Brokken lijmen

Ik durf gerust toe te geven dat ik een aantal zeer goede kwaliteiten bezit. Dat is niet om arrogant of onbescheiden te zijn, maar dat is zelfkennis. Zo ben ik er een krak in om brokken te lijmen. Maar voordat er brokken kunnen worden gelijmd, moet er natuurlijk eerst iets worden kapot gemaakt. En daar ben ik nu toevallig ook wel een krak in zeker!

Meestal wordt er iets gebroken door woorden. Het gaat dan om belangrijke afspraken afzeggen, te laat komen, anderen laten opdraaien door eigen stommiteiten, kwaad en emotioneel worden in een discussie omdat het gelijk niet wordt behaald, verwijten smijten, nijdig zijn zonder reden, iets belangrijk vergeten, nog iets belangrijker kwijtspelen,… Of gewoon razend kwaad zijn op een onschuldige.  Of schuldige.(Ook heel verwarrend).  En daarna komt de uitdaging: de brokken lijmen. Door iets lief te zeggen, of door gewoon niets te zeggen, door een brief vol lieve excuses, door eens (lief) te lachen, een traktatie, gesorry en geëxcuseer. Vervolgens worden de zachtste woorden in de strijd gegooid. En dan zijn de brokken gelijmd.
Soms worden er ook brokken gemaakt zonder ik daar schuld aan heb, en proberen anderen ze voor mij te lijmen. Dat is niet per se minder ingewikkeld, want  kansen vragen is makkelijker dan kansen geven. 
En soms worden de brokken gewoon niet gelijmd, nooit meer. Daar is niet altijd een juiste reden voor; onverschilligheid, luiheid, wispelturigheid, pijn, …  Dan liggen de scherven daar te liggen. En nee, scherven brengen geen geluk. Scherven liggen in de weg, scherven moeten zo snel mogelijk bijeen worden geveegd en in de vuilbak worden gegooid.
En zo hebben wij telkens de keuze om ofwel de brokken te lijmen, elke keer opnieuw en opnieuw. Of om  de scherven te laten liggen en ze met veger en blik op te vegen. Opvegen en opgeven ligt niet zo ver van elkaar. Hup, weg ermee!
Die tweede oplossing lijkt het meest voor de hand liggend want wie zijn handen vuil maakt aan scherven kan zich snijden, telkens op de moment dat ge het niet verwacht. En dat is nu één van de kwaliteiten die ik nog niet bezit: loslaten, weggooien, vergeten, opvegen, opgeven, gedaan. Ik slaag er zelfs niet in om nog maar het kleinste scherfje in de vergeetput te gooien. Ik hou ze liever bij, want misschien brengen ze toch nog wel  eens geluk…

Wakker worden

Stel nu dat ge op een morgen wakker wordt naast de man, waar ge al een paar maanden of zelfs al jaren naast slaapt. Het lijkt een doodgewone morgen, maar ge kijkt naar die man en ge denkt: nee. Na al die jaren beseft ge, wat doe ik hier eigenlijk? Ge hebt ondertussen al zitten dromen van iemand anders waar ge misschien beter met had kunt lachen, die ge mooier vindt, die ge interessanter vindt maar ge had u al lang neergelegd bij de leugen dat we niet te streng voor ons zelf en de ander moeten zijn. Ge kijkt verder en ge probeert toch nog iets goed te zien, maar ge komt tot de afschuwelijke conclusie: nee, dit is het niet. En ge weet dat er iemand rond loopt, waar ge wel naast had willen wakker worden, maar ge hebt hem nooit durven zeggen dat hij eigenlijk de man voor u was. Ge hebt uw verliefdheid ook nooit bekend, want als hij nee had gezegd, was de illusie doorprikt geweest. Ge hebt genoegen genomen met iets minder, of misschien standvastiger, gemakkelijker, stabieler en neutraler. Oei, die woorden doen zeer aan mijn ogen (toch zeker dat woord neutraler). Maar oké, ge staat op, neemt een douche, scrubt de twijfels, irritaties en vreemde verliefdheden weg en probeert om niet te lang in de spiegel te kijken.
Ik vraag mij soms af hoeveel mensen zo wakker worden op een morgen. En dan word ik bang want dan vraag ik mij af hoe het later bij mij zal zijn. En ik word nog banger terwijl ik erover nadenk hoeveel tijd er in een mensenleven is om verliefdheden te bekennen. En dan pieker ik, over hoe ik later naar mijn man zal kijken als ik mijn ogen open doe op een doodgewone morgen… Ik draai mij nog eens om en kom tot het besluit, dat het nog niet zo slecht is om alleen wakker te worden. Want alles ligt nog open. Fantaseren over het wakker worden naast die éne, misschien ooit.

