ON THE ROAD

Vandaag beslis ik om mijn leven om te gooien. Ik trek een oude jeans aan, witte basketters en behalve tien Euro neem ik niets mee. Ik begin gewoon te wandelen en zie wel waar ik uitkom. Een beetje als Jack Kerouac, maar dan te voet.

Langs de polders van het pittoreske stadje Lier overpeins ik de gebeurtenissen en zielenroerselen van de laatste periode. Nog steeds geen rijbewijs, nog steeds financieel afhankelijk van mijn vader en nog steeds geen discipline om ‘s morgens havermout te eten. In het algemeen: geen gestructureerd leven dus. Verder nog een haat/liefde verhouding met wat ik doe: comedy (ik ben er misschien te melancholisch voor) en dan ook nog een onbevredigend liefdesleven: ik probeer krampachtig verliefd te worden op mannen waarvan ik denk dat ze mij een ideaal en comfortabel leven zullen bieden (stabiel, rustig en met werk*) maar hou intens van mannen met een ander profiel (manisch, getrouwd en verstoord). Al deze feiten worden dan nog eens gedragen door een verwarde, hypersensitieve geest.

*liefst ook met auto.

Het zal jullie dus niet verbazen dat ik me tijdens deze natuurwandeling bedacht dat ik maar eens actie moest ondernemen. Ik zou een blokhut in één van de velden kunnen bouwen, maar jammer genoeg heb ik hiervoor niet de juiste vaardigheden meegekregen van Moeder Natuur (extreem onhandig + slechte motoriek). Bovendien betwijfel ik of dat mijn leven in afzondering wel zou slagen. Ik beweer al jaren dat ik binnenkort alleen naar Cambodja zal reizen, stoer en onafhankelijk, maar dan denk ik: ik alleen op de foto voor een tempel, ik alleen in een toeristisch vissersbootje, ik alleen in meditatiehouding voor een Boeddhabeeld, ik alleen met een zenuwinzinking in een Aziatisch hospitaal: nee, danku. Alleen in een bos gaan wonen is dus geen optie.

De vraag tijdens deze wandeling blijft dus: hoe orden ik mijn bestaan in deze kosmos? Jullie zien natuurlijk al lang wat de enige constructieve oplossing voor dit vraagstuk is (ja, ik geef toe, ik had er een wandeling van twaalf kilometer voor nodig en jullie zien het al van ver aankomen.) Iedereen weet: als je het even niet meer ziet zitten, als je in de war bent over je rol in de samenleving, als je behoefte hebt aan een maatschappelijk kader is er maar één antwoord: T-interim.

Hoopvol en enthousiast wandel ik het T-interimkantoor op de Antwerpsestraat te Lier binnen en begroet de drie medewerkers achter hun bureau hartelijk. ‘HALLO!’ Ik voel me als een zonnetje in een Scandinavische winter. De medewerkers gedragen zich echter als verwelkte plantjes die de Scandinavische winter nog net hebben overleefd. Minachtend staren ze mij aan en vragen in koor: ‘ja?’ (hun subtekst klinkt als: ‘waarom bestaat u?’). Ik besluit om mijn ijver nog niet te laten varen en kondig hen aan dat ik een vraag heb. De drie medewerkers slaken een diepe zucht, deze keer niet in koor, maar één voor één, en steeds dieper en dieper, als drie fagotten in een zwaarmoedige crescendo. Na het dieptepunt van deze muzikale interlude hoor ik vanuit een onbepaalde hoek in het kantoor lijdzaam gekreun als: ‘oké, stel uw vraag maar.’

Omdat ik, ondanks alles, toch nog een basis van waarde en trots bezit, leek het me gênant om voor het hele kantoor te bekennen dat ik na acht jaar studeren, filosoferen en schrijven nog steeds niet in staat ben om een onafhankelijk en winstgevend leven te lijden. Beleefd vraag ik dus of dat ik eventueel-enigszins-als-het-niet-stoort-als-het-u-belieft-PLEASE aan één van de desks zou mogen plaatsnemen?

Dat mocht.

De heer in kwestie raadt me aan om een formulier in te vullen. Begeesterd probeer ik hem uit te leggen dat ik vanmorgen impulsief ben opgestaan en zonder enige bezitting ben beginnen wandelen. Ik hoop op een reactie als ‘wat moedig’ of ‘wat origineel’, maar het blijft stil. Ik vraag hem of dat het problematisch is voor de procedure dat ik mijn portefeuille en bijbehorende documenten niet bij me heb? Hij antwoordt ‘als u de gegevens op uw identiteitskaart vanbuiten kent, is dat geen probleem.’ Tot zover het inspirerende antwoord van dit heerschap.

Totaal uitgeput plof ik neer op het terras van café Falstaff en bestel een latte macchiato. Conclusie: mijn wandeling heeft een upgrade nodig. Volgende week ga ik als een echte vrouwelijke Jack Kerouac liften. Zonder lief, zonder werk en zonder geld zal ik met een kartonnen bordje aan de donkere snelweg staan, onderweg naar één of ander veld in Frankrijk. En waarschijnlijk zal het dan regenen, en zal ik weemoedig worden van alle gelukkige mensen met een rijbewijs in een lekker warme auto, op weg naar een blitse bestemming. Krantenkop: ‘mislukte avonturier op pechstrook verlangt naar rijkelijke hotelsuite.’ Maar ik weet óók dat als ik dan uiteindelijk doorweekt in dat veld sta, de meest vredige gedachte ooit in mij zal opkomen: ik ben een loser, net zoals iedereen. Het komt er gewoon op aan mijn loserschap zo waardig mogelijk te dragen. Lang leve de totale overgave tot ons onvermogen.

3 thoughts on “ON THE ROAD

  1. Schitterend! Eén van je beste blogs voor mij. Wat een humor en vooral het feit dat je zo met jezelf kan lachen. Met de aanvulling “liefst ook met auto” lag ik plat!

    xxx
    mama

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s