Kate Middleton

Ik dool wat, ik lanterfant wat door de stad. Een jongetje met een gigantische konijnentand kruist mij de weg. Hij jaagt enthousiast de vogels weg… In mijn richting. 12 duiven die mij agressief met hun lelijke bekken toeschreeuwen. 24 ongecontroleerde vleugels die vijandig tegen mijn koude lijf flapperen. Ik heb zin om het kind een pak slaag te geven. Ik heb zin om die konijnentand te verbrijzelen. Maar zijn moeder ziet eruit alsof ze daar een punt van zou maken. Dus ik besluit het niet te doen.

Het is -17 graden, ik ben besmeurd met besmette epidemische duivenveren en het is Valentijn. De gedachte ‘wat zou Kate Middleton nu aan het doen zijn?’ laat me niet los.

Een vitrine met een zijden jurk, Afrikaanse parels en rode pumps verleiden mij naar de binnenkant van een paarse boutique. Er staat een droevig plaatje op. Het geluid van mistroostig gezang klinkt door de hippe boxen.

De winkeldame, een frisse verschijning met vintagekledij, vraagt me ongemeend of ze kan helpen. Op zich wel. Ze zou bijvoorbeeld de duivenpluimen van mijn jas kunnen plukken. Of ze zou me kunnen vertellen dat het beter zo is, nu hij weg is. Dat het moedig van mij was om weg te stappen. Dat er iets beter op me wacht. Dat er steeds een wending komt in het plot. Een jolig toeval in ons lot. Maar ik zeg ‘nee, bedankt, ik kijk nog even rond.’

Een man met charisma waait binnen. Hij komt zijn bestelling ophalen: een prachtige pastelkleurige doos versierd met een rode strik. Er plakken snoepjes op het Valentijnspak. De gedachte aan de manier waarop zijn vriendin straks – met perfect roodgelakte nagels – enthousiast de strik zal losfriemelen steekt. Het verbeten lachje van de winkeldame wijst erop dat zij ook alleen maar van zo’n doos kan dromen.

De man met charisma verlaat de winkel. Er hangt een spanning tussen ons. Zij en ik. Twee lege vrouwen die wat verveeld dralen tussen de must-haves en de skinny belts. De CD met trieste klassieke muziek weergalmt genadeloos verder. Ik vraag de verkoopster de naam van het plaatje. ‘De anatomie van de melancholie’ zegt ze even kil als de titel klinkt.

En voor de eerste keer op deze ijzige dag maakt mijn hart een sprongetje. Je moet wel heel zwaarmoedig zijn om zo’n CD binnen te halen. Oké, ik weet dat het 14 februari is en dat het -17 is en dat het niet gemakkelijk is om die pastelkleurige dozen te verpatsen en dat de duiven vandaag wat agressief zijn. Maar om nu daarvoor zo’n meelijwekkende muziek op te zetten? 20 Euro uitgeven aan zo’n miserabele titel? Dan moet je wel echt diep zitten.

Ik kijk in de grote gouden spiegel naast de paspop en – ondanks mijn aura vol epidemieën van wegvliegende vogels – word ik overvallen door het heerlijke besef dat ik er nog niet zo slecht aan toe ben. Dat ik nog steeds naar Florence + The Machine luister in plaats van erbarmelijke, anatomische, melancholische piano akkoorden.

Hoopvol maak ik me klaar om de kou weer te trotseren. Maar voordat ik de deur vrolijk achter me zwaai, kijk ik diep in de treurige ogen van de winkeldame en zeg haar:
‘Bedankt.’

En… (ik kan het niet laten):
‘Probeer nog een beetje te genieten van deze Valentijnsdag.’