De eendenbegrafenis

‘Kom jij ook naar de eendenbegrafenis?’

Mijn zusje van 9 jaar oud, Astrid, is zonet de keuken binnengewandeld en kijkt mij met verwachtingsvolle ogen aan. ‘Is dat dan met cake en koekjes?’ vraag ik haar. ‘Nee, geen cake en koekjes.’ Nu kijkt ze mij verwijtend aan. Wat een barbaarse opmerking, er is zonet een eend gestorven en de eerste associatie die ik maak is ‘gebak.’ Mijn lief voelt de spanning en stelt Astrid gerust: ‘we zullen er zijn.’

Even later wandelen we naar de ceremonie. Deze vindt plaats bij de vijver in onze tuin, de plek waar Astrid en haar vriendje Nicholas deze middag een klein, dood eendje hebben getroffen. Over de doodsoorzaak is weinig bekend. (Astrid en Nicholas vermoeden dat het eendje zichzelf heeft vermoeid bij het rondjes zwemmen in de vijver en een hartaanval heeft gekregen, maar hiervoor zijn geen bewijzen noch getuigen).

Mijn lief en ik vervoegen mijn vader en mijn oudere zus, Josephine. Zij staan al plechtig klaar: hoofd naar beneden, de handen gekruist. We kopiëren deze houding en samen staan we nu aan het graf. Het graf is een rechthoekige put, die wordt omgeven door grijze bakstenen. Astrid en Nicholas zitten nog verborgen achter een struik, maar komen al snel tevoorschijn. Ze zien er plechtig en professioneel uit, dat moet ook wel, want samen dragen ze de kist.

De kist is een zwart doosje dat vroeger dienst deed als GSM verpakking. Op het doorzichtig plastiek deksel staat in het grijs SAMSUNG gedrukt. Ik zie nu voor het eerst het dode eendje. Hij heeft een schattig snaveltje en zachte donzige veren. Hij ligt opgebaard tussen witte watjes en groene blaadjes. De dood werd nog nooit zo mooi verpakt.

Met veel aandacht toont Astrid iedereen het doosje. Josephine vraagt ‘mag ik een foto nemen?’ waarop Astrid kordaat antwoordt: ‘nee, geen foto’s.’

‘En dan is het nu tijd voor het gebed’ zegt Nicholas. Samen ratelen we mompelend ‘Onze Vader’ af. Waarschijnlijk omdat niemand de tekst echt kent. Astrid onderbreekt ons en beveelt: ‘niet zo afraffelen alstublieft, ik wil elk woord kunnen horen!’

Ik zie dat Nicholas zich niet kan concentreren op het gebed. Het kleine jongetje staat ongemakkelijk op één been en zijn blauwe oogjes kijken verdrietig naar de vijver. ‘Wat is er Nicholas?’ vraag ik hem zo empathisch mogelijk. ‘Kijk, daar zit zijn broertje nog te zwemmen, helemaal alleen.’ En inderdaad, een ander donzig eendje dobbert doelloos in het water, helemaal alleen. Astrid is ook ontroerd, maar houdt zich sterk, zij is tenslotte de leidinggevende bij dit ritueel. ‘En dan is het nu tijd voor de begrafenis’ roept ze.

Het doosje gaat in de rechthoek. Even is er een kleine verhindering: Astrid vindt dat de kist horizontaal in de put moet, Nicholas vindt verticaal. De discussie eindigt net niet in een gevecht, maar alleen met wat getrek aan het haar, en uiteindelijk gaat het doosje horizontaal het graf in. Iedereen neemt wat aarde om de put te vullen. Het eendje ligt op zijn plek, hier zal hij voor eeuwig rusten. Ik zucht. Mijn lief knijpt in mijn hand.

Mijn vader zegt: ‘volgens mij is dit de mooiste begrafenis, die een eend ooit heeft gekregen.’ Nicholas en Astrid halen opgelucht adem. Nu kunnen ze terug overgaan tot de orde van de dag, namelijk: Ambulanceke spelen.

