De sprinter

Kevin was die ochtend met het juiste been uit bed gestapt. Hij was klaar voor de strijd, maar de force majeure speelde hem parten: Kevin werd tweede. Zijn mountainbike, die in enkele seconden werd gedoopt tot de ‘kutvelo’ werd genadeloos als een oud stuk speelgoed aan de kant gegooid. Kevin rolde woedend over het warme asfalt. Kwaad op de mechaniek, kwaad op de tegenstander, kwaad op het leven.

Enkele uren later staat er op Youtube een filmpje gepost ‘Loser mountainbiker cries like a baby after lost sprint’.

Geachte janker,
Beste bleiter,
Liefste tsiepmuile,

Laat u niet wijsmaken dat tranen de orde van de dag besmeuren. Laat u niet wijsmaken dat de kwetsbaarheid moet ingesnoerd worden. Laat u niet wijsmaken dat u kalmte moet bewaren tijdens een broeierige storm in uw lijf.

Niets is zo sexy als een huilende man.
Niets is zo aanstekelijk als de inzet voor goud.
Niets is zo ontroerend als de wanhoop die wordt geschreeuwd
naar een onverschillig heelal.

Maar de hoogmoedige menigte schuwt de tranen. Aan de kant is het veilig staan. Laat de ander maar sprinten. En ik hoor de massa denken ‘dat hadden wij zeker beter gedaan’.