Café Het Geluk

Van al de miljoenen horecagelegenheden die wij op deze grote wereldbol mogen tellen is café Het Geluk op de Vogelmarkt te Antwerpen de enige plek in dit universum waar ik sinds vijf jaar elke zondagmiddag aan het werk ben. Dus wanneer mijn ex-vriend op een koude zondagmiddag Het Geluk binnenstapt, met aan de linkerhand zijn nieuwe aanwinst en aan de rechter een tas vol kerstcadeaus, is er maar één vraag die zich opdringt: waarom – in hemelsnaam – hier?

Hij ziet er die dag zelfzeker uit en draagt een rood gestreept hemd dat ik niet ken. Het meisje straalt en heeft blonde highlights, een skinny jeans en een Italiaanse handtas. Keurig, afgeborsteld maar niet per se smaakloos. Ze ziet eruit als de vrouw die ik me altijd al bij hem had voorgesteld. Ik wil een nooduitgang, maar lach hem hartelijk toe. Ik ben tenslotte op mijn werk. Hij knikt zichtbaar betrapt, verstopt zijn mooie deerne in een hoekje van het café, ademt diep in en komt mij tegemoet: ‘sorry, ik was even vergeten dat je hier nog werkt.’

Ik probeer professioneel te glimlachen. Dat heb ik ooit eens ergens gelezen. Dat dat belangrijk is. Discretie. Focus. En buikademhaling, om rustig te blijven. En een lage stem aanhouden. Dat komt gecontroleerd over. Vooral. Kalm. Blijven. Ik wil iets bekwaam zeggen, maar er ontsnappen alleen maar hoge, ongegronde kreetjes uit mijn mond begeleid met de slappe lach die ik uit ongemakkelijkheid niet kan stoppen. Hij vraagt hoe de dingen lopen, wat ik met Nieuwjaar doe en hoe het met de nieuwe heup van mijn vader gaat. Ik krijg niets uit mijn strot. Alleen mijn slappe lach die nu echt heel droevig klinkt galmt door café Het Geluk.

Hij durft me niet meer aan te kijken.
‘Het spijt me dat ik je niets heb verteld.’
‘Oh maar dat is totaal geen probleem. Hoelang zijn jullie samen?’
‘2 maanden.’
‘Oké.’
‘Sorry.’
Hij bestelt verse gemberthee voor haar.

In mijn zwarte uniformschort blijf ik achter de toog staan. Ik kijk naar het nieuwe tweetal, genietend van elkaar in hun hoekje vol gekleurde kussens. Ze proberen zich sereen te gedragen, waarschijnlijk uit respect voor mij. Al snel verlaten ze Het Geluk zonder mij aan te kijken, zonder aangename kennismaking, gewoon: byebye. Ik luister naar melk die gestoomd wordt en het gelach van een kindje en wacht tot er iets knakt, tot er iets breekt, tot er een traan van mijn wang rolt of misschien een drupje, tot dit mij raakt. Maar er gebeurt niets. Mensen komen, mensen gaan in café Het Geluk. Zo ging het ook bij ons. Goedendag, bedankt, nog een prettige dag verder, misschien tot de volgende keer, goedenavond, adieu.

Alsof het niets was.