De technieker

Vijf studenten rond de 20 jaar kijken mij aan in een repetitielokaal. Ik weet niet of dat ze mij nu verwijtend, bang of hoopvol aankijken. Maar ik ga ervan uit, dat ze hoopvol zijn. Ik ben hun regisseur, zij zijn mijn spelers en het is mijn taak om zelfzeker te zijn.‘De vertrouwensband tussen de acteur en regisseur is het belangrijkste wat er is.’ Dat zei Alex Van Warmerdam vandaag nog in de Volkskrant, en hij kan het weten, want hij staat op deze moment in Cannes met een glas Champagne zijn film te promoten. Ik doe dus iets met mijn ogen en schouders wat volgens mij kordaat overkomt: taal begint met lichaamshouding. Met een lage stem vraag ik hen: ‘en hoe ging de opdracht?’

De spelers aarzelen. Iemand zegt dat het moeilijk was, de ander zegt dat het pijnlijk was en nog één zegt dat ze ondanks veel wroeging toch tot een resultaat is gekomen.

Ik had hen gevraagd om een familieportret te maken en hierbij een moment te beschrijven waarop er een barst kwam in hun gezin. Ik wil met hun op zoek gaan naar de pijn, het verdriet, de schoonheid en de breekpunten binnen een familie.

Twee andere studenten wandelen het lokaal binnen, de technieker en de vormgeefster komen de repetitie observeren om inspiratie op te doen voor een lichtplan en scenografie. Zij zijn veilig, zij hoeven alleen te kijken naar mijn spelers die zich zo meteen haperend zullen blootgeven.

Een meisje met zwart kroezelhaar komt de scene op. Ze vertelt over de scheiding van haar ouders, over de laatste keer met het gezin aan tafel, de laatste keer met het gezin op vakantie en dat ze plots ‘zo’n kindje op school werd’. Na haar verhaal ligt er letterlijk een hoopje tranen op de vloer. Maar tranen hoeven geen belemmering te zijn. Alle spelers komen los en zonder masker of censuur vertellen ze over de teleurstellingen binnen hun gezin, over de discussies, en hoe er bij elke ruzie een lichtje uitgaat. Over de gezelligheid, de knusheid van thuis, maar ook de eenzaamheid en hoe er steeds een knak in het perfecte plaatje komt.

Een meisje met lange blonde haren zegt ‘ik denk altijd dat de persoon naast mij gelukkig en zorgeloos door het leven gaat, maar eigenlijk is iedereen beschadigd.’ Een jongen met rode New Balance sneakers aarzelt ‘maar als iedereen dat heeft, dat litteken, als er in elk gezin steeds een moment komt waarop er iets breekt, alsof het verkeerd MOET gaan, hoe ga ik het dan later doen? Hoe moet dat dan, een gezin?’

In de stilte van de twijfel staat plots iemand op. Het is de technieker, hij ziet er jonger uit dan de rest en draagt een klein brilletje. Hij heeft iets bijzonders in zijn houding, iets zelfzeker. Met een lage stem zegt hij ‘ik heb naar elk verhaal vol verbazing en ontroering geluisterd, en nu is het mijn beurt. Het is niet omdat ik de technieker ben, dat ik steeds aan de andere kant van de zaal moet zitten. Laat mij vertellen over mijn barst. Op de scene!’

Hij stapt naar voor en als een echte rasacteur vertelt hij in alle bevlogenheid zijn verhaal. De vormgeefster volgt zijn voorbeeld en ook zij vult nu de ruimte met een moment waarop er iets brak in haar, voor altijd.

Dat is de magie. Het tonen van kwetsbaarheid doet mensen opstaan, het is de machteloosheid van de ander die troost biedt, het is de naakte waarheid van diegene naast ons die ons confronteert met onze rol en die de ruimte creëert om uit die rol te stappen.