BAD WOMAN

Voor mijn nieuwe theatervoorstelling ‘Confessions of a white girl’ nodigde ik twee bevriende schrijfsters uit om mee te werken aan mijn script. Deze schrijfsters zijn vrouwen van kleur en ik dacht dat zij me konden uitleggen wat een ‘white girl’ is. 

Het idee ontstond bij het lezen van een correspondentie tussen Adrienne Rich en Audre Lorde. De ene vrouw is een witte feministe, de andere een zwarte feministe.  Ze schrijven dat ze elkaar willen begrijpen in de strijd voor de vrije invulling van het ‘vrouw zijn.’ Tegelijkertijd willen ze zich ook bewust zijn van de verschillen waarmee ze te maken krijgen omdat ze een andere kleur hebben.

Ik lees mijn script voor en één van mijn vriendinnen zegt me: ‘Ben jij er eigenlijk klaar voor om de verschillen tussen wit en zwart feminisme te beschrijven? Moet jij niet eerst ontdekken welke vrouw je zelf bent en wil zijn? Je schrijft over de verschillen tussen zwart en wit, maar je hebt nog niet eens over je moeder geschreven. Wie is je moeder? Welk voorbeeld van een leven van een vrouw heb jij meegekregen?’ 

Ik zeg: ‘Ik denk dat mijn moeder op haar 21 haar script voor het leven kreeg. Het was normaal dat je trouwde en een kind kreeg. Maar was dat het leven dat ze werkelijk wilde? ‘Je moet daar naartoe, naar die vragen.’ zegt ze. 

Ik vertel hen dat ik tijdens een reis in Myanmar ben uitgescholden omdat ik als vrouw alleen op reis was. Ik dronk thee en een man zei me dat ik mijn leven weggooide, dat ik een man moest zoeken en kinderen moest baren. Voor de hele straat riep hij ‘You are a bad woman!’

Mijn andere vriendin zegt: ’Ja, daar gaat het om. Jij wil onderzoeken welke vrouw je wil zijn. Welke vrouw je ook wil zijn, er zal altijd over geoordeeld worden. Je moet je titel doorstrepen en veranderen in BAD WOMAN. Beschrijf eerst jouw innerlijke tocht alvorens te willen begrijpen wat de strijd voor een ander is. Deze zoektocht zal je ook bewust maken van je privilege als witte vrouw.’ 

Zo, ik weet wat te doen. Ik trek er enkele weken tussen uit om op elke affiche in het land mijn titel te doorstrepen. Verder moet ik ook nog de media overtuigen om bij wijze van promostunt een badpakken-special van mij te publiceren. 

Alvorens even te verdwijnen op deze pagina, dank ik De Morgen om me alle vrijheid te geven in mijn schrijven. Ik wil mijn lief Daan Bauwens en mijn vriend Johan Vossen ook bedanken voor het nalezen en aanvullen van mijn columns. Ja, zelfs een vrouw als ik kan niets zonder een man. Zo, dat weten jullie dan ook alweer.

Tot in september of op de première van BAD WOMAN op Theater aan zee.

1ef91b1f-848b-49c8-92b4-1edfe9e22f88.JPG

Speellijst: 
1, 2 en 3 augustus op Theater aan zee
https://theateraanzee.be/programma/confessions-of-a-white-girl

8, 9, 10 en 11 augustus op Boulevard Festival
https://www.festivalboulevard.nl/nl/programma/id-4371/confessions-of-a-white-girl/

17 en 18 september Brakke Grond Amsterdam
https://www.brakkegrond.nl/agenda/julie-cafmeyer-2

19, 20 en 21 september Love at first sight Antwerpen
https://www.destudio.com/production/14279/lafs4-confessions-of-a-white-girl-bad-woman

2 oktober Nieuwe vorst Tilburg
https://denieuwevorst.nl/programma/confessions-of-a-white-girl/

16 en 17 oktober Campo Gent
https://www.campo.nu/nl/production/14465/confessions-of-a-white-girl

Leef jij voor de liefde?

Een tijdje geleden kreeg ik een lezersbrief:

Lieve Julie,

Ik vind dat ik je zo mag noemen, want ik ben 75 en zou je grootmoeder kunnen zijn. Ik lees je columns steeds met veel interesse en soms denk ik ‘yes’ en bal mijn vuist. Het is de eerste keer dat ik iemand schrijf zoals nu. Maar ik zit in een goede vibe en heb de moed om te vragen om eens te babbelen. Gezien mijn ouderdom heb ik veel te vertellen.

