Op zoek naar uw ‘nieuwe Ik’

U heeft nood aan verandering. U verlangt naar een ‘nieuwe Ik’. U zoekt een weg buiten de sleur van het leven. U hunkert, zucht en smacht naar een nieuwe sensatie. U eist een frisse impuls. U zou wel gek zijn om een spirituele vakantie te boeken naar Thailand. De sleutel van de metamorfose ligt vlakbij u om de hoek, namelijk: de kapperszaak.

Enkele tips:

1. Eerst en vooral: het is belangrijk welke hand u kiest. Laat u vooral niet afleiden door hippe kapsters met een retro-look en een modieus kapsel. Dat modieuze kapsel hebben ze niet zelf geknipt, dus dat zegt niets over hun kniptalent. Daarbij zijn dit soort vrouwen te veel met hun eigen uiterlijk bezig en dus niet in staat om de nodige integriteit op te roepen voor het welzijn van uw looks. Kies dus een man. Bij voorkeur een kale man, die begrijpt tenminste dat haar een kostbaar goed is.

2. Vermijd kapperszaken waar BV’s over de vloer komen. U, als onbekende grijze muis, betekent daar niets. Bovendien neemt u het risico dat Tanja Dexters op dezelfde moment aanwezig is, en dan krijgt u helemaal geen aandacht.

3. Bestel geen glas champagne, dat staat ordinair in zo’n kappersstoel.

4. Het is aangewezen ook alert te blijven aan de wasbak. Tijdens de hoofdmassage wordt er zwoel in uw oor gefluisterd ‘ook nog een conditioner?’ Hier antwoordt u koel en afstandelijk ‘nee’ op. 1 milliliter conditioner kost namelijk 10 Euro, maar dat fluisteren ze er niet bij.

5. Bij te veel instructies wordt de creativiteit van de kapper afgestompt. Bovendien leiden te veel instructies niet tot een samenhangend geheel. Geef dus enkele steekwoorden als ‘hip’, ‘trendy’ of ‘klassiek’. Sluit af met ‘doe maar je ding’ dat wekt originaliteit op. Let op: deze zin spreekt u wel op een strenge manier uit. Het moet hier geen experimenteel hobbyuurtje worden.

6. Voer geen gesprek tijdens de knipbeurt. Tijdens een gesprek kunnen vriendschappen ontstaan en voor u het weet lost u de persoonlijke problemen van uw kapper op. U heeft recht op een momentje voor uzelf! Bovendien zijn we hier met serieuze zaken bezig, het creëren van uw ‘nieuwe Ik’. Geen diepgaande gesprekken dus. Zwijgen en knippen.

7. Lees ook geen magazines, want dan wordt er meegelezen. Kappers leveren graag commentaar op het leven van de sterren. Over sterren gesproken, neem ook geen voorbeeldfoto’s mee, het kapsel van Jennifer Aniston krijgt u nooit.

8. U kijkt in de spiegel. Het is wederom niet wat u had verwacht. De kapper deed iets te veel ‘zijn ding’ en jammer genoeg niet ‘uw ding’. Plots komt u tot het akelige besef dat u helemaal niet als ‘trendy’ door het leven wil. ‘Trendy’ staat u eigenlijk ook niet zo goed. Blijf vooral rustig. Vermijd hysterie ten alle tijden. Hou uw pruillipje onder controle en begin niet te huilen. Straks heeft u nog een lelijk kapsel én rode traanogen.

9. U staat aan de kassa. Het personeel kijkt afwijzend naar u omdat u zich arrogant en ijzig heeft opgesteld. Trek het u niet aan, u bent hier niet om nieuwe vrienden te maken. U bent hier voor de creatie van uw ‘nieuwe Ik’. (Ook al heeft u dat recept nog steeds niet gevonden, misschien zit het wel verstopt in een conditioner of een glas champagne?)

10. Wanneer u, op weg naar huis, kennissen of vrienden tegenkomt op straat: loop ze straal voorbij. U heeft absoluut geen behoefte aan mensen die wel zien dat u naar de kapper bent geweest, maar geen compliment maken.

11. Bij uw thuiskomst, raad ik u aan om een dik uur voor de spiegel te staan. Bestudeer uw kapsel, was het opnieuw, brush het opnieuw, maak foto’s met uw smartphone, stuur ze op naar vrienden en vraag meningen. Zoveel mogelijk. Blijf uzelf en uw uiterlijke verschijning analyseren.

12. Als u dan moe en uitgeblust ligt te bekomen van een vreetbui op de bank, en de existentiële vraag ‘waarom besta ik?’ maar blijft rondfladderen in uw hoofd, raad ik u aan om toch een spirituele reis naar Thailand te boeken. Wie weet, komt u uzelf daar wel eens tegen. Een ‘nieuwe Ik’ is in tijden van crisis niet meer gratuit.

Succes!

Met dank aan kappers-ervaringsdeskundige Johan Vossen

De groene Volkswagen

Het is vrijdagavond en we zijn op de première van de nieuwe theatervoorstelling van Stefan Perceval, De tocht van de olifant. De voorstelling gaat over schorpioenen of duizendpoten, dikke witte larven of poppen die op barsten staan. Sien Eggers heeft het met haar lieve blauwe ogen over stenen. Er zijn mensen die voorbij het leven razen alsof het een autosnelweg is. Anderen stappen geduldig van steen tot steen. Elke steen tillen ze op, omdat ze nieuwsgierig zijn en willen weten wat eronder ligt.

