SILENCE IS SEXY

Ik ben in Parijs op bezoek bij één van mijn minnaars. Van vrijdag tot zondag hebben we amper een woord met elkaar gewisseld.

En dat is goed, er zijn nog veel meer communicatiemiddelen dan de taal, zoals bijvoorbeeld de liefde bedrijven.

De band ‘Einstürzende neubauten’ (nieuwbouw die op instorten staat) zingt ‘Silence is sexy’, en ze hebben gelijk. Zowel over het feit dat er vele dingen op instorten staan als over de stilte.

Op zaterdagavond trekt hij op een dwangmatige manier van zijn zelfrolsigaretten en kan ik de flessen rosé die hij leeg drinkt niet meer tellen. Hij vertelt me dat hij reclamefilmpjes maakt voor Eurosport en in de weekends drank en drugs nodig heeft.

Ik zou hem willen troosten, maar vind er de woorden niet voor.

Op zondag gaan we naar het Picasso-museum. Hij vraagt me naar mijn werk en ik vertel hem dat ik een theatervoorstelling heb gemaakt over onmogelijke liefdes. Hij zegt: ‘ik ben ook onmogelijk.’

Ik zeg dat het over meer gaat dan de onmogelijkheid. Dat ik op zoek ben naar de onthulling van ons intieme leven, als een biecht. Hij zegt het nog eens: ‘ik ben onmogelijk.’

Even later tikt hij op mijn schouder en wijst hij naar een quote van Picasso die op de muur staat van het museum:

In the past I have refused to exhibit for years at a time. I didn’t even want my paintings to be photographed. But I eventually realised I had to exhibit – lay myself bare. This requires courage. Each painting is a vial full of my blood. That’s what it was made from.

Ik lach naar hem en heb het gevoel dat hij begrepen heeft naar wat ik op zoek ben, in mijn werk, in mijn leven.

‘Wat vond jij van de tentoonstelling?’ vraag ik hem. Hij zegt me dat hij er niets van kent, dus niets over kan zeggen. We zwijgen weer.

Thuis aangekomen gaan we weer in zijn bed liggen. Ondanks de sexy stilte vervelen we ons dood. Ik lees de digitale krant op mijn smartphone. Ik lees dat de merels aan een moorddadig tempo aan het sterven zijn en dat we er niets aan kunnen doen. Ik lees nog wat andere artikels waarbij ik op het eerste zicht totaal geen idee heb wat ik eraan kan doen.

Over de krant gesproken. Ik kreeg gisteren een mailtje van hen. Ze hadden me gevraagd om een proefcolumn op te sturen, ze vonden hem wel goed, maar vroegen zich af of ik ook over andere thema’s kan schrijven dan de liefde.

Even nadenken.

Ja, dat kan ik.

Ik zou over de merels kunnen schrijven, de maan, de zon, de onmogelijkheid, de kosmos, de stilte, geestverruimende thee, wankele nieuwbouw, de voordeligste fitnessclub in de Benelux, chia-zaad, ecologisch verantwoord vervoer en/of voedsel en potentiële terroristische acties. Maar ik heb er op dit moment voor gekozen om te schrijven over de liefde. In al haar facetten. Liefde, seks, obsessie en intimiteit. En tederheid. Dat is ook nodig, af en toe een beetje tederheid.

Of dat oké is?

Ook hier blijft het stil.
Ik wacht nog steeds op een antwoord.

Pablo Picasso, Portrait of Dora Maar, 1937

Pablo Picasso, Portrait of Dora Maar, 1937

Gare du Nord

Ik wilde mijn stad, Antwerpen, ontvluchten, dus ging ik naar Parijs. Ik had te veel van hetzelfde gezien, steeds dezelfde ex’en, steeds dezelfde bars, steeds dezelfde gesprekken. En vooral steeds dat zelfde bed van mij dat al sinds een jaar leeg staat.

Dus reisde ik naar de stad der romantiek, Parijs.

Eens aangekomen viel het me al snel op dat ik vooral heel veel alleen was. Eigenlijk nog meer dan in mijn eigen stad omdat er nu niemand was om mijn gedachtestromen tegenaan te gooien.

Dus wandelde ik alleen door de duizenden toeristen aan de Notre Dame en ging ik alleen op restaurant. Tijdens mijn eenzame dinertjes probeerde ik te kijken alsof ik zo iemand ben die dit  bewust doet. Ja, alleen op restaurant gaan is verfrissend en verruimend voor de ontwikkeling van de psyche. Ja, ik ben een vrouw van de wereld die daar daarbij ook nog eens geniet van een espresso – alleen – alleen – alleen.

Mijn eerste nervous breakdown voltrok zich in de plaatselijke supermarkt. Ik werd plots gegrepen door een pak koeken van het merk ‘Pepito’. De koekjes deden me denken aan de reizen die ik als kind maakte in Frankrijk. De nostalgie greep me danig aan dat ik in tranen uitbarstte, in rayon 10 van die Parijse supermarkt.

Ik fluisterde mezelf toe dat dit nodig was. Mensen moeten soms alleen op citytrip. En vooral: mensen moeten blijven bewegen als ze niet willen wegkwijnen.

Ik nam de metro en tuurde in de verte. Aan de halte ‘Gare du Nord’ tikte iemand op mijn venstertje. Er stond een grote zwarte man op het perron met een bezweet bovenlijf. Hij keek recht in mijn ogen, wees met zijn hand naar zijn mond en deed me het teken dat ik moest lachen.

Ik schaamde me dood dat ik hier al dagen lang lamlendig door de straten liep in de mooiste stad ter wereld. Ik lachte en besloot om er iets van te maken, om hier simpelweg te zijn. 

Het zijn de vreemden die ons boodschappen brengen, die ons zeggen hoe we kunnen leven.

Ik begon bij het begin, namelijk: mijn bed vullen. Ik stortte me op de app die ontwikkeld is om emotionele leegtes – en bedden – te vullen. Ik kreeg al snel een bericht van een man: ‘tu veux qu’on se retrouve?’

(Wat hou ik van de Franse taal, een vreemde die me zegt dat we elkaar terug kunnen vinden, à la recherche du temps perdu, terugvinden wat er nooit geweest is.)

Ik vond hem terug op een verlaten petanque veld, hij was groot en had donkerbruine krullen. Hij nam me mee naar zijn appartement, bood me wijn uit Saint-Tropez aan en droeg me naar zijn bed.

Overschotten van liefde en tederheid die we overdag nergens kwijt konden in deze hectische stad, werden hier – tussen deze vier muren – gelost.

Na onze vrijpartij stond hij naakt te dansen op les amours perdus van Gainsbourg en schreeuwde: ’J’ai adoré de faire l’amour avec toi!’

Hij kroop terug in bed en ik zei ‘moi aussi.’ We deden het nog een keer en hij bleef maar in mijn oor fluisteren: ‘j’adore, j’adore’, j’adore…’

Hij vroeg me wanneer ik terug kwam, en hoewel ik die middag met de Thalys terug naar Antwerpen zou vertrekken om de werkweek te hervatten zei ik: ‘vendredi.’

Jane Birkin & Serge Gainsbourg