Vriendelijke groeten, A. 

Een paar weken later drink ik koffie met A. Ze is een mooie vrouw met kort grijs haar en draagt bordeaux rode lippenstift. Ze zegt: ‘Mijn man is zeven jaar geleden overleden. Ik mis hem, maar ik heb nog zin in de liefde. Ik heb zin in een man. Er heerst een enorm taboe op oudere vrouwen die verlangen naar intimiteit. Ik kan er met niemand over praten.’

Ik vertel haar dat ik afgelopen donderdag in De Standaard een artikel las over ouderen die samen willen sterven. Voor velen lijkt dat het toppunt van de romantische liefde: in elkaar verstrengeld naar de hemel. ‘Hoe zie jij dat?’ vraag ik haar.
‘Liefde kan ook een uitvinding van een nieuw leven zijn.’
‘Heeft je man je moed ingesproken om verder te leven toen hij stierf?’
‘Mijn man is onverwacht gestorven na een operatie. Hij zou wakker worden, maar hij heeft het niet gehaald.’
‘Er was dus geen afscheid?’
‘Nee, maar een paar weken voordat hij is gestorven heeft hij me heel innig vast gehouden. Misschien wist hij dat hij binnenkort zou sterven. Ik voelde zoveel liefde. Alsof al de liefde die we de voorbije jaren hadden beleefd, geconcentreerd zat in één omhelzing.’
‘En nu wil je verder gaan?’ 

‘Mijn shiatsu-masseur zegt dat als je je geliefde verliest, hij pas na zeven jaar uit je cellen verdwijnt. Het duurt lang, maar je moet geduld hebben. Verdriet ebt weg uit je lichaam. Dat is een machtig gevoel, Julie. Plots krijg je weer zin in het leven.’ 

Ik zeg dat ik haar levenslust bewonder en vraag: ’Leef jij voor de liefde?’

‘Liefde gaat niet alleen om het leven, het gaat ook om iemand te laten sterven. Na de mislukte operatie heb ik mijn man laten gaan. Ze hadden hem nog kunstmatig in leven kunnen houden, maar dat wilde ik niet. De dokter zei me: ‘dat is echte liefde.’ Ik ben die dokter dankbaar voor haar woorden op dat moment. Verder weet ik niets over de liefde. Ik weet alleen dat ik er in elke vezel van mijn lijf naar verlang. Elke keer opnieuw.’

Afbeeldingsresultaat voor an sophie kesteleyn fotografe

Beeld: An-Sofie Kesteleyn

Deze column verscheen op 27/5/19 in De Morgen

Stunt van de dag

Ik zit een koffie te drinken met mijn beste vriend, Vos. “Hoe gaat het in de liefde?”, vragen we elkaar elke dag. Vos is wat ontmoedigd in de liefde, dus vraag ik hem: “En, nog seks gehad?”

“Volgens mij heeft mijn favoriete sekspartner mij geblokkeerd. Ik kan hem op geen enkel platform meer terugvinder; Grindr, Tinder, Hornet, Scruff, … Weer iemand die me geschrapt heeft.”

We bestellen nog een koffie. Ik zeg dat we te veel consumeren: lactosevrije cappuccino’s, vegan flat breads, tiramisutaart, gepekelde sojascheuten, sunny side up eggs, haverkoekjes, wortelhummus. Alsof consumeren de enige activiteit is die we nog kunnen verzinnen.

Hij zegt: “Als ik in het weekend ook nog alleen moet eten, kan je me bij elkaar rapen. Het klinkt misschien zielig, maar ik haal troost uit een rodebietlatte.”

Even later zet een serveerster een knalroze koffie verkeerd op ons tafeltje. Vos scrolt wat op zijn smartphone en zegt verveeld: “Ik denk dat ik een stunt van de dag ga boeken. Een beetje zon gaat me deugd doen.” Een stunt van de dag is een reispromotie omdat “elke Belg recht heeft op een welverdiende budgetvriendelijke vakantie”.

Als Vos klaar is met het invullen van zijn gegevens voor een citytrip Madrid, ziet hij dat alles automatisch is verrekend naar twee personen. Wat Vos ook doet, hij krijgt zijn reis niet verrekend naar één persoon. Het motto van de promo luidt: “Iedereen wil weleens op adem komen en ontsnappen aan de drukte van de dag.”

