Sex and the City: Mad Women

Ik kijk iets te veel tv. Ik moet daarvan af. Los daarvan ben ik momenteel verslaafd aan twee verschillende series: Mad Men en het bekende Sex and the City. Eénzelfde stad: New York. Twee verschillende tijden: de jaren ’60 en nu. In beiden series maken we kennis met vrouwen die er altijd tiptop uit zien: hun lippen rood gestift en de mooiste jurkjes. Ze hebben nooit een off-day of een bad hair day en dragen geen joggingpak. Zelfs hun pyjama is met zorg uitgekozen. Ze hebben allen hetzelfde, gemeenschappelijke doel voor ogen: dat beetje liefde vinden om de alledaagse beslommeringen en ongemakken te overstijgen. Die beslommeringen zijn natuurlijk relatief, zeker in het geval van Carrie, die zucht als ze weer eens een Chanel mantelpakje aan moet of Manolo Blahnik Shoes moet gaan shoppen, maar u snapt het plaatje. Een verschillende tijdsgeest, verschillende trucks, en één zelfde doel.

In Mad Men bewaart de vrouw afstand, en doet ze wat mysterieus terwijl ze aan haar sigaret trekt. Niet aan de filter, maar aan zo’n plastiek dingetje dat geen naam heeft. Ze zorgt ervoor dat de deur voor haar wordt opengehouden en betaalt haar lunch niet zelf. Vrouwen hangen hun vuile was niet buiten, maar houden het discreet. Getrouwde mannen gaan vreemd, getrouwde vrouwen doen dat niet, maar bellen manlief op met de vraag wat hij die avond graag op zijn bord wil. In Sex and the City is diezelfde vrouw uitgegroeid tot een onafhankelijke ster die geen slet meer wordt genoemd als ze beslist om elke week een andere man in bed te nemen. Een zelfzekere heldin die het hip en trendy vindt om naar de therapeut te gaan maar het niet hot vindt om koolhydraten en calorieën op te nemen. Verder gaat het constant over seks. Seks voor één keer, seks voor altijd, met de brandweerman, met een politicus, met de assistent of een supermodel.

Na het bekijken van de “Mad Men vrouwen” in de jaren ’60 betrap ik mezelf erop dat ik me begin te irriteren aan de “Sex and the City vrouwen”. En dan vooral aan die Samantha Jones, die elke man die er min of meer oké uitziet op een gespeelde geile manier begint te verleiden. Samantha Jones wacht niet tot dat ze uit eten wordt gevraagd, ze heeft lak aan mysterie en bewaart geen afstand, integendeel, ze bespringt haar prooi, als een beest. Die levensstijl blijkt een hit te zijn, want Samantha is altijd vrolijk, grappig en vooral zelfzeker. Waarom stelt ze zich zo aan? Omdat ze het opneemt voor die arme vrouwen uit de jaren ’60, die werden bedrogen en belogen achter het fornuis. Maar Samantha schiet haar doel voorbij en komt terecht in een oppervlakkige levensstijl die ze zwetend en ploeterend bereikt heeft door angst. Angst om niet voor je 30 van de straat te geraken, angst om bedrogen te worden, angst om te verdikken, angst om niet op het juiste feestje aanwezig te zijn, angst voor rimpels, angst voor de afwijzing, angst voor een emotie. En dat is dan de vrouw waar miljoenen vrouwen naar (op)kijken. De ironie is dat ze zichzelf letterlijk helemaal bloot geeft zodat ze dat figuurlijk niet meer hoeft te doen. Stel je voor dat ze iets zou voelen wat ze niet meer kan controleren. De “Sex and the City vrouwen” zijn de Mad Women van deze tijd! Ze maken reclame voor een volstrekt onrealistische en lege manier van leven. Wat zij doen is zelfs erger dan reclame te maken voor een sigaret!

Daarom pleit ik voor de ”Mad Men vrouw” die verlegen lacht als een man haar aankijkt, die geduldig wacht tot dat ze op een keurige manier wordt uitgevraagd, die haar sigaretten in mooie doosjes bewaart, die in slaap valt in een zijden, witte nachtjapon. Vrouwen die het spel der verleiding in stilte spelen en zachtjes veroverd worden. Gereserveerd en sereen, niet alles uit de doeken, beetje bij beetje, en dan pas bloot.

Ik denk dat ik straks nog wat tv ga kijken. Eerst wat Sex and the City en dan wat Mad Men. Dan kan ik kijken naar al die vrouwen die vallen en opstaan terwijl ik in mijn zetel lig… In mijn joggingpak.

ADHD

Vandaag had ik een heel leuk gesprekje met een meisje van 10 jaar oud. Nu is het niet mijn gewoonte om babbeltjes te slagen met 10 jarige meisjes, maar toch vond ik haar heel bijzonder.

