In Therapie

Een wildvreemde
Ik zit in de wachtkamer van mijn therapeut. Ja, ik voel een acute nood aan het delen van mijn zielenroerselen met een wildvreemde. Dat kost me dan 55 Euro en vooral veel tijd. In die tijd zou ik andere dingen kunnen doen. Maar dat doe ik niet, ik zit en ik denk, denk en denk over mezelf.

Ik zit op een stoel te wachten en kijk naar de witte schuifdeur waarop allerlei levensbemoedigende spreuken staan van eerdere patiënten voor nieuwe patiënten. De spreuk die me het meest ontroert is eentje door een kind geschreven. Er staat ‘mijn leven is misschien slecht begonnen, maar het eindigt goed.’ Onder ‘goed’ staat een streep die daar volgens mij met veel kracht is gezet. En zo is het ook, ‘goed’ is elke dag een keuze als je opstaat, ‘goed’ vergt discipline, ‘goed’ is de consequenties dragen van je verlangen tot het leven. Mensen die elke dag die inspanning leveren zullen op het einde van de rit waarschijnlijk de zachtste blik in hun ogen dragen.

Ik staarde verder naar de schuifdeur en glimlachte. Vorige week was ik zo zenuwachtig voor mijn eerste therapiesessie ooit, dat ik nog niet doorhad dat de schuifdeur een schuifdeur was, met de nadruk op ‘schuif’. Ik had eerst aan de deur liggen duwen, trekken en sleuren zonder resultaat. Ik moest absoluut en liefst zo snel mogelijk die praktijk betreden, hier zat een potentieel inzicht tot mijn brein, en dat is – geloof mij – heel wat waard in deze tijden vol verwarring. Uiteindelijk dacht ik dat de deur een soort van luik was, waar ik onder moest kruipen. Op handen en voeten heb ik me onder die schuifdeur geworsteld waardoor ik letterlijk de praktijk binnenrolde. Toen ik de therapeut onder ogen kwam, probeerde ik me snel weer te herstellen, maar het was te laat. Ik zag in haar blik een lichte teleurstelling en de vermoeide vraag: ‘wie is dit nu weer?’

Een toekomst
Nu zijn we een week verder en wacht ik op mijn tweede sessie. Het zal waarschijnlijk over hem gaan. Ja, het heeft weer niet mogen duren. Was het liefdesverslaving? Hechtingsproblematiek? Hopelijk krijg ik het antwoord straks. Enkele dagen geleden vertelde ik mijn vriendin, Ellen, dat het toch pijnlijk is, weer een mooie toekomst van de kaart geveegd. Dat ik afgelopen zomer aan de Adriatische zee nog trouwplannen met hem maakte, dat ik aan de barbecue in de tuin met tranen in mijn ogen zei, dat ik het voor de eerste keer voelde, hoe het zou zijn, om samen een kind te hebben. En dat hij op een terras ergens in Amsterdam-Noord nog had gezegd dat we op een dag daar een appartement zouden huren.

‘Je bent niet eerlijk tegenover jezelf’ zei Ellen. ‘Je begint te fantaseren over hoe leuk en geweldig de relatie was, maar je laat de fantasie stoppen op haar hoogtepunt. Hoe zou het echt zijn, een leven met hem samen?’ Ik zag de situatie voor me. Waarschijnlijk zouden we nog niet eens in Amsterdam-Noord geraken.

‘Het is van groot belang om een gedachte af te maken’ zei Ellen.

Mijn gedachten komen dagelijks in een enorme hoeveelheid binnen en doen nog niet eens de moeite om zich geheel kenbaar te maken. Verdoken gedachten worden dwangmatig.

Een droom
‘Hij had toch gewoon het vliegtuig kunnen nemen? Maar dat heeft hij niet gedaan, hij zit daar op een eiland in een blokhut sigaretten te roken met een koffie verkeerd. Zonder mij. En dat maakt me intens woedend’ antwoordde ik op een verdedigende toon.

Ellens vriend, Steve, haakte hier op in: ‘Je bent hem verloren. Je beschuldigt hem, je analyseert en overanalyseert waarom het is misgelopen. Maar wat je eigenlijk voelt is gemis, en dat is logisch. Alles komt zo hard binnen, dus je wil razernij uiten in beschuldigingen en verwijten. Maar ik denk: wie verdriet voelt moet gewoon een paar dagen in bed blijven liggen met zakken chips, schreeuwen en dan wenen, wenen, wenen. Alle mensen die een probleem kunnen verwerken durven van tijd tot tijd een jankend wrak te zijn.’

Ik vulde mijn glas rode wijn bij, en keek naar Ellen en Steve, ik voelde veel liefde en warmte tussen hen, en was blij dat ik in hun midden zat.

Een wachtkamer
De vraag ‘hield ik echt van hem?’ houdt me nog steeds bezig. Een liefde op afstand, toekomstplannen die in het ijle dreven en ik, die daardoor nog meer aandacht van hem opeiste die hij niet kon geven. Het werd een verslaving om tal van onmogelijke dromen in een realiteit te proppen. Wat zou ik graag schreeuwen in mijn bed met enkele zakken chips. Dan zou ik schreeuwen dat het me speet, dat ik zo moeilijk in het moment kon zijn, dat ik zoveel verwachtingen op hem projecteerde, dat ik zo vaak angstig was voor de toekomst en dat ik hem had bedrogen.

Maar hij is hier niet.

Misschien biedt de realiteit op termijn toch meer troost dan de illusie, bedenk ik me in deze wachtkamer. Waar blijft die therapeut trouwens? Ik heb dringend iemand nodig die het nog eens van me overpakt, al die gedachten.

De witte deur schuift open en met een zachte glimlach zegt ze: ‘goedemiddag, lieve Julie.’ Ik volg haar en schuif de deur weer dicht, alles onder controle, alsof ik het altijd zo had gedaan.

Illustratie: Anouk Vercouter

Illustratie: Anouk Vercouter

***
Deze column hoort bij de voorstelling De Therapie. Sessie 2 gaat vanaf 20 november door op het Jonge Harten Festival Groningen (http://www.jongeharten.nl/voorstelling/de-therapie).
Sessie 3 en sessie 4 vanaf 2016 in De Studio Antwerpen en De Brakke Grond Amsterdam.
De Therapie is een coproductie van De Studio, Jonge Harten, De Brakke Grond en BesteBuren.