Vos zit nu in een chatgesprek met een zekere Jennifer van de klantenservice. Hij heeft zin om te typen: “Ik word zo eenzaam van de paasvakantie. Ik word zo eenzaam van kikkererwtenspreads. Ik word zo eenzaam van dit chatvenster.” Maar hij typt: “Zijn jullie stunts ook te verkrijgen voor één persoon?”

Jennifer typt dat wie alleen op reis wil naar een andere klantenservice moet bellen. Deze service kost 30 cent per minuut en dan wordt je reis telefonisch geboekt door een medewerker.

“Kan ik het echt niet zelf doen via de website?”
“Nee, alleen via de hulplijn.”
“Ik wil alleen op reis en heel mijn autonomie wordt me afgenomen omdat ik niet in jullie systeem pas?”

Vos legt de telefoon neer en is helemaal van streek: “Ik wil even ontsnappen aan alles en dan krijg ik dit? Een hulplijn? Omdat ik single ben!”

Vos gaat naar de bar om nog een latte te bestellen. Enkele minuten later komt hij lijkbleek terug: de rodebietlatte is net op. Niet te geloven.

c378cf95-3839-4a0e-81d6-2b60fc5bb3a9

Deze column verscheen op 15/4/19 in De Morgen

Agnès Varda

De Franse cineaste Agnès Varda is vorige week overleden. Ik ontdekte haar op 3 januari dankzij een interview in het magazine The Gentlewoman. Op die dag noteerde ik in mijn dagboek: “Ontdekking documentairemaakster Agnès Varda: struggle to invent your life.”

– Een vrouw die tijdens een gospelmis schreeuwt: “Hallelujah!”

– Een jongen die aan het graf van zijn vader staat in het memorial park en zegt: “Never again!”

– Een oude man die ik ontmoet aan een marktkraam en me toefluistert: “L’ amour existe.”

– Een Congolese jongen die me zegt: “Congo, c’est le désordre.”

– Een oude man die in de bus een gebed doet opdat we een goede reis zullen hebben.

Maar tijdens deze registraties ervoer ik ook ruis. Minder inspirerende stemmen die me dagelijks vroegen: “Waarom ben je hier alleen op reis?” “Waarom ben je niet getrouwd?” “Waar zijn je kinderen?” “Wat doe je hier?” “Ben je niet eenzaam?”

Inderdaad: wat doe ik hier? Zou ik niet beter naar huis gaan, een man zoeken en een kind maken?

Een vrouw als Agnès Varda is een belangrijk rolmodel omdat ze toont dat je als vrouw kan creëren. Dat je een leven kan uitvinden. Jouw leven. Liefst zo excentriek mogelijk.

Over onze misogyne cultuur zegt ze: “Women have been exploited by so many ‘masters’ in their ‘masterpieces’ to express the male artists’ own troubles. The only remedy is more art by a great variety of women. The movement would need radical lesbians, theoreticians, angry women…”

Varda wilde vrouwen inspireren om te doen wat ze willen. Ze wilde in haar werk tonen dat het leven geen Hollywood-verhaal is dat eindigt als je gekust wordt door een man. Dat het ideaal van ‘the happy home’ niet bestaat. Dat vrouwen er niet alleen zijn om voor mannen te zorgen. Dat oud worden niet betekent dat je lelijk wordt. Dat je op je 90ste je haar paars kan kleuren, een bloemenkrans kan dragen en onweerstaanbaar aantrekkelijk kan zijn. Dat je op elk moment in je leven naar de andere kant van de wereld kan trekken om een film te maken (ook al is de financiering nog niet rond). Dat je bruggen kan bouwen tussen verschillende stemmen en hierdoor een nieuwe wereld kan scheppen.

Als de journaliste van The Gentlewoman een vraag stelt over haar gezondheidsproblemen antwoordt ze: “It’s OK. It’s fine. I decided I should put the accent on what I love to do.”

Het lijkt me de juiste instelling voor het leven. Het leven als uitvinding. Het leven als experiment dat geen einde kent.

