Ambities (Deel I/III)

Ik had gehoopt dat de menselijke natuur als volgt in elkaar zou zitten: ik presteer, ik voel voldoening. Dat lijkt mij een rechtvaardige dynamiek in het menselijke brein. Bij mij zit het zo: ik presteer, ik wil meer, ik wil nog meer, ik krijg niets meer, ik voel mij leeg. Ik vind dat een verwarrende dynamiek, waar ik graag grip op zou proberen krijgen. Verwarringen analyseren doet groeien. Zodoende volgen hier de ervaringen van een wispelturige*, 28-jarige vrouw die totaal verward is door haar eigen drijfveren, ambities en overtuigingen.

* Persoonlijk vind ik ‘wispelturig’ een heel mooi eufemisme voor ‘labiel’.

Vluchtwegen
Het is midden juni en ik sta op het punt om af te studeren als regisseur aan de Toneelacademie Maastricht. Mijn dure afstudeerjurk hangt gestreken aan een kapstok en ik lig teneergeslagen in bed. Binnen enkele dagen word ik verwacht op de diploma-uitreiking maar ik heb alleen maar zin om me te pletter zuipen, te janken, te dansen in een foute discotheek of te mediteren in de Kalmthoutse heide. Omdat ik deze activiteiten op zich heel maatschappelijk aanvaardbare vluchtwegen vind, besluit ik ze allemaal, in bovengenoemde volgorde te volbrengen.

De reden dat ik weerstand voel tot die diploma-uitreiking is omdat mijn klasgenoten mij levend kunnen villen sinds de dag dat ik niet kwam opdagen bij mijn eigen theatervoorstelling op het afstudeerfestival te Maastricht. Zelf vond ik het een lumineus idee: ambitieuze regisseur crasht door haar eigen ambities, ze kan niet meer bewegen door een nekblokkade, ze beslist te blijven liggen en vanuit haar bed spreekt ze het publiek via een videoboodschap toe (even een momentje van reclame: https://www.youtube.com/watch?v=wO_3W46yQqU). Ze geeft toe dat de twijfels over haar mogelijk succes haar verlammen. Ze is in de war over haar werkelijke drijfveren en vraagt zich af waarom ze doet wat ze doet en voor wie.

Door de ambities van anderen in vraag te stellen wilde ik mijn eigen ambities waarmaken: namelijk succes boeken met mijn stunt. Ja, de gedachte “misschien kan deze videoboodschap wel een hitje worden” kwam vaker in mij op dan het ware engagement in deze prestatiemaatschappij. Mijn boodschap kreeg niet het gewenste effect. Mijn klasgenoten voelden zich in de steek gelaten, de meeste docenten negeerden me botweg en ik kreeg maar 400 hitjes op Youtube. Hierdoor vergat ik mijn oorspronkelijke doel: te hoge ambities in vraag stellen. Het leek wel of niemand echt geïnspireerd werd door mijn pseudo-geëngageerde stunt. Nu ik erop terugblik bedenk ik me net dat al die potentiële werkgevers, misschien wel mijn belangrijkste doelpubliek, ook niet echt onder de indruk waren van mijn statement. Ik zie ze in ieder geval nog altijd niet met een contract zwaaien. Doel gemist dus.

Gebrek aan beloftes
Gelukkig kregen mijn klas en ik eind juni toch weer een samenhorigheidsgevoel, met veel dank aan de jury van de Ton Lutz Award 2015. De Ton Lutz Award is een prijs ter waarde van 5000 euro die jaarlijks wordt uitgereikt te Amsterdam aan de beste afstudeerregie. Mijn afstudeerregie was ook opgenomen in de wedstrijd, aangezien ik na de videoboodschap weer de moed had om op te staan en een voorstelling te maken, getiteld ‘Het wisselvallige leven’ (werktitel).