Ik hoor bij de tweede soort, vooral wat betreft de liefde. Ik toon vooral interesse in logge, zware, weerbarstige stenen. Stenen waarvoor ik heel veel moeite moet doen om ze op te tillen. Vervolgens zoek ik dan gulzig naar wat eronder ligt. Meestal vind ik niet zo heel veel. Misschien omdat ik nog te moe ben van het tillen.

Ik ben deze avond in de grote, donkere zaal wederom vergezeld door een weerbarstige steen. Zijn hand rust niet op mijn been. Ik nestel me niet in zijn warme lijf. We zitten daar als twee koude keukentegels.

Ondertussen overwint een olifant een spannend hindernissenparcours, hij stapt, hélemaal te voet van Portugal naar Oostenrijk. En wij zitten stil op onze stoel. Op het toneel gebeuren wonderen en ik wil dat ze ons besmetten. Maar ik wacht en ik vraag me af waarop. Ik gedraag me als een blinde mol, gulzig aan het graven in de hoop dat er iets te vinden valt.

In zijn donkere slaapkamer lijkt het onder de witte lakens alsof stenen toch kunnen veranderen in harten. Maar even later, wanneer die linkerhand nog steeds niet op mijn naakte been rust denk ik aan Arnon Grunberg: “Dat is het vuur waarop al het verlangen brandt, vermoeden dat je niets zult krijgen en toch het omgekeerde hopen.”

De volgende morgen zitten we in zijn groene Volkswagen. Het heeft gevroren en er hangt een laagje ijs over ons. Het is stil en hij ratelt over zijn auto, over dat hij eens naar de carwash zou moeten gaan. En dat hij zijn schakelaar onlangs heeft laten repareren, dat kost dus 1000 Euro. Grote schakels krijg je in het dagelijkse leven gratis en voor niets.

In de troosteloze omgeving van Berchem Station voeren we ons laatste gesprek. Ik klap de deur zo hard dicht in de hoop dat die mottige bak in elkaar stort. Maar de groene Volkswagen rijdt vinnig verder en het laagje ijs blijft koppig liggen. Hij raast veel te snel over de autosnelweg.

Ik wacht op het koude perron. Wie te diep onder een steen blijft graven, komt alleen maar uit op dode pieren.

Wie geen mogelijkheidszin heeft, heeft geen werkelijkheidszin

De dakloze loopt door de kilte en probeert te genieten van het gekraak van de sneeuw onder zijn redelijk koude voeten. Een vogeltje is de kluts kwijt maar blijft fluiten. De dakloze schreeuwt om hulp in een vreemde taal. Niemand vindt een tolk, maar iedereen kan hem verstaan. Wanneer hij opvang vraagt is er een vriendelijke dame die niet zeker weet of dat hij bij de doelgroep ‘nachtopvang’ hoort. Ondertussen loopt er een vergadering waarbij men deze doelgroep probeert te definiëren. De vergadering is voorzien van thee en koekjes.

De dakloze fluit een winterliedje. Toen hij vannacht in Brussel-Zuid aan het klagen was, zei zijn vriend “denk maar aan Siberië, daar is het pas écht koud!” Het was een magere troost. Maar oké hij doet zijn best, la vie est belle.
De volgende dag vraagt hij voorzichtig naar een opgedekt bed. “Helaas” zei een beleefde medewerker, “als je niet telefonisch reserveert kom je er niet in.” Principes bevriezen niet.

Kazernes staan ter beschikking, maar er is geen transport. Loodsen worden vrijgemaakt maar worden niet instap klaar verklaard. Warme zielen bieden een kamertje aan, maar ook dat wordt niet aanvaard. Mensen die tot de doelgroep ‘nachtopvang’ worden gerekend moeten begeleid worden door mensen die daarvoor zijn opgeleid.

“Wie geen mogelijkheidszin heeft, heeft geen werkelijkheidszin” schreef Robert Musil eens op een koude winterdag. En ik vraag me af waarom al die vakbonden, ambtenaren en politici de mogelijkheden door mist laten vervagen. Een zinloze mist van regeltjes, formulieren, voorwaarden en administratie.

Gelukkig is er ook goed nieuws. De dader is gevonden. Haar naam is Maggie. Eén voor allen, allen voor één! Zo kunnen wij allemaal gezellig, voor de open haard klagen over die éne grote, dikke boosdoener. Zolang we zelf maar niet in actie moeten schieten. “Niemand heeft iets gehoord, zo blijven wij in leven” zong Bram Vermeulen eens op een koude winterdag.

Ondertussen valt de centrale verwarming uit op het kabinet. “Vlaamse ambtenaren verkleumen op bureau.” Een vrouw klaagt over de kou: “Schandalig!” Een collega probeert haar te troosten “denk maar aan de daklozen, die hebben het pas écht koud!” Ze vindt het maar een magere troost en wil haar vakbond contacteren. Liever staken dan stoken.

De dakloze wandelt verder door de besneeuwde straten, hij fluit zijn winterliedje uit. Een ijzige wind vanuit het Oosten doet hem haperen. Zijn hele leven is niet instap klaar, bedenkt hij zich. “Vanaf nu beslis ik om tegen elke situatie ‘ja’ te zeggen” mompelt hij vastberaden. En dat is het enige wat hem hoop geeft op deze koude winterdag.