Afbeeldingsresultaat voor agnes varda

Deze column verscheen op 3/4/19 in De Morgen

Ter verdediging van Benny Claessens

In De Morgen staat een recensie over de voorstelling Bambi van regisseur Sarah Moeremans en schrijver Joachim Robbrecht. De recensente vat de voorstelling samen als “de Grote Benny Claessens-show met het gekende schmieren, de uithalen naar sector en collega’s… ach. En aan het einde dan maar pleiten voor zachtmoedigheid: hoe makkelijk allemaal. En vooral: hoe vervelend.”


Bambi
is geïnspireerd op een boek van Bruno Latour, We zijn nooit modern geweest. Latour stelt dat we in feite nooit modern zijn geweest omdat de wereld al eeuwen draait rond onze egocentrische zelf. We willen wel veranderen, maar niet ten koste van onszelf. We buiten de aarde en minderheidsgroepen uit, met alle gevolgen van dien. Moderniteit zou betekenen dat we ons niet langer superieur gedragen tegenover andere wezens.

In de recensie wordt Bambi vergeleken met maar één solo van Benny: Hello useless – for W and friends. Maar hij heeft de afgelopen tijd wel meer werk gemaakt.

Zo won hij de belangrijkste Duitse prijs voor zijn rol in Am Königsweg. Tijdens die voorstelling wijkt hij af van het script en schreeuwt het publiek toe: “Hoe komt het dat alleen de elite hier aanwezig is? Waar is de arbeidersklasse? Waarom komen zij niet naar het theater?” Hij schreeuwt ons in de schouwburg toe: “Shame on you!” En dan: “And shame on me!”

In zijn regie van White people’s problems laat hij een actrice van kleur kritisch voorlezen uit het boek Namibia van Zilli Quest. Daardoor wordt de auteur die zich als ‘witte tolerantie’ bestempelt belachelijk gemaakt. Er wordt kritiek geleverd op de vele regisseurs die artiesten van kleur nog steeds op een paternalistische manier op scène brengen.

Als Benny zelf op de scène staat, is het meestal naakt. Zijn naakte lijf belichaamt zijn visie. Geen pleidooi voor de ‘kwetsbaarheid’, maar een politiek engagement. Het is oké om er niet volgens een opgelegde norm uit te zien, om niet volgens de massa te leven. Zijn werk gaat over een nieuwe wereld, is een kritiek tegen een wereld die geobsedeerd is door een hetero-normatieve structuur, calorieën, witheid, geld en consumeren.

Dat is geen ironie, maar een liefdesverklaring naar het publiek toe: het kan ook anders.

En ja, hij geeft ook kritiek op de culturele sector. En terecht. Want geloof mij: het is een fucked-up sector, maar daar zal ik volgende week een column over schrijven.

In Duitsland is Benny een ster. Hoe gaan wij in Vlaanderen om met een stoorzender, een enfant terrible? Hier wordt zijn stem geneutraliseerd. Een stem die zo belangrijk is, die gevaarlijk is, die inspireert en die onze opvatting over het theater en kunst op een heel opwindende manier kan verbreden. Deal with it.

Afbeeldingsresultaat voor benny claessens am konigsweg

Deze column verscheen op 8/4/19 in De Morgen

Spirituele dimensie

Enkele maanden geleden was ik in Wit-Rusland op zoek naar vrouwen die via fluistertechnieken mensen helen, the whisperers.

Ze vertelde me dat ze als kind was gebeten door een hond. Ze had zoveel schrik gepakt door de aanval dat ze een tic kreeg en sindsdien de hele tijd ongecontroleerd met haar ogen knipperde. Haar ouders besloten om haar een jaar niet naar school te laten gaan en brachten haar naar het bos, naar haar grootmoeder. Elke avond brandde haar grootmoeder een kaars en fluisterde ze voor haar. Een jaar later werd ze terug naar huis gebracht. De tic was weg.

Of ik in magie geloof?

Vorige week zag ik de documentaire Bewitched van de nomaden van Vranckx. Een Oegandese heks rookt een pijp en zegt: ‘Ik heb een altaar gebouwd om rituelen uit te voeren. Daar zal ik zieken behandelen. Mijn voorvaderen willen dat ik dit werk doe.’

Een kind is in het meer verdronken. Een maand lang was het lichaam spoorloos. Een heks legde een doek op de oever en legde er kruiden op. Ze riep de naam van het kind en het lichaam kwam bovendrijven.

Of ik in mirakels geloof?

