Het noorden

Ik ben in een stad in het noorden van Nederland. Zes uur lang reed ik richting een plek waar ik bijna niemand ken, waar ik bijna niets te doen heb en waar ik bijna iedereen kan zijn. Dat ontspant mij. De vrienden die ik hier heb zie ik nauwelijks. Ze weten niet wat ik graag lust, ze weten niet waarin ik geloof, ze weten niet of ik pillen slik, ze weten niet wie of wat ik mis. Juist daarom behandelen ze mij als een koningin. Ze ontvangen mij in hun rommelige studentenhuizen, trakteren mij op kroket uit de muur en leiden mij naar de wildste kroegen. Ik voel me hier thuis.

Ze trakteren me op wodka, vertier en bescherming. Ik heb het gevoel dat ik zoveel kan roken, zuipen, schelden, huilen, lachen, schreeuwen, zwalpen en dansen als ik wil. Waarin ik me ook verlies, straks zal ik worden opgevangen door een zachte matras met ganzenveren.

Eén van hen ziet er die avond prachtig uit. Er is iets met zijn mond en de manier waarop hij zijn oor richting mijn gezicht brengt als ik hem dingen influister waarvan ik me de inhoud niet meer herinner. Ik geniet van de vanzelfsprekendheid, dat we naast elkaar staan en dat het hopelijk nog heel lang zo blijft en dat we elkaar zullen volgen, zolang we kunnen.

Een Indische taxichauffeur met een rode tulband brengt ons naar zijn huis. En zo rijden we verder, en verder en fantaseer ik over een nieuwe wereld waarin we in alle grootsheid kunnen beminnen, ver weg van de dagdagelijkse beslommeringen van de supermarkt, van de vertragingen, van het opstaan, van de kater, van het afscheid, van de bittere nasmaak van de vele pogingen tot verbinding.

Het universum waar hij me naartoe brengt is precies wat ik me ervan had voorgesteld. Afgebladderde muren, een poster van een naakte Brigitte Bardot, een lege vogelkooi en een goedkope design assenbak. Als je de deur van de WC opent speelt het liedje Aan de oevers van de tijd van Spinvis zich automatisch af. Ik luister naar de songtekst ‘alles ging voorbij, verloor zijn naam en spoelde aan.’ We belanden op een tijgervel, prachtig uitgespreid op een houten vloer voor een kachel waar paarse vlammen uitkomen. De rits van de slaapzak verbindt ons. Dit is nog beter dan een matras met ganzenveren.

Ik ontwaak en weet een paar seconden niet meer wie, wat of waar ik ben, verstrengeld in een lichaam dat ik nauwelijks ken, in een onbekende stad, in een onbekende staat. De slaapzak ruikt naar een winterachtig scoutsfeestje, goedkoop bier en kersen en is een tikkeltje te kort voor onze lange lijven. Mijn kleine teen bevriest, hij kust mij en heel eventjes denk ik: zo voor altijd.

Het afscheid is even eenvoudig als het begin: de trein had geen vertraging en rijdt perfect op tijd het station weer uit.

Notitiebriefje dat ik op een zonnige herfstdag aan mijn huisgenoot schreef en op de keukentafel liet liggen

Hoi Sandra,

Sorry dat de afwas er nog (steeds) staat. Ik weet dat ik je deze ochtend had beloofd om niet naar België te vertrekken zonder alles op te ruimen. En nu ben ik dus volstrekt het tegenovergestelde van plan. Sorry, ik voel me er ook niet goed bij, maar het ging niet. Ik denk dat ik ziek aan het worden ben. Ik bedoel dan fysiek ziek. Waarschijnlijk het begin van een amandelontsteking. Ik dacht, ik zeg er maar bij dat het fysiek is. Naar het schijnt hebben mensen die mentaal ziek zijn ook niet meer de fut om af te wassen. Ze komen hun bed zelfs niet meer uit. En daardoor worden die mensen nog depressiever. Mijn moeder zegt dat het een vicieuze cirkel is: eerst word je depressief, dan word je werkloos, en daarna word je nog depressiever omdat je te veel tijd krijgt om na te denken.

Stel je eens voor, Sandra, een leven lang in de afleiding. Het leven als een jolige excursie. Wij met z’n allen in een gele hippie bus, die maar blijft doorrijden langs magische bossen, all-in hotels en recreatieparken. Terwijl ik soms denk: laat ons toch met z’n allen schuilen in een miezerig, betonnen tussenstation. En elkaar daar vastpakken.

Maar even terug naar de kern. Het zou kunnen dat je wat koffievlekken op de keukenvloer (en op het plafond) opmerkt. De Italiaanse koffiekan was zo heet dat hij plots uit mijn handen glipte. In een mum van tijd transformeerde onze keuken in een Douwe Egberts fabriek met een emotional breakdown. Ik was zo woedend op die koffiepot dat ik hem uit het raam heb gezwierd. Sorry, ik weet dat hij veel voor jou betekende (en dat ik mijn emoties beter moet leren controleren). Het was je mooiste herinnering uit die romantische reis in Verona, maar probeer te denken aan dat tussenstation, Sandra. Italiaanse plezierreisjes worden overschat. Stilstaan bij een bushalte op een regenachtige zondag in één of ander vergeten West-Vlaams dorpje. En wachten, wachten, wachten op iets of iemand die je meeneemt. En daar weemoedig bij glimlachen. En dán iemand die teruglacht. Dat is pas genieten.

Ik voelde me zo schuldig over die koffiepot dat ik een half uur onder de ijskoude douche ben gaan staan. Daarna ben ik naakt op bed gaan liggen. Ik verlangde naar rust. De lucht die mijn lijf droogt. Kijken naar elk druppeltje dat langzaam verdampt. Even niks. Ik heb het welgeteld drie minuten volgehouden. De afleiding is een verslaving.

Heb jij soms ook het gevoel dat je op iets wacht waarvan je niet weet wat het juist is, Sandra? A la recherche du temps perdu. Ik vond het zo mooi dat je dat zei… Dat er zoveel gebeurt als er niets gebeurt.

Sorry voor de rommel.

Liefs,

Julie