Scène over een huwelijk

Kusjes op een groene wei, knuffels tussen het stro, oogcontact voor het altaar, een openingsdans bij de betere bistro: duizenden trouwfoto’s overladen elke zomer mijn Facbookpagina. Meestal word ik daar ongelukkig van, ik kan het niet aanzien: het liefdesgeluk van anderen terwijl ik achter mijn computer verveeld zit te staren naar foto’s van witte duiven en zwarte hoeden. Daarbij kreeg ik vorige zomer niet één uitnodiging om getuige te zijn van een liefdesspektakel. Terwijl ik juist zo verzot ben op de blik van twee mensen die ‘ja’ tegen elkaar zeggen.

Gelukkig is het dit jaar anders.

Mijn vriend heeft een uitnodiging voor een trouwfeest te pakken. En het is niet het eerste beste feest: de plechtigheid gaat door in le Château de Vins-Sur-Caramy in de Provence. Stel u voor: ik op een trouwerij in een Franse tuin, ik die nip van het water uit een oesterschelp, ik die de bruid fuchsia bloemen overhandig, ik die mijn vriend lieve woorden toefluister. Ik met mijn vriend, dansend op de muziek van Barry White, in een witte tent die naar Provençaalse kruiden ruikt.

‘Ga nooit opvallender gekleed dan de bruid.’ Dat is een ongeschreven regel voor het huwelijksfeest. Maar wie houdt daar vandaag nog rekening mee? U merkt het, trouwfeesten winden mij op, doen mij grenzen overstijgen, maken mij vrouw. Ik kocht een peperdure japon uit gele zijde, met de meest sexy split ooit gezien. Ik moest er goed uitzien, dit feest was bovendien de eerste gelegenheid dat mijn vriend mij zou voorstellen aan zijn vriendenkring.

‘En wat denk je?’ vroeg ik hem tijdens de zoveelste pas-sessie in de slaapkamer. Hij staarde naar mijn naakte been onder de split, maar bleef stil. Het was geen stilte à la ‘wat heb ik toch een oogverblindend mooie vriendin’, het was eerder een stilte à la ongemakkelijk. Hij keek naar beneden en zei: ‘luister Julie, dit is nogal delicaat. Ik heb net een berichtje gekregen. Partners zijn niet welkom. Ze willen graag de kosten drukken voor het feest.’

Ik in mijn nieuwe jurk, ik die het evenwicht verlies op design-stilettohakken, ik die ontredderd begin te stamelen:

‘Ben ik niet uitgenodigd? Niet ge-no-digd? De kosten drukken op een trouwfeest? Bezuinigingen worden doorgevoerd bij banken, in het onderwijs, in autofabrieken. Maar toch niet op een huwelijk? Ga jij dan alleen naar dat feest?’
Een intense vlaag van jaloezie met een shot wanhoop en een dubbele portie ontgoocheling nemen het van me over:
‘Ga jij dan naar de Château de Vins-Sur-Caramy zonder mij? En ga je dan dineren met andere vrouwen aan je zijde? Vrouwen in wondermooie jurken die naar lavendel ruiken? Vrouwen die hun partner ook veilig thuis moesten laten? Ga jij dan met een zwarte hoed naar een Provençaalse datingparty?’

Mijn vriend stelt me gerust en als een plichtbewuste held zegt hij: ‘ik zal er alles aan doen om jou op dat feest te krijgen.’

Het beeld dat ik in die zijden japon zijn vrienden zou ontmoeten, dat ik zou proeven van zijn sociale leven, dat ik mee zou genieten van een liefdesbezwering, was al op mijn netvlies gebrand. Maar het gaat hier niet over mij, het gaat over twee mensen die binnenkort ‘ja’ tegen elkaar zeggen. Trouwens elke verrukking kent zijn grenzen. En wie zegt dat het ware behagen geen trots kent, heeft ongelijk. Trots is onze bescherming, onze beschaving, ons wapenschild, die op tijd en stond moet worden ingezet, met andere woorden: ‘ik zet geen voet binnen op dat low-budget-feest!’

Midden augustus ben ik dus te vinden op een festivalweide in een gele, zijden japon. Daar zal ik nippen van een halve liter pint en dansen op heavy metal. Want wie casual een beetje kan headbangen vergeet alles, zelfs een huwelijk in le Château de Vins-Sur-Caramy in de Provence.