Telefoongesprek met een ex-god vanuit een prachtig park in Groningen



Hij was verliefd geworden op iemand anders. Ik kende het meisje. 



‘Ik vind haar niet aantrekkelijk’ zei ik. 

‘Ik wel.’

‘Hebben jullie seks?’ 

‘Alleen als zij wil.’



‘Zijn jullie dan samen?’ vroeg ik.
‘Nee. Of ja. We hebben ‘iets’. Iets open, iets vrij.’
‘Dan is je droom dus in vervulling gegaan?’ vroeg ik. 

‘Mijn droom is in vervulling gegaan. Alleen heb ik ontdekt dat mijn droom, toch mijn droom niet was.’

‘Jij wil alleen iets wat niet is, toch? zei ik. ‘Jij wil iets dat nooit benoemd kan worden. Omdat het dan zogezegd niet bestaat en je het zogezegd niet kan kwijt spelen. Een vriendin van me zegt: ‘wie wil liefhebben, moet bereid zijn om te verliezen.’’


Ik weet niet of ik over mezelf sprak of over hem. Ik was voornamelijk geïrriteerd omdat ik naar zijn klaagzang moest luisteren.



Ik vond hem zwak klinken.

Meer dan een jaar had ik deze man verafgood. Wie een mens verafgoodt, doodt hem tegelijkertijd. Je zet hem op een voetstuk en vroeg of laat kan hij alleen maar te pletter storten. 

En nu blijkt mijn ex-god niet alleen van vlees en bloed te zijn, nee, hij blijkt ook nog eens in staat om te beminnen.


‘Ik heb veel aan je gedacht de laatste tijd. Het doet iets met een mens, afgewezen worden’ zei hij.



Ik was te trots om hem te bedanken voor het begrip.



‘Zeg me alstublieft niet dat je verliefd op haar bent’ zei ik. 



‘Waarom niet?’ 



‘Omdat verliefd worden op een mogelijkheid die niet mag worden ingelost niet telt.’



‘Iedereen houdt zich toch vast aan mogelijkheden in een leven? Jij toch ook in je relatie?’

Ik dacht aan mijn vriend en keek naar een fontein, het water glinsterde in de zon.

‘Ik weet wat ik heb aan mijn relatie. Ik weet wat er is en wat er niet is. Ik heb niet de hoop dat wat niet is, nog komt. Ik wacht niet op een wonder.’



Nu vond ik mezelf zwak klinken. 


‘Verlang jij dan niet, Julie?’ Ik word de laatste tijd zo overmand door een ‘vangdrang’. Ja, ik wil haar vangen.’



Ik lag nu in het gras. Enkele kleine eendjes waggelden voorbij. Ze zagen er gelukkig uit. 



‘Wat was het woord dat je steeds gebruikte om onze relatie te beschrijven?’ vroeg hij. 

‘Destructief’

‘Ja, dat is wat ik met haar heb. Destructief.’



‘Succes ermee’ zei ik

en ik hing op.