Het Feest der Eeuwige Liefde

Vorig weekend was ik op een trouwfeest. Ik had me mooi gemaakt (met speldjes in mijn haar en een jurkje) om getuige te zijn van het ‘ja-woord’ van twee jonge verliefde mensen (die er ook heel mooi uitzagen). Of dat ik in de sfeer was voor een huwelijk? Daar zal ik eens in alle eerlijkheid een antwoord op geven: nee.

Een korte situatieschets: op mijn nachtkastje ligt het boek ‘De zomer zonder mannen’. Nee, dat is geen zelfhulpboek, dat is gewoon een roman. Maar ja, zo’n boek koop je natuurlijk niet zonder reden. Er moet inderdaad wel iets zijn misgelopen om aangetrokken te worden door een boek dat deze titel draagt. En nee, ik had dat boek niet in het begin van de zomer gekocht. Maar goed, er werd getrouwd. (Herpak jezelf!) (Wees blij!) (De liefde leeft!)
Op het avondfeest werd er gedanst. Er werd gedronken. Er werd gekust. Er werd bemind. Ik stond vanachter met een glas witte wijn en een overdosis dessert op mijn bord in een art nouveau zaal. Openingsdans: You’ve got the love! Toen was het tijd om buiten een luchtje te scheppen.

Daar stond ik dan op het prachtige dakterras van die art nouveau zaal met een platgetrapt hart. Met een zicht over heel Antwerpen, de stad waarin ook ik deze zomer verliefd werd. ‘Verdriet zit voornamelijk in de details’ schrijft Ronald Giphart. Enkele details lichten op. De Schelde die anders stroomde, de zomerbar waar het bier (dat ik normaal niet lust) beter smaakte en het ongezellige Starbucks terras dat plots gezellig was met hem. Jammer dat het decor blijft staan als het verhaal eigenlijk al is afgelopen. Ik zucht en neem op een dramatische manier nog een slok wijn en een trekje van een rode Gauloise sigaret (het zelfhulpboek ‘Stoppen met roken’ blijkt net zo effectief te zijn als de ‘De zomer zonder mannen’).

Maar goed, er werd getrouwd. En dat is niet evident in een wereld waarin Betty een minnaar neemt (en ja, haar man weet hiervan!), Miss België Ann Van Elsen grofweg wordt bedrogen en Pieter Loridon een harem bezit. Een wereld vol laffe daden. Er was dus wel reden om te feesten. Dus ik dans, ik drink, ik kus en ik bemin. Omdat ik stiekem ook nog blij word van prinsesachtige bruidsjurken, trouwringen, een ja-woord, een smoking, slagroombruidstaarten, hoopvolle speeches, witte zwanen en roze fonteinen. Omdat ik er nog steeds van overtuigd ben dat liefde niet geconsumeerd mag worden. Omdat ik het mooi vind dat twee mensen voor elkaar kiezen op het strijdveld en niet bang zijn om te verliezen. De middelmaat hoeft niet bekroond te worden, leve de intensiteit! Leve de pijn! Leve de hoop! Leve de tragiek! Leve de tederheid! Leve het verdriet! Leve de liefde! Daar toost ik op.

Oef. Ik blijk ook nog een romanticus te zijn. En ik neem nog een slok witte wijn en waggel de zaal uit. Morgen nog een babyborrel op het programma. Ik denk dat ik dat wel aankan.

Plagiaat, Professor?

Beste Professor,

Op de Universiteit is er een hele nieuwe wereld voor mij opengegaan. Een wereld van literatuur, geschiedenis, auteurs en theaterstukken die ik nog niet kende. De liefde en passie voor het vak van de taal- en letterkunde werd me vol toewijding meegegeven. Het mooiste moment was toen Professor Peeters, tijdens een college Franse letterkunde, een fragment uit het Roelandslied voorlas en hij zijn tranen niet kon bedwingen. Hij excuseerde zich daarvoor, maar ik vond dat niet nodig. Ik vind niets mis met tranen uit passie, of tranen in het algemeen. Niet dat ik zelf zo wild ben van die tekst maar een professor die al 10 jaar lang het Roelandslied voorleest in een aula, en elke keer weer bij dezelfde regels in tranen uitbarst, dat vind ik passie doorgeven.

