Overgave

Hij vertelde me dat hij fan was van Nietzsche.
‘Amor fati’, de fatale liefde voor het leven.
Toen hij die filosofie voor het eerste hoorde werd hij wild enthousiast.
Hij vroeg een tatoeerder om de woorden te graveren op zijn borst.
Enkele dagen later had hij spijt.
Nu staat er een litteken op de plek waar eerst ‘amor fati’ stond.

De eerste zeven dagen van onze ontmoeting zagen we elkaar elke dag.
We aten bio-maaltijden, dronken whisky en rookten zelfrolsigaretten.
In het Frans hebben ze een mooi woord voor wat wij deden:
‘se raconter la vie.’

Op dag drie vertelde hij me een verhaal over de overgave.
Vorige zomer ontmoette hij een vreemde man in een smal staatje in Marokko.
De Marokkaanse man droeg een veel te groot kostuum en had één rotte tand.

Ze filosofeerden en praatten over het leven.
Een paar uur later nodigde de vreemde man hem uit voor het eten.
Hij kwam terecht in zijn veel te kleine huis waar een broeierige sfeer hing.
De man zette één bord op tafel en beval hem:
‘Eet!’
Hij keek bedenkelijk naar het bord.
‘Eet!’
Nu werd hij angstig en dacht: Waarom moet ik alleen eten?
‘Eet!’
En toen dacht hij: ‘Fuck it! Ik ga eten!’

Toch werd hij tijdens het eten bevangen door een vaag gevoel van misselijkheid.
Het woord ‘vergiftiging’ kwam in hem op.
Of misschien zou hij gewoon vermoord worden door 33 messteken.
Dat zou ook nog kunnen.
Waarmee hij maar wilde aangeven dat hij volledig paranoïde werd.

Hij dacht:
‘Oké, het is klaar.
Naïeve sukkel die ik ben.
Ik ben eraan.
Het gif is tot mij gekomen.’

Juist voor het moment dat hij dreigde flauw te vallen werd hij terug alert.
Hij probeerde zijn handen te bewegen en kwam tot de aangename verassing dat die nog wonderwel hun werk deden.
Of toch zeker voor een bijna dode.
Toen merkte hij op dat ook zijn voeten nog in goede conditie waren.
En nu hij er zo over nadacht vond hij dat ademen ook best prima ging.
Al bij al was hij eigenlijk niet eens misselijk, bleek plots.

Hij dacht:
‘Er is eigenlijk niets aan de hand.
Ik ben niet aan het sterven.
Ik leef.
I’m fucking alive motherfuckers!’

En dat was het moment waarop de heerlijke geuren van het gerecht eindelijk tot hem kwamen.
Peterselie, munt, koriander.
‘Dit was de lekkerste maaltijd ooit!
Het was zo lekker.
Oh, wat was het lekker.’

Hij zei me:
‘Het is een geestelijke klik.
Die volledige overgave tot het genot.
Neem het genot tot u,
onverschrokken!’

Als ik naar zijn verhalen luister denk ik:
Hier kan ik nog mijn leven lang naar luisteren.

Op dag 8 van onze ontmoeting wordt ons ritme verstoord.
Ik zeg dat ik zo naar hem verlang dat ik er bang van word.
Dat hij misschien niet hetzelfde voelt?
De tragiek van mijn vraag is dat ik er alles behalve aantrekkelijker op word.
Hij stuurt me een sms: ‘Ik ben in de war.’

Ik bel hem, hij zegt:
‘Ik ben hier niet klaar voor, het is te veel.’
Ik probeer kalm te blijven en zeg dat ik er niets van begrijp.
Hij zegt:
‘Misschien moeten we elkaar niet meer zien.’

Op dag 9 sta ik dankzij mijn toilettas die ik (godzijdank) bij hem was vergeten terug in zijn keuken.
De manier waarop hij naar me keek had iets teders,
wat me ertoe bracht hem te overtuigen tot de overgave:
‘Als je bang van ons wordt, denk dan aan dat Marokkaans gerecht.’

Nu keek hij me wat vreemd aan.
Plots werd ik me ervan bewust dat het wanhopig zou kunnen overkomen om jezelf te vergelijken met een Marokkaans gerecht.
Maar toch ging ik door:
‘We zijn maar iets aan het proberen.
We zijn simpelweg iets aan het doen.
Er zullen geen doden vallen.
Wij zijn in leven.’

En nu, op dag op 10, denk ik:
Ik ben benieuwd,
zo benieuwd, naar morgen.

Hoewel ik toch nog iets moet doen aan die paranoïde geest van me.

fall14_duane5

Duane Michals