In Myanmar zag ik vrouwen die water offeren aan de boeddha’s. Daarna vallen ze op hun knieën voor een tempel. Ze bidden uren aan een stuk terwijl ze de kralen van hun ketting tellen.

In Rwanda zei een pastoor me: ‘Doe je ogen dicht en vertel me: waar ben je dankbaar voor in dit leven? Ik wil dat je blijft praten tot je niet meer kan. Ik wil dat je al de dankbaarheid voor het leven uit je lijf schreeuwt.’

In het televisie-programma Therapie, waar we getuige zijn van het contact tussen een therapeut en een cliënt, hoor ik stemmen: Kan u mijn gevoelens plaatsen? Ik heb nekpijn. Ik zie dingen die er niet zijn. Waarom lukt het de anderen wel en misluk ik? Ik wil leren aanvaarden wat er gebeurt. Wie ben ik?

Rwanda, Oeganda, Myanmar, Wit-Rusland, Vlaanderen, overal waar ik kom, hoor ik dezelfde stemmen: ‘Vertel me: hoe nu verder?’

Ik verlang naar een spirituele dimensie waarin al deze stemmen samenkomen. Stemmen van onze voorouders, van hen die er wel nog zijn, van al diegenen die we verloren. Een dimensie met een altaar en een kaars. Een kralenketting en een boeddhabeeld. Kruiden die waaien over het meer.

Les_271

Foto door Siarhiej Leskiec – Belarus 

Kosmisch onevenwicht

Ik lig naast hem in bed.

Hij zegt: “Morgen begint de astronomische lente. Dat betekent dat de zon vanaf dan loodrecht invalt op de evenaar. Vanaf morgen zien we alles letterlijk in een ander licht.”

Een week geleden kreeg ik een lezersbrief van een man die zich voorstelde als doctor in de filosofie. Hij schreef: “Er is iets wat ik niet begrijp in je teksten. Je schrijft zo vaak over de liefde en lust die in je lichaam zit. Toch lijkt het alsof je niet aan beminnen toekomt.”

Ik lig naast hem in bed.

De Sloveense socioloog Slavoj Zizek beschrijft het universum als een leegte. Creation is a cosmic inbalance. Dingen ontstaan door een botsing, door een vergissing.

Nieuwsbericht: “Zo’n 518 miljoen jaar geleden vond in het huidige China een onderzeese modderverschuiving plaats. Nu hebben paleontologen de versteende slachtoffers van de ramp teruggevonden: een wonderlijke schatkamer vol absurde zeedieren.”

Bizarre kwallen, zeesterachtige wezens en zilverachtige zeewormpjes.

Eén verschuiving en er ontstaat een schatkamer.

Ik schrijf de filosoof een e-mail terug: “Omdat ik je niet ken, heb ik besloten je een openhartige brief terug te schrijven: ik durf niet.”

Ik lig naast hem in bed.

Ik droom van een 95-jarige vrouw, ze draagt een bloemenschort en is de gang aan het dweilen. Naast haar staat een gele emmer, ze zegt: “Lief meisje, mensen onderschatten de kracht van beweging. Het is maar één simpel initiatief, kijk.” Ze opent haar armen, houdt me vast en fluistert in mijn oor: “Rol naar hem toe.”

Ik schiet wakker uit de droom, sluit me op in de wc en stuur in het midden van de nacht nog een e-mail naar de filosoof: “Ik lig naast iemand in bed, maar ik durf niet.”

Hij schrijft terug: “Misschien moet je het een kans geven in het ochtendgloren. De ochtend kan zo mooi zijn: een opkomende zon, een lichaam dat nog de juiste plooi moet zoeken. Dat heeft iets heel opwindends. En vooral: een ochtendlichaam is helder. Het is er, zonder omwegen.”

Ondertussen op de radio: “Door het lenteweer is het ijsoppervlak van Lake Michigan in miljoenen blauwe ijsscherven gebroken.”

Ik ga weer naar boven. Het nieuwe licht schijnt binnen. Ik ruik zijn ochtendlichaam.

Creation is a cosmic inbalance. Een botsing, één simpel initiatief.

Kan de aarde hier eens kantelen?

Dan rol ik naar hem toe, streel ik door zijn haar en dan nog zoveel meer.

Afbeeldingsresultaat voor lake michigan ice

Lake Michigan

Deze column verscheen op 25/3 in De Morgen