Ik zit naast haar. Zij is met pareltjes aan het spelen en ik ben een tekening aan het inkleuren. Op mijn tekening staan Boeddha’s. Ze houdt me in de gaten en kijkt naar mijn tekening. Plots vraagt ze me wat voor Boeddha’s er op mijn blaadje staan. Ik ben op zich wel geïnteresseerd in culturen en religies, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik totaal niet op de hoogte ben van het soort Boeddha op mijn tekening: “sorry, wat bedoel je?” Hier antwoordt ze op: “Ja, je hebt dus 2 verschillende soorten Boeddha’s: de Mahayana’s en de Hinayana’s. De ene overtuiging heeft magere Boeddha’s als symbool en de andere eerder dikkertjes. Ik ben verwonderd: “dat jij dat allemaal weet?” Waarop het meisje zegt: “oh ja, geleerd op school. We hebben het ook nog over de Islam en het Jodendom gehad. Trouwens, ik geloof niet in God hoor. Mij ga je niet wijs maken dat Mozes de zee in twee  heeft kunnen splitsen. Wie gelooft er nu nog in geesten? Het is misschien een mooi verhaal maar ik trap er niet in.” Haar leeftijdsgenootjes zwijgen en doen alsof het normaal is dat een 10 jarig meisje zo over God spreekt.

Ik besluit om het gesprek wat luchtiger te maken en vraag naar haar lievelingsprogramma’s op tv. “Tv!? Daar kijk ik niet naar hoor. Ik verveel mij dood als ik naar tv moet kijken. Ik lees veel liever. Mijn lievelingsboek is Harry Potter 3. In de originele taal dan, in het Engels dus.” “Oh, do you speak English?” vraag ik (met een afschuwelijk accent). Het meisje begint te ratelen in het Engels met een prachtig Brits accent. Ze heeft het over American English en British English en het verschil daartussen. Dat ze bijvoorbeeld in de U.K “underground” gebruiken voor metro maar dat het in de V.S “subway” is. Ze beschrijft haar lievelingsplaats, de Time Square in New York. Maar voegt  toe dat Parijs ook heel mooi is, vooral de Eiffeltoren dan. Ik durf haar niets meer in het Engels te vragen, omdat mijn accent in vergelijking met het hare gewoon gênant is. “Jij bent vast tweetalig opgevoed?” vraag ik. “Nee hoor” zegt ze, “gewoon geleerd.” Plots begint ze in het Spaans te tellen (want ze heeft ook nog op Spaanse les gezeten). “Un, dos, tres,… cuarenta y cinco.” “Jij moet echt taal –en letterkunde gaan studeren!” zeg ik enthousiast. “Oh nee, hoor, dat gaat niet, ik kan geen taal en letteren studeren want ik heb ADHD. En ik heb daarbij ook nog eens last van hyperconcentratie dus ik ben vooral goed in beta-vakken als Wiskunde en minder in de alfa-vakken als talen.”

Wie heeft dat etiket nu weer op dat kleine meisje geplakt? Aan een kind van 10 die Harry Potter in het Engels leest zeg je toch niet dat ze beter in beta-vakken is omdat ze ADHD heeft!? Trouwens: alfa-vakken!? beta-vakken? In welk centrum verzinnen ze al die termen toch?

“Wat wil jij later worden?” Vraag ik haar. “Dat weet ik nog niet” zegt ze nu iets stiller. “Ik moet er natuurlijk ook rekening met houden dat ik het Syndroom van Asperger heb.”

Ik heb echt te doen met de leerkrachten van tegenwoordig. Moeten zij niet een extra opleiding volgen zodat ze al die kinderen wel efficiënt en adequaat kunnen begeleiden? Vraag me niet waarom, maar de laatste 10 jaar is het aantal autisten, ADHD’ers, ADD’ers, dyslecten, dyscalculecten, dyspracten, hoogsensitieven, hoogbegaafden, laagbegaafden, syndromen en leerstoornissen aanzienlijk gestegen. Over elke term worden er dan ook nog een 10 tal boeken geschreven. Bedankt daarvoor. Stel je voor dat we die termen door elkaar zouden halen. En ik heb nog meer te doen met die ouders die nu met z’n allen moeten bidden en hopen dat hun kind zo normaal mogelijk is en gewoon meegaat met de stroom. Laat het alstublieft geen dromertje zijn of het is sociaal gehandicapt, laat het ook geen dyslexie hebben want dan kunnen we de Universiteit op onze buik schrijven, en ook liefst niet te energierijk want dan zitten we voor de rest van ons leven vast aan de rilatine.

Oh God, Mozes en Boeddha: behoed ons voor de stoornissen, problemen, vertragingen, beperkingen en achterstanden!

En ik heb misschien nog het meest te doen met dat kleine meisje, dat op haar 10 al wordt lastig gevallen met termen als Syndroom van Asperger, ADHD, alfa-vakken, beta-vakken en gamma-vakken. Laat haar toch gewoon met die gekleurde pareltjes spelen! Laat haar toch genieten van de verwondering in de kleine dagdagelijkse dingen en de grootse dingen des leven! Laat haar toch verdomme met rust!

En ze kijkt naar mijn tekening waar nog steeds Boeddha’s op staan en ze zegt: “Sorry hoor, maar blauw is echt geen Boeddhakleur. Je kan maar beter rood en oranje gebruiken.”