Pukkelpop op de radio

Ik zie Mars
Vanaf hier
De weidse velden
Van het kleine Lier.

Zie hier een poëtische ingeving van een man die op een zomerse nacht naast mij ligt in een turquoise zwembroek. Onze haren zijn nat van het zwemmen in de rivier, de druppels sijpelen op mijn buik. Ik zeg niet zoveel en luister naar de nachtdieren. Ik neem een slok Campari en hij kijkt naar Mars.

Hier in de velden blijven wij een goed bewaard geheim. Een heimelijk genoegen dat niet past in de orde van de dag. Ik wil aan niemand uitleggen wie hij precies is. Wij zijn als een ondergrondse nachtclub met neonlicht. Intens, hevig, grillig en onbekend. Maar niet bedoeld om lang te blijven.

Het was zomer.

De klank van de minaretten uit Istanbul, blote voeten op de tapijten van de moskee, de stroom van de Dordogne, versgeplukte braambessen, mijn oma die stiepelzat danst op Claude François en Pukkelpop op de radio.

En nu is het september.

Schoolboeken in blinkend kaftpapier, Stabilo stiften die op de juiste volgorde in het pakje zitten, een nieuw busabonnement in de brievenbus, Marcel Vanthilt die vertrekt en een brooddoos van de Hema.

Planningen en roosters waarin de orde van de dag zal worden verdergezet. In regelmaat, want dat hebben wij, mensen, graag. Als een koude douche overvalt de gang van zaken mij. Liefkozingen worden ingepast, volgens de gaatjes in de agenda. Compact en schappelijk.

Sterk en stevig.

Een klein meisje huppelt vrolijk voorbij met een spiksplinternieuwe Kipling boekentas. Rode lichtjes flikkeren in het ritme van haar pas onder haar sneeuwwitte baskets. Ik ruik de geur van Tipp-Ex als ik naar haar kijk.

Het liefst van al wil ik met venijn aan haar vlechten trekken.
Omdat ik haar benijd.
Ik ken het gevoel van vroeger.

Met een grote grijns pakt zij haar nieuwe schoolspullen uit.
Met zorg en in orde legt ze alles netjes op een rij.
Zij wordt nog oprecht gelukkig van een bestendige en degelijke buit.