De Nederlandse krant NRC schreef over deze prijs op 25 juni 2015:

“De jury van de Ton Lutzprijs voor de beste afstudeerregie heeft gisteravond geweigerd de prijs toe te kennen. Op de slotavond van het ITs-festival voor afstuderende podiumkunstenaars stelde de jury dat niet een van de acht meedingende voorstellingen genoeg kwaliteit bezat om te worden bekroond. In alle voorstellingen miste de jury consistentie, eigenzinnigheid en noodzaak.”

Uiteraard kwam er protest uit de zaal gewaaid, de voormalige directeur van de Toneelschool Maastricht, Leo Swinkels, merkte terecht op dat deze prijs gaat om een ‘belofte’. Hierop reageerde jurylid Gerardjan Rijnders dat dat niet waar was, en dat er bovendien ook geen belofte was gesignaleerd.

Toegegeven, het is een heel origineel concept, wie zou het eigenlijk bedacht hebben? Zou er werkelijk iemand zijn opgestaan met het idee: “hey, we organiseren een wedstrijd voor afgestudeerde regisseurs! De regisseurs in kwestie moeten zich niet inschrijven voor de wedstrijd, dit gebeurt automatisch als ze in hun laatste jaar terecht komen. Vervolgens organiseren we een prijsuitreiking voor deze wedstrijd waar ze dus ongewild in terecht zijn gekomen, maar dan met alles erop en eraan! Omdat dit alles heel veel geld zal kosten, vragen we het jonge talent in kwestie om zelf hun inkomkaartje te betalen in plaats van ze uit te nodigen. En als ze daar dan eenmaal bang en zenuwachtig op hun stoeltje zitten wachten, zullen we hen publiekelijk vernederen door hen te verwijten dat ze zelfs geen belofte zijn.” Ik vind: als je met zo’n idee opstaat, kan je beter blijven liggen.

Noodzaak
Maar goed, ik ga niet ontkennen dat het geen pijn deed. Ik had bij het afstuderen een duwtje in de rug verwacht, maar kreeg een extra drijfveer om in bed te blijven liggen. Mensen die meer schouderklopjes verwachten dan ze krijgen, nemen het risico bedlegerig te worden. In mijn bed mijmerde ik over de niet uitgereikte prijs en begon ik op een obsessieve manier elke recensie over mijn voorstelling of wat er mogelijk over mij geschreven zou kunnen zijn op het wereldwijde web te lezen. Ik vergat nogmaals mijn team (mijn acteurs, coach, productie,…) dat zo hard aan mijn droom had meegewerkt en belde in de plaats al jammerend vage kennissen op. Meningen van mensen waar ik in het dagelijkse leven geen waarde aan hechtte werden plots het centrum van mijn bestaan. “Jij denkt toch wel dat ik goed genoeg ben hé?” Bevestigingsdwang en zelfmedelijden namen de overhand, het was een put die niemand kon vullen, de leegte zat in mij.

Ja, ik geef het toe: ik wil schitteren. En dat klinkt banaler dan het in werkelijkheid is. Het probleem van een vurig verlangen tot schittering is dat je jezelf vaak in een beperkt creatieve positie plaatst. Wie in een concurrerend klimaat wil presteren wordt jaloers en leidt aan stress. Dat is een erg jammerlijke dynamiek om telkens opnieuw bij anderen en vooral ook bij jezelf vast te stellen. Het levert geen eigenzinnig werk op. De uitdaging zit dus in het verwerven van een positie waardoor je vertrouwen in eigen kunnen verwerft en de ander zijn licht gunt.

Ik kwam dus in mijn bed tot inkeer. Ik belde mijn coach, en tevens goede vriendin, Ellen Schoenaerts en vroeg haar alvast een beetje beschaamd: “Mijn lief vindt me egocentrisch, vind jij dat ook?” “Ja, je zit in een egotrip” antwoordde ze. “Maar dat is niet erg, je bent aan het groeien.” Ze zei: “Focus op je werk en probeer geconcentreerd te zijn op het echte leven. Met een open blik, los van elk mogelijk klein wereldje.” Ik dank haar bij deze voor haar geduld en haar confronterende doch vervelende strengheid en de suggestie om op zoek te gaan naar de kern van de zaak.