Armando Dios

Deze zomer leerde ik op de Gentse feesten tijdens de revue van de Vieze Gasten iemand heel speciaal kennen. Armando Dios, uitvoerend levenskunstenaar. Omdat hij van zijn leven een kunst maakt. Verder is hij acteur, liedjesmaker en de enige sit-down comedian van ons land. Ja, sit-down, want hij zit in een rolstoel. Maar Armando is gelukkig, gedreven en ambitieus. Zo zong hij in juli tijdens de revue uit volle borst “I will survive” met zijn krachtige, mooie stem. Meteen een kreet die hem heel erg typeert. Hij staat vol overgave op het podium, maar merkt jammer genoeg dat velen het nog moeilijk vinden om zijn rolstoel weg te denken. Voor enkelen is hij nog steeds “Die man in de rolstoel.”
Daarom is het zo leuk om voor kinderen te spelen, want die hebben een heel andere kijk op de dingen. Kinderen zijn spontaan, hebben fantasie en gaan mee in grote verhalen. Zo is Armando, naast uitvoerend levenkunstenaar ook een zingende tuinkabouter. Hij speelt geen tuinkabouter, want voor kinderen ís hij dat gewoon. Met de nodige attributen, het juiste stemmetje en een tikkeltje verbeeldingskracht neemt Armando ze mee naar een nieuwe wereld. Met grote, glinsterende, verbazende ogen worden de kinderen helemaal meegezogen in zijn verhaal.
Op een dag, tijdens een tuinkabouter-optreden van Armando, was er een jongetje die hem fascinerend aankeek. Je maakt je natuurlijk bedenkingen als er plots een echte tuinkabouter voor je neus staat. Het jongetje keek de tuinkabouter even aan en vroeg: “Hebben tuinkabouters dan ook een aparte kerk?” De tuinkabouter legde hem uit dat tuinkabouters ook konden geloven, en naar de kerk mochten gaan. Het jongetje was verbaasd en zei: “Kunnen tuinkabouters dan ook in God geloven?” “Ja hoor, sommige tuinkabouters wel” antwoordde hij, “maar ik geloof vooral in de kracht van mezelf.”
En zo geeft Armando zijn levenskracht door. Aan kinderen, en aan iedereen die écht naar hem kijkt. Want alles kan. Ja alles.

http://www.armandodios.be
http://www.deviezegasten.org

23 wensen voor mijn 23ste verjaardag

1. Nooit meer de voyeur uithangen op facebook

2. Geen 13 Blanc de Blancs meer na elkaar drinken

3. Mijn nieuwe, dure loopschoenen eens uittesten en geen excuses meer verzinnen om niet te hoeven joggen

4. Geen minnares meer zijn of in een affaire verwikkeld geraken. Maar vooral geen minnares meer zijn (zeker niet tijdens de kerstperiode)

5. Eens een appel nemen in plaats van een twix. Of zo’n Kellogs K reep in plaats van een brownie

6. Minder powernaps inlassen

7. Niet na 1 nacht met iemand de koffer induiken. Ook niet na 2, 3 of 4. Misschien eens beginnen overwegen na 23 nachten

8. Niet meer te veel in de Blik lezen of de Story, maar eens door de economie, politiek en wetenschap bladeren in de krant