Jammer genoeg verliet Professor Peeters de Universiteit. Later kwam ik bij u terecht en kreeg ik de opdracht om te schrijven over de literatuur en het theater. U verzocht mij beleefd om niet vanuit een emotie te schrijven. U vroeg mij om de intuïtie overboord te gooien en te grasduinen in theoretici, citaten en voetnoten. Bij u heb ik nooit één traan van uw wangen zien rollen. Ik zag wetenschappelijkheid, een serieuze blik en een professionele houding.
U vraagt mij om 25.000 woorden te schrijven over een probleem. Dat wordt dan mijn Masterscriptie. Mijn probleem: “hoe gaat de recensent om met de sociaal-artistieke praktijk?”. Het goede nieuws is: ik moet geen oplossing vinden voor dat probleem. Zo kunnen andere studenten nog snoepen van mijn onoplosbare onderzoeksvraag. Daarbij mag ik niet teveel informatie uit mezelf putten: het doel is om relevante bronvermeldingen op te geven van belezen kenners.

Ik ben een robot die een werkstuk schrijft, waar geen haan naar zal kraaien. Ik schrijf een studie van een studie van een studie van een studie. Tussen vier muren. Als enige lichtpunt een Senseo. Een Storywood. Bounty’s. Maar Professor, ik wil schrijven over de dingen die mij raken, de dingen die ik voel en de dingen die ik niet begrijp. Ik wil de dingen die ik lees of zie toetsen aan mijn eigen leven en mijn eigen ervaringen. Ik wil niet verklaren vanuit een theoretisch model! Natuurlijk wil ik de waarheid ontdekken, maar waarom moet ik die waarheid citeren?

Deze middag sprak ik u op de binnenkoer van de Universiteit. Sereen, afstandelijk, professioneel en weinig tijd zoals altijd. Ik zei u dat ik de 25.000 woorden met moeite vind en ik begon redelijk emotioneel te ratelen. Ik verloor mijn beheersing en ik zag dat u dat zeer ongemakkelijk vond.

******************Gevoelens zijn uit den boze.*******************

Ik merkte dat u het eigenlijk ook maar een vervelend onderwerp en een oninteressante case-study vond. U heeft waarschijnlijk ook wel andere dingen aan uw hoofd. Maar we bleven beleefd en we zochten samen naar een antwoord op de onderzoeksvraag. En ik vroeg me af: ‘wie houdt hier nu eigenlijk wie voor de gek?’
Nu was ik het die in tranen wilde uitbarsten. Uit onmacht. Omdat we daar allebei leeglopen op die binnenkoer. Omdat we twee marionetten zijn die ook een theaterstukje opvoeren. Regieaanwijzing: hou afstand, wees koel en afzijdig. En word vooral niet persoonlijk. Al die tijd dat ik les van u kreeg in de theaterwetenschap wilde ik vragen waarom u werd geraakt door een stuk. Wat u voelde en hoe het toepasbaar was op uw leven. Maar dat zou natuurlijk ongepast geweest zijn. Als theater moet raken, waarom kunnen we het dan niet hebben over een raakvlak?

Ik heb mijn tranen kunnen bedwingen. Gelukkig. Ik heb drie keer goed ingeademd. Ik heb mezelf herpakt. Want ik heb mijn cijfer nodig. Ik moet gedisciplineerd door het leven. Ik moet doorzetten. Dan krijg ik als beloning een diploma, en daarmee geraak ik wel aan de bak. Dat is uw belofte.

Voordat u me van plagiaat beschuldigt, wil ik nog meegeven dat deze brief is geïnspireerd uit een tekst van Doris Lessing, gepubliceerd ter gelegenheid van de heruitgave van Het Gouden Boek. Er zijn zelfs zinnen die ik klakkeloos heb overgenomen zonder voetnoot.

Met vriendelijke groet,

Julie