Levensinzicht 1
Wie zich te hard focust op non-events neemt het risico om te veranderen in een in zelfmedelijden vervallen narcistisch, ijdele strever die alleen met eigen schittering bezig is.*

*We laten in het midden of ik hier een goed voorbeeld van ben. Ik vind dat er al genoeg kwaadsprekerij over mezelf heerst in deze column.

Levensinzicht 2
Het volgende inzicht richt ik graag tot de jury van de Ton Lutz Award 2015. Wat zou die arme Ton er eigenlijk allemaal van vinden? Ik hoop maar dat er later nooit een prijs naar mij vernoemd wordt. Maar goed, dit is mijn mededeling:

Beste jury, u verwijt de jonge garde dat er een gebrek aan ‘noodzaak’ is. Noodzaak is in deze context een vaag begrip. Iemand die een voorstelling maakt, een tand trekt, een gebouw tekent of een vuilzak op de kar gooit doet dat omdat hij daar blijkbaar een noodzaak voor voelt. Je kan nooit iemand verwijten ‘jij hebt dat gedaan zonder noodzaak!’ Dat is onbeleefd, omdat je dan het bestaansrecht van de actie afneemt. Schopenhauer zei het ook al: Iets is noodzakelijk, simpelweg omdat het bestaat. Wat niet noodzakelijk is, bestaat niet.

Noodzaak zit niet in het werk, noodzaak zit in het leven. Los van of het goed of slecht gedaan wordt. Ik ga ervan uit dat iedereen die in leven is, een zekere noodzaak ervaart om in het leven te staan. Of te liggen. Dat kan ook. En daar heb ik ook alle begrip voor. Dat een mens zo nu en dan eens blijft liggen.

De troost is dat een noodzaak simpelweg niet kan ontbreken, noodzaak is juist onze basisdrijfveer, en die kan niemand ons afnemen, omdat wij ademen. Ja, wij blijven ademen.

Opstaan

Maar er is ook een gelijkenis tussen de jury en ik. We hebben er allebei voor gekozen om iets niet te doen. Ik stond niet op, zij weigerden een prijs te geven. Ik moet dus wel toegeven (en in dat opzicht vind ik mezelf al bij al toch een sportieve verliezer) dat het ook een krachtig statement was. Wat nog krachtiger zou geweest zijn, is als de jury nog een stap verder had gegaan, en had nagedacht over een inspirerend alternatief voor de prijs. Het organiseren van een prijsuitreiking om vervolgens geen prijs uit te reiken, is simpelweg zinloos. Bij een coureurswedstrijd zegt de jury toch ook niet: we organiseren een koers, maar na afloop van de koers, als iedereen uitgeput is neergestreken, beslissen we om de prijs niet uit te reiken want we vinden toch dat de eerste iets te traag is gearriveerd.

Bovendien dient de jury – en eigenlijk elke sector in het algemeen –  ook te weten dat eigenzinnig werk alleen kan groeien in een veilige omgeving, weg van strijd en competitie.

Het is allemaal logisch, en misschien ook waar. En misschien ontstaat er door dit alles wel iets nieuws. Nieuwe vormen, nieuwe stijlen, nieuwe structuren. Een nieuw klimaat waarin we onze persoonlijke drijfveren kunnen stimuleren, en elkaar het licht gunnen.

Wat ook waar is, is dat mensen die bedlegerig worden door de weerstand die hun ambities kruist vroeg of laat toch moeten opstaan. Ja, dat ga ik proberen, ik ga ergens voor staan. En ik hoop dat ik er deze keer iets meer zen in kan zijn. Een beetje meer zen… Dat zou leuk zijn, ja.