9. Eens beginnen nadenken over de begrippen liefde, passie, lust en verlangen. En vooral het verschil daartussen

10. Speculaasijs eten van de Australian zonder ik mij daar schuldig voor hoef te voelen

11. Tot over mijn oren verliefd worden

12. Toch eens overwegen om suikervrij vanille ijs te bestellen bij de Australian

13. Mooi Engels leren spreken, zonder Matroesjka-accent

14. Een franse roman uitlezen

15. Kwaad zijn als ik kwaad ben, wenen als ik wil wenen. En mij zelf niet meer inhouden voor de goede zeden

16. Een date hebben zoals in de film “Before sunset”

17. Leren aanschuiven in de rij zonder daar zenuwachtig van te worden

18. Mij niet meer overhalen door de kapper die beweert dat blonde highlights echt een heel natuurlijk effect hebben. Niet waar. Geen blonde highlighst meer zetten

19. Misschien toch een tikkeltje minder dramaqueen zijn

20. Manische kappers vermijden

21. Lief zijn

22. Minder nadenken maar meer beredeneren

23. Blij zijn

Een kort liefdesverhaal

We zijn allemaal zo op zoek naar de liefde. Naar een plaats naast iemand. Naar iemand die zegt dat ge schoon zijt, naar iemand die u met drie gele tanden en zelfs één rotte nog mooi zou vinden. We zijn op zoek naar iemand die de dingen wat kan verlichten, die u aan het lachen brengt met de dagdagelijkse dingen, die u weg neemt van de sleur en verveling, die u weg neemt van de irritatie. Die u zo licht doet voelen in uw hoofd, dat ge bijna nog zou geloven dat ge voortaan enkel de wind nodig hebt aan een meer en een paar vogeltjes die fluiten. We zijn op zoek naar iemand die lacht met onze onhandigheden, naar iemand die spontaan met ons begint te dansen, naar iemand die een kus geeft op onze mond.

En dan ineens staat hij daar. Een mogelijke prooi, een mogelijk iemand die de dingen voortaan zacht en zoet zal maken. Diegene die u begrijpt, diegene die u mooi vindt, diegene die vindt dat ge gelijk hebt, diegene die u onhandigheden herkent, diegene die u zal missen.
Ge zet de deur open voor die veelbelovende wild vreemde, want deze kans kunt ge niet mislopen, dit is de kans op uw geluk, op uw droom. Dit is de kans op een leven lang een luisterend en begrijpend oor. Een vaste waarde in uw bed. Voortaan mag het buiten regenen, stormen, vriezen. Mogen uw vrienden u bedriegen. Geen nood, voortaan slaapt ge in die warme, veilige en sterke armen. Die armen waar elk klein meisje, maar spijtig genoeg, ook elke volwassen vrouw naar verlangt. Want in de sprookjes werd ons beloofd dat wij ook, op een dag, aan een liefdesverhaal zouden beginnen. Ons liefdesverhaal is dan geen sprookje, maar echt waar.
Ge zet de deur wagenwijd open, en geeft alles wat ge kunt. Met maar één doel voor ogen: dit wordt mijn liefdesverhaal. Een liefdesverhaal zo groot, dat zelfs mijn achterkleinkinderen er nog van zullen weten. Een verhaal, zo mooi, dat iedereen de hoofdrol erin zou willen spelen. Een verhaal waarin het publiek “ooooh” schreeuwt. Een verhaal waarin wij “mmmmhm” mompelen.

Maar natuurlijk zijt ge bang in dit verhaal. Want plots komen er kwaaltjes naar boven waar niemand ons voor had gewaarschuwd. Bang voor andere vrouwen. Bang voor een kus op uw kaak. Bang om terug alleen te zijn. Bang dat hij u niet blij wil maken. Bang dat hij u niet blij maakt. Bang dat ge leeg gezogen wordt. Bang dat ge heel erg ver staat van elkaar. Bang dat dit toch niet uw verhaal zou kunnen zijn.

