdje amper kan praten, drie abcessen in haar mond waarvan er twee zijn ontploft.

Ze zei: ‘Elke dag opnieuw en ik heb niet de indruk dat iemand er gelukkiger op wordt: mijn baas niet, mijn baby niet, mijn man niet en ik al zeker niet.’

Ik raadde haar aan om zo snel mogelijk ontslag te nemen.

Ze zei: ‘Onmogelijk, er moet te veel worden betaald, het huis en de auto, en nog een nespresso koffie-apparaat en de vakantie naar Marrakech.’

Ze zuchtte, legde nog een ijsblokje op haar tong en kreeg plots een inzicht:

‘Ik zou zo graag naar de bank rijden en hen vragen: Is het goed dat ik eens voor één keer een joker inzet? Eén maand eens niets afbetaal? Eén keer een joker, omdat ik het even niet weet. Omdat ik nog wat dingen heb uit te zoeken, met mijn man, met mijn baby, met mezelf. Eén keer een joker, please, omdat ik zo graag eens zou plat liggen, liggen en niet meer opstaan. Zodat ik eens zou kunnen nadenken, echt nadenken, over wat ik wil.’

Ze stond op, rekende haar ici-tea af en ik vroeg haar:

‘Wat ga je morgen doen?’

Haar besluit was helder:
‘Morgen gaat de wekker en sta ik op.’

Deze tekst kan ook beluisterd worden op: https://radio1.be/tag/julie-cafmeyer