Maar de deur blijft open staan, geef, geef! En het zal lonen! Streel en kus erop los! Ze zijn toch gratis en voor niets! Zet uw oogkleppen op voor de kwaaltjes, wees positief, verman u zelf! Ook in de liefde moet men sterk zijn – excuseer – mag ik het woord liefde nog door passie vervangen? Neen! Daar is het veel te laat voor, dit is uw liefdesverhaal! Maak er iets van! In uw liefdesverhaal bestaan er geen kwalen!

En ge slikt, en ge ziet enkel wat ge wilt zien. Niet verblind door de liefde, maar verblind door uw liefdesverhaal, dat ge nu, na een diploma en een paar borsten, als volwassen vrouw zult waar maken. Maar plots komen er geen kussen meer op uw mond. En lacht hij niet meer met uw onhandigheden. En streelt hij niet meer over uw haar. Hij had u wel even gezien hoor, maar nu kijkt hij niet meer naar u. Hij verstopt zichzelf.

Bang dat ge in z’n ogen zou kunnen lezen, dat hij al lang een ander zat te strelen en te kussen (op haar mond en niet op haar kaak) terwijl ge nog aan het fantaseren waart over uw liefdesverhaal. Paniek. Gekreun wordt gezeur. In enkele minuten moet alles worden gereorganiseerd. Ge begint zo snel mogelijk in te pakken. Ge steekt enkele passionele, hartstochtelijke, veelbelovende momenten zo snel mogelijk in uw zakken. Met 5 zware zakken staat ge aan de deur. Ge kijkt nog is rond, of dat ge zeker niets vergeten zijt. Daar liggen nog een paar kussen, wat gestreel, wat gelach, wat gedans, wat gevrij en wat gesmak. Gesmak in uw oor, gesmak in mijn nek. Maar die kussen op mijn mond die lagen er al lang niet meer.

Ik kijk niet meer rond, want de kamer waarin ik stond was niet meer dan een decor dat ondertussen al klaar stond voor een nieuw liefdesverhaal, of excuseer- passieverhaal- of wat- excuseer ik weet het niet meer- lust? Ik stotter nog wat, brabbel, klootzak, wat gemompel. Maar we pakken mekaar nog eens goed vast. Laat het ons op passie houden. Ik vraag mij af welke mens er ooit heeft gedroomd van een verhaal dat enkel op passie berust. Maar ik ging geen vragen stellen, “waarom-vragen” zijn plots niet meer zo dankbaar, als pakweg 10 jaar geleden.
En met 5 zware zakken zijt ge klaar om te vertrekken. Hij vraagt u of dat hij nog kan helpen om te dragen, maar ge beslist om het vanaf nu wel zelf te dragen. En ge begint te stappen, en wat wegen die zakken zwaar. Het is een kwestie van minuten om uit een stad te komen, vol torens en water, vol gefeest en gelach. Vol herinneringen. En er is een traan die van uw wang rolt, en ge hoopt dat het de laatste is. (Wie laat er nu tranen vallen voor een (wild) vreemde?)

Maar dan ziet ge uw spiegelbeeld door de ruit. Ge ziet uzelf met kordate pas vooruit stappen. En plots… zijt ge opgelucht. De kwaaltjes waar ge bang voor waart zijn uitgekomen, maar blijken toch niet zo zwaar als gedacht. In een paar seconden worden ze weer lichter, want ge moet eindelijk niet meer trekken, duwen en sleuren aan die deur. De stok die ge overmoedig, zwetend en onrustig tussen de deur had geforceerd, hoeft daar niet meer te staan. De adem die ge al een paar uur inhield kan nu worden uitgeblazen.

En ge kunt weer rond kijken en ge lacht. Want deuren naar een mooi verhaal worden niet open gezet met getrek en gesleur, met gezever en lawaai, met gepraat en getwijfel, met gepeins en gefluister. Met een idee fixe, met een beeld, met een verwaching, met een verzonnen verhaal. Met iets dat er misschien nooit echt is geweest.

De deur naar een écht mooi verhaal zal open waaien, bijna zonder geluid, enkel wat gezucht van de wind